Nadenkertjes

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Wie zijn wij?
English
Beth Midrash
Nadenkertjes
Joods?
Joods denken
Emuna
Mitswot
Beth HaMikdash
Messias
Thora leesrooster
Tenach
Gebeden
Zmirot
Kabbalah
Citaten
ISRAEL
Israel Photo's
Zionisme
Aliyah
Links
Artikelen
Noachidisch
Lectuur

 

 

        

 

aangevuld  dd  22.08.2011 / 22 Av/Menachem 5771

 

Belangrijk !!!: Deze nadenkertjes zijn, in de verhouding Christendom-Jodendom, zijn geschreven door een Jood en zijn er enkel voor bestemd om, uit te leggen waarom hij op basis van het Oude Testament problemen heeft met het Nieuwe Testament en/of bepaalde christelijke dogma's. Deze pagina is er zeker niet voor bestemd om iemand van zijn mening te overtuigen maar enkel om begrip te laten ontstaan waarom hij en andere (Orthodoxe) Joden het Nieuwe Testament niet als gezaghebbend aanvaarden. Door begrip ontstaat respect en waardering. Verder naar beneden staat een een lijst met zogenoemde manco's in NT die bedoeld is om verder te verduidelijken waarom hij en andere (Orthodoxe) Joden het Nieuwe Testament niet  als 'Woord van God' kan accepteren.

Reageer gerust. Doe het dan wel inhoudelijk. Wil je NT standpunten duidelijk maken? Doe het aan de hand van Tenach (Oud Testamentische)  teksten en principes.

 

 

 

>    Nergens in de Tenach (het Oude Testament) werd voorzegd dat er op een (bepaald) moment in de toekomst behoudenis verkregen zal worden door het geloof in de Messias. Lees bijvoorbeeld Jes 55:7 wat een tekst is die over de toekomst (ook van vandaag) gaat "De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. ". Ook bestaat er in de Thora en Tenach geen gebod dat iemand moet (gaan) geloven in een bepaalde persoon als zijnde de Messias. Daarom geloven wij als Joden dat het niet nodig is om zoiets te geloven.

Hoe komt het (als dat (het geloof in de Christelijke Messias) nu zo’n essentieel punt zou moeten zijn) dat er daar geen melding / voorzegging van in de Tenach (het Oude Testament) te vinden is?

 

 

 

 

en ook hierover:

 

 

1 >    Volgens de voorzeggingen van de profeten Jeremia (Hfst 31:33-36 en 32:37-41) en Ezechiël (Hfst 36:26-28) heeft (in overeenstemming met Deuteronomium 30:2-8) het tijdperk van het Nieuwe Verbond de volgende kenmerken:

 

a) Dat het volk Israël zich in zijn totaliteit bekeerd heeft tot God, door de Thora instructies geheel te onderhouden en

b) Dat het volk Israël voorgoed (eeuwig) in het gehele land Israël woont waar ze vanaf dat moment NOOIT meer uit verwijderd wordt. 

 

Als we nu in de tijd van het Nieuwe Verbond zouden leven (zoals beschreven staat in Luk. 22:20 en Hebr. 10:16), waarom zijn dan deze voorzegde kenmerken nog steeds (inmiddels al zo'n 2000 jaar !!!) niet zichtbaar?

 

Ezech. 36:26-28 "26  een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. 27  Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. 28  Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn." Jer.31:33-36 "33 Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van de Eeuwige: Ik zal mijn Thora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.34  Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.35 Zo zegt de Eeuwige, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is Eeuwige der heerscharen: 36  Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord van de Eeuwige, dan zal ook het nageslacht van Israel ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen". Jeremia 32:37-41" zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede;  ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel" Deut 30:2-8 "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt." (Er wordt trouwens duidelijk gesproken over een Nieuw Verbond en niet over een Nieuwe Thora waar in het Christendom van wordt uitgegaan)

 

 

2 >   Hoe kan het zo zijn dat het Nieuwe Testament een totaal andere omschrijving geeft van het Nieuwe Verbond als het Oude Testament als het Nieuwe Verbond wordt voorzegd? In Luk. 22:20 Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: "Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt." en in Matt. 26:28 "Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.". Het Nieuwe Verbond zou volgens deze teksten betekenen dat er vergeving is door het vergoten bloed van de Messias. Het Oude Testament geeft, zoals we hierboven reeds gezien hebben, echter aan dat het Nieuwe Verbond daarin bestaat dat het volk Israël zich zal bekeren om weer volgens Gods instructies (de Thora) te leven, waarna God zijn beloften aan Israël in vervulling kan en zal laten gaan.

 

 

3 >   In Jesaja 11:2 en 3 staat geschreven (in een correcte vertaling vanuit het Hebreeuws) dat de Messias een Godvrezend persoon zal zijn (....eerbied voor de Eeuwige (zal op hem rusten), hij ademt eerbied voor de Eeuwige). Als de Messias God zou zijn zou deze omschrijving onlogisch zijn; God die godvrezend is.

 

 

4 >  Een christelijke overtuiging is het dat een mens de Thora niet kan houden (en dat daarom de Thora nu niet meer gehouden hoeft te worden)........Waarom zegt God dan in de Thora dat het niet moeilijk is de Thora te onderhouden? Deut. 30:11-16 Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet iets bovennatuurlijks voor u noch te ver verwijderd. Het is niet in de hemel, dat gij zoudt zeggen: ”Wie zal voor ons ten hemel opklimmen en het voor ons nemen, om het ons te doen horen, dat wij het volbrengen?” Ook is het niet aan de overzijde der zee, dat gij zeggen zoudt: “Wie zal  voor ons naar de overzijde der zee overtrekken en het voor ons nemen, om het ons te doen horen, dat wij het volbrengen?” Maar zeer nabij u is dit woord; in uw mond en in uw hart is het, om het te volbrengen. Zie ik leg u heden voor: het leven en het goede, den dood en het kwade. Daar ik u heden gebied, den Eeuwige, uwen God, te beminnen, door in Zijne wegen te gaan en Zijne geboden, wetten en rechtsvoorschriften in acht te nemen; opdat gij moogt leven en u vermeerderen, en de Eeuwige, uw God, u zegene in het land, waarheen gij komt om het in bezit te nemen.

 

 

5 >   Als Jezus de Messias zou zijn en (gezaghebbend) God zou zijn waarom luisteren dan het over overgrote deel zijn volgelingen niet naar wat hij zegt?. Hij zegt namelijk dat de Thora niet is afgeschaft (Matt 5:17-19 'Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.' De meeste Christenen zeggen dat dat wel zo is en houden zich niet aan de Thora. (De Christenen die nu zeggen dat de Thora nog wel van kracht is houden zich er in de praktijk trouwens ook niet aan, of ze reizen van de ene naar de andere plaats op de Shabbat en/of ontsteken vuur op Shabbat en/of overtreden met gemak een of meerdere van de 613 geboden in de Thora).

Verder zegt hij tegen zijn volgelingen dat zij moeten onderhouden wat de farizeeën en schriftgeleerden hun leren (de rabbijnen van het orthodoxe Jodendom van die tijd). Mat 23:1-3a " Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende: De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes.  Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat" Niemand van de volgelingen van Jezus (de Christenen) volgt heden ten dage deze instructie op. Hoe kan dat als Jezus Goddelijk gezag zou hebben en hij (volgens de Christenen) gehoorzaamd zou moeten worden?

 

 

6 >    Waarom zegt G’d tegen Kaïn dat hij over de zonden moet heersen als dat zonder behoud door Jezus' dood niet mogelijk zou zijn? Gen 4:7 "Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen."

 

 

7 >    In Gen. 3:16-19 staat “Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.?" Dit als 'straf' op de zonden. Als Jezus dan de straf en vloek van de zonden gedragen en weggenomen heeft waarom baren de meeste vrouwen (ook de christelijke) dan onveranderd kinderen met pijn? Waarom moet een mens dan nog steeds werkend zijn brood verdienen? en waarom sterven de mensen dan nog? Verder is ook niet te zien dat het geloof in Jezus op zich tot vrede, heelheid en gezondheid in de christelijke wereld heeft geleid. In tegendeel tot verdeeldheid (kijk naar de vele splitsingen in kerken), haat en zelfs vele vele oorlogen (dan neem ik de vele pogroms daar nog niet bij). Ook in de kerken die genezing door Jezus proclameren is er slechts blijvende genezing in zo'n 3 % van de gevallen, een percentage wat ook elders wordt gezien. Hoe komt het dat, als Jezus' dood voor heelheid van de gelovigen zou zorgen, dit niet overal zichtbaar is en zelfs niet bij de vurige gelovigen volgelingen van Jezus?

 

 

8 >    Volgens het Oude Testament is en blijft de mens zelf (ook Adam) verantwoordelijk voor al zijn zonden, niet iemands nakomelingen of een ander. Zo werd dat ook voor de toekomstige tijd geprofeteerd in Ezech. 18 en 33 (11  Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls? 12  Gij nu, mensenkind, zeg tot uw volksgenoten: Zijn gerechtigheid zal de rechtvaardige niet redden, wanneer hij tot overtreding komt; en door zijn goddeloosheid zal de goddeloze niet ten val komen, wanneer hij zich van zijn goddeloosheid bekeert. En wanneer hij zondigt, zal de rechtvaardige door zijn gerechtigheid niet kunnen leven. 13  Wanneer Ik tot de rechtvaardige zeg, dat hij zeker leven zal, maar hij vertrouwt op zijn gerechtigheid en doet onrecht, dan zal met geen van zijn gerechte daden rekening gehouden worden, maar om het onrecht dat hij deed, zal hij sterven. 14  En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid. 15  De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16  Geen van de zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven.).... Hoe kan dan een theologie ontstaan dat ieder mens (zonder geloof in Jezus) zou moeten boeten voor de zonde van Adam?

 

 

9 >    In Ps. 19:7 staat "De Thora van de Eeuwige is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is gewis, den slechten wijsheid gevende. De bevelen van de Eeuwige zijn recht, verblijdende het hart; het gebod van de Eeuwige is zuiver, verlichtende de ogen.". In Deut 29:29 staat "maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet (Thora) volbrengen." Er staat dat Thora volmaakt is, gewis is (stand zal houden) en dat hij voor Eeuwig is (dat staat ook op diverse andere plaatsen (bijv. Ps 119, wat een loflied is op de Thora). Hoe kan de Hebreeënbrief schrijver (8:13) dan de conclusie trekken op basis van Jer. 31 dat de Thora de verdwijning nabij is? In Deut. 30, Jer. 31 en Ezech 36 staat immers dat de Thora juist weer onderhouden zal worden (en ook Mal. 4 geeft zo duidelijk het belang voor de toekomst ervan weer). Het feit dat de Thora nog steeds als gezaghebbend door het Joodse volk is op zich al een duidelijk bewijs dat de betreffende tekst nie klopt.

 

 

10 >    In de Thora en de profetieën staat dat God mensenoffers haat. Hij zegt dat het voor Hem een gruwel is. (Lev. 81:21."En gij zult geen van uw kinderen overgeven, om het aan de Moloch te wijden, opdat gij de naam van uw God niet ontwijdt. Ik ben de Eeuwige". Deut. 12:31 "Niet alzo zult gij de Eeuwige, uw God, dienen; want al wat de Eeuwige een gruwel is, wat Hij haat, doen zij voor hun goden; zelfs hun zonen en hun dochters verbranden zij voor hun goden met vuur." De 18:10, Ezech 16:20 "dat gij de zonen en dochters die gij Mij gebaard hadt, genomen en ten offer gebracht hebt, hun tot spijze.". Ook de geschiedenis met de geloofsbeproeving van Avraham laat zien dat God geen mensenoffer vraagt. Hoe kan dan de theorie ontstaan dat God het offer van Jezus vraagt ter verzoening van zonden? Zie ook punt 3.

 

 

11 >    Als de Thora zegt dat de Tempel, als deze op de berg Zion gebouwd zou zijn, de enige plaats is waar offers gebracht zouden mogen worden en dat alles wat buiten deze plaats geofferd werd, door God niet als correct offer werd gezien, hoe kan het christendom dan beweren dat God de dood van Jezus, die op Golgotha plaatsvond, als offer zou zien. Deut 12:1-14; 14 "maar op de plaats die de Eeuwige in het gebied van een uwer stammen verkiezen zal, daar zult gij uw brandoffers brengen, en daar zult gij doen alles wat ik u gebied". Verder moest van de offerdieren alleen een aantal specifiek genoemde ledematen/delen van het dier op het altaar verbrand worden. Dan zou het alleen als offer gerekend worden. Ook om die reden kan de dood van Jezus nooit als offer voor God beschouwd worden.

 

 

12 >    Een christelijke overtuiging is het, dat de Tempel niet herbouwd wordt of in ieder geval het niet noodzakelijk is dat de Tempel herbouwd zal worden met daarbij de terugkerende offeranden. Waarom staat er dan in Jer. 33:17-21 "17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israëls gezeten is; 18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. 19 Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21 dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters, mijn dienaren" en in Mal. 3:4 "4 Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren." en in Ezech. 45:17-25: "17 Maar op de vorst rust de plicht van de brandoffers, het spijsoffer en het plengoffer, op de feesten, de nieuwemaansdagen en de sabbatten, op al de hoogtijden van het huis Israëls. Hij zal het zondoffer en het spijsoffer, het brandoffer en de vredeoffers brengen, om verzoening te doen voor het gehele huis Israëls. 18 Zo zegt Adonai de Eeuwige: In de eerste maand, op de eerste der maand, zult gij een gave jonge stier nemen en daarmede het heiligdom ontzondigen. 19 De priester zal daartoe iets van het bloed van het zondoffer nemen en dat strijken aan de post van het huis, aan de vier hoeken van de omloop van het altaar en aan de post van de poort van de binnenste voorhof. 20 Evenzo zult gij doen op de zevende van de maand ter wille van hen die onopzettelijk en onwetend zondigen; en gij zult verzoening doen voor het huis. 21 In de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zult gij het Pascha vieren; gedurende het feest van zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden. 22 Op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor al het volk des lands een stier als zondoffer bereiden. 23 En gedurende de zeven dagen van het feest zal hij zeven dagen lang dagelijks als brandoffer voor de Eeuwige zeven stieren en zeven rammen bereiden, alle gaaf, en als zondoffer dagelijks een geitenbok; 24 als spijsoffer zal hij een efa bij elke stier en een efa bij elke ram bereiden en een hin olie bij elke efa. 25 Ook in de zevende maand, op de vijftiende dag der maand, op het feest, zal hij het bereiden; zeven dagen lang desgelijks, zowel het zondoffer als het brandoffer, het spijsoffer zowel als de olie. (tussen haakjes: de Vorst die in vers 22 wordt genoemd is volgens Ezech 37:25 de Messias ben David). En waarom staat er dan in Ps. 119:160 dat de Thora instructies voor eeuwig gelden "160 Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig" en in Ezech 36:27 dat de inzettingen en verordeningen van de Eeuwige (dus ook de verordeningen en inzettingen voor de offeranden) weer gehouden zullen worden; "Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt."?.

 

 

13 >    Volgens de meeste christenen hoeft, o.a. op basis van Hebr. 8:13, de Thora niet meer onderhouden te worden. Waarom staat er dan in Mal. 3:19-24 (4:1-6) “Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de Eeuwige  der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de Eeuwige der heerscharen. Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen. De dag die hier wordt beschreven is duidelijk nog niet gekomen en de Eeuwige roept op om de Thora te onderhouden.

 

 

14 >    Volgens veel christenen is God genadiger geworden. In het NT openbaart God zich als een God van liefde (die het houden van de Thora niet meer belangrijk vindt) terwijl Hij onder het OT zich openbaart als een toornig God die Zijn kinderen een opdracht geeft die ze niet kunnen (en eigenlijk nooit zouden kunnen) volbrengen. (Tussen haakjes: De opdracht om de Thora te onderhouden zou er volgens hun alleen maar voor bedoeld zijn om aan te tonen dat ze die instructies niet kunnen houden.) Hoe kan het dan zijn dat God zich aan zijn volk in het OT juist in het geven van de Thora bekend maakt met de volgende woorden "6 De Eeuwige ging aan hem voorbij en riep: de Eeuwige, de Eeuwige, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7 die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft" Ook staat er in het OT dat de Eeuwige niet verandert Mal 3:6 "Voorwaar, Ik, de Eeuwige, ben niet veranderd."

Juist in het geven van de Thora, bewijst God zich volgens de Thora dat Hij een genadig God is. Dat hij instructies geeft om in Zijn aanwezigheid te komen. Door te ontkennen dat deze instructies de mens in Gods nabijheid brengen, is christendom juist een oorzaak donkerheid onder zijn volgelingen geworden. Vele oorlogen zijn er het indirecte resultaat ervan. Het christendom heeft in de afgelopen 2000 jaar geen vrede kunnen brengen. De boodschap varieerde van veroordeling en afwijzing tot haat en moord. Hoe kan dat?

 

 

15 >    Er wordt wel gezegd in christelijke kring dat de waarheid van het christendom wordt bewezen door de vruchten die het heeft (vele bekeerlingen, ervaringen en wonderen (die trouwens bijv. ook in de New Age beweging worden gezien)). Er wordt dan gedoeld  op de vele positieve dingen die het christendom heeft bewerkt t.o.v. het Jodendom. Het Jodendom zou geen goede boodschap hebben verkondigd. Hoe moet dan in dat kader 2000 jaar Jodenvervolging en Thoraverwaarlozing door het christendom worden gezien? Volgens de Tenach is en blijft Israël als de oogappel van God (Zach.2:8b  "want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan") En wat de Thora betreft; Volgens diverse teksten geldt die voor Eeuwig? Let wel aanhangers van het christendom hebben in de geschiedenis het Joodse volk meer vervolgd en gedood dan aanhangers van de Islam.Ook hebben de aanhangers van het Christendom meer oorlogen gestreden en veroorzaakt dan andere groepen.

 

 

16 >    Een christelijke uitspraak over het Oude Testament is dat er in die tijd geen vergeving/verzoening zonder bloedstorting mogelijk was (zie ook Hebr. 8:22). Waarom lees je dan in het Oude Testament  (Leviticus 4-6) dat alleen bij een aantal specifieke (vooral onopzettelijke) zonden bloed het zoenmiddel was. Daarbij kon ook nog eens het offer met bloed voor de armlastigen vervangen worden door een meeloffer waarbij geen bloed van pas kwam. O.a. in Ezech.18, 33,  Ps. 32, Hos. 14:2, Deut. 30, en de geschiedenis van Jona lees ik dat vergeving geschied / geschieden zal op grond van belijdenis van zonden en bekering. Ezech. 33:14-16 "14 En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid. 15 De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16 Geen van de zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven." Hos. 14:1-4 "1 Bekeer u, Israël, tot de Eeuwige, uw God, want door uw ongerechtigheid zijt gij gestruikeld. 2 Komt met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen. 3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen af." Ps 32:5 "Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de Eeuwige mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden", Deut.30:2-6: "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt".

 

 

17 >    De hele Tenach spreekt over het grote belang van de terugkeer van het Joodse volk en het belang van het wonen van het Joodse volk in Eretz Israël met een staatkundige inrichting als in de tijd van David en Salomo maar dan perfect. Compleet met tempel en tempeldienst. Mal. 3:4 4 "Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren". en Jeremia 33: "17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israels gezeten is; 18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. 19 Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21 dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters, mijn dienaren. 22 Zoals het heer des hemels niet geteld en het zand der zee niet gemeten kan worden, zo talrijk zal Ik maken het nageslacht van mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen."

Dit is in compleet andere realiteit dan wat wordt beweerd in de christelijke theologie die in zijn geheel en over grote meerderheid er vanuit gaat dat alle teksten van herstel en terugkeer naar het land Israël als geestelijk moeten worden gezien. Hoe kan dat? (eigenlijk best raar dat de oordelen wel letterlijk voor Israël zouden zijn maar de beloften ineens voor de kerk ) De hele boodschap van het christelijke Nieuwe Testament is hier van af gebogen en heeft de profetieën ontkracht als zijnde dat het niet meer van belang is of aan de orde dat de Tempel er weer zal zijn en dat het Joodse volk weer terug in het land Israël zal komen. En dit terwijl er in Jer. 32 staat dat het terugbrengen van het volk Israël naar het land Israël iets is wat de Eeuwige met heel zijn hart en ziel doet "40 ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; 41 Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel."en waar Hij de heiliging van Zijn Naam aan verbonden heeft. Ezech. 36 "23 Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u als Heilige zal betonen.24 Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land;"

 

 

18 >    Heel duidelijk staat er in de eeuwig geldende instructies van de Thora en ook verder in de Tenach dat God aan Israël een speciale plaats heeft gegeven voor altijd middels / naar aanleiding het verbond met Abraham Het is onveranderlijk. (Gen 17:7  Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn..1 Sam. 12:22 Want de Eeuwige zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. de Eeuwige heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken, Psalm 105:6 gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Ya’akov, zijn uitverkorenen. Hosea 2:2020 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Eeuwige kennen.

Zo hebben Israel als land Jeruzalem als plaats en de Tempelberg (de berg Sion) als locatie ook een speciale plaats. Zacharia 16, 17 Daarom, zo zegt de Eeuwige: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Eeuwige der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede; nog zal de Eeuwige Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen. Psalm 132:13-18 Want de Eeuwige heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd. Jes. 62:11 Want de HERE doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: 12 Het heilige Volk, De Verlosten van de Eeuwige; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad.)

Paulus' woorden (in de brief Efeze 2:14) gaan hier regelrecht tegenin. Hij zegt dat ieder nu gelijk is. Hij zegt dat Israël die speciale plaats niet meer heeft en dat de volgelingen van Jezus' deze plaats nu hebben.

Verder spreekt hij met soortgelijke woorden over de Tempel 1 Cor 3:16 en 17 waarmee de herbouw van de fysieke Tempel in Jeruzalem mee afgedaan wordt.

Hoe komt het dat zeer zeer velen die woorden van Paulus klakkeloos hebben aangenomen voor waarheid terwijl ze tegen de eeuwige instructies van God zelf ingaan?

Velen zeggen tegenwoordig dat Paulus het zo niet bedoeld heeft maar de praktijk van 2000 jaar christendom leert dat het wel zo is opgevat. De christenen zijn de afgelopen 2000 jaar de grootste vervolgers van de Joden geweest zonder ook maar stil te staan bij de speciale plaats die het volk Israël heeft. Verder heeft men het land Israël en de plaats Jeruzalem voor zichzelf willen opeisen zonder die plaats aan Israël te willen geven. En ook nu nog is maar een kleine minderheid van het christendom overtuigd van Israëls speciale plaats en de speciale band tussen het land Israël, de stad Jeruzalem en het volk Israël.

 

 

19 >    Gods liefde komt tot uiting in het geven van de instructies van de Thora. Ps 119:39b "want uw verordeningen zijn goed". Ps 119:18 Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet. De Thora is goed (voor de mens) voor eeuwig.Ps 19:7 De wet van de Eeuwige is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. Pr 3:2 'want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen'. Pr 3:18 'Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen';

Het christendom doet er afbreuk aan. Door vast te houden aan de overtuiging dat de zonden bij voorbaat al verzoend zijn door Jezus' dood wordt er afbreuk gedaan aan de waarde van de eeuwige instructies van de Thora die God uit liefde aan Israël heeft gegeven. Ook door de zogenaamd 'thoragetrouwe messiasbelijdende joden' wordt er duidelijk minder zorgvuldig om gegaan met het onderhouden van de Thora. Volgens de christelijke theologie kan de mens de wet immers toch niet houden (volgens de Thora juist wel. Deut 30:11  Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg.)

Daarnaast er is nog altijd een redmiddel voor als je zondigt. Het is dus eigenlijk minder erg als je zondigt) De 32:46 zeide hij tot hen: Neemt al de woorden ter harte, waarmee ik u heden vermaan, opdat gij daarmee uw kinderen zult opdragen al de woorden dezer wet nauwgezet te onderhouden. 47 Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen. De 30:20 door de Eeuwige, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.
In de praktijk van het christendom wordt of de Thora helemaal niet gehouden of niet geheel. Hoe kan dat hebben ontstaan? Hoe kan het zijn dat het christendom de Thora als juk en niet als uiting van Gods liefde bestempelen?

 

 

20 >    Volgens de Tenach is goed, heilig leven (in het verleden heden en toekomst) een leven naar de richtlijnen van de Thora. Lev. 20:7.8 "Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de Eeuwige, uw God.8 Zo zult gij mijn inzettingen nauwgezet in acht nemen; Ik ben de Eeuwige, die u heilig." Micha 6:8 "Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.", Jes. 56:1 "Zo zegt de Eeuwige: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid, want mijn heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren.2 Welzalig de sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand, zodat zij niets kwaads doet."

Wat goed doen is, is duidelijk verwoord in de Thora (die voor eeuwig van kracht is). Volgens het Christendom heeft goeddoen niets met de Thora te maken. Het liefhebben van God is vertaald in het trouw met de kerk meelevend zijn en goed zijn voor de naaste. De instructies van hoe de liefde tot God tot uiting te brengen zijn afgedaan en ontkracht. Zie wat Paulus schreef in zijn brief aan de Galaten 3:"24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. 25 Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester."

Dit gaat ook weer tegen het Oude Testament in. Hoe kan dat? Nergens in het Oude Testament staat dat de Thora afgedankt zou worden. In tegendeel. Zie Ezech 36 en Jer 31 (zie boven)

 

 

21 >    Volgens de Thora is het besnijdenisteken/verbond een eeuwige instelling dat als teken dient voor het volk van God, Gods uitverkorenen Gen 17 "10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; 11 gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. 12 Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. 13 Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond.".

Wie geeft Paulus dan de autoriteit om dat ongedaan te maken, te ontkrachten? (in oa Gal. hst 5 (geheel) en 6:15 "15 Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is." en Ef. 2:12-19 "12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, 16 en de twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods," (Dit hele gedeelte is trouwens in lijnrechte tegenspraak met de Thora en de profetieën)

Ook het mikwe (reinigingsbad) door onderdompeling is zo'n teken. Wie geeft de christelijke kerk (het grootste deel ervan) de autoriteit om dat ongedaan te maken of aan te passen?

 

 

22 >    In Hosea 14:2 wordt gesproken over het aanbieden van 'de belijdenis der lippen' in plaats van offerstieren als sleutel tot vergeving. (Ho 14:2 Komt met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen.3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen af. 5 Ik zal zijn als de dauw voor Israel, hij zal bloeien als een lelie, en zijn wortelen uitstrekken als de Libanon. 6 Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon.) Nergens wordt er gesproken over het feit dat een mensenoffer de stierenoffers zou gaan/kunnen vervangen. Ook niet in Jes. 53 (zie de desbetreffende pagina). Hoe kan men beweren dat de christelijke theologieën over het vervangend offer van Jezus op de Tenach zijn gebaseerd? (Deze theologieën vinden juist hun oorsprong in de heidense Mithras vereringscultuur).

 

 

23 >    In Deut. 30:1-10 en in 1 Kon. 8:46-53 spreken resp. Moshe en koning Shlomo over de toekomst van het volk Israël waarin zij zich van God af zou keren maar ook over te toekomst waarin het volledige herstel plaats gaat vinden.

 

Waarom spreken Moshe en Shlomo, als zij het hebben over de (komende) 'terugkeer naar God' niet over het geloof in de Messias als (enige) redmiddel en als weg tot behoud maar over het terugkeren in het onderhouden van de Thora instructies?  Het Nieuwe Testament beweert toch dat het niet meer nodig is de Thora te onderhouden en dat het geloof in Jezus als Messias het enige vereiste tot behoud is voor 'Jood en Griek'?

 

Deut 30:1-10 "Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de Eeuwige, uw God, u verdreven heeft, En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt. En de Eeuwige, uw G’d, zal al deze vervloekings-eeden doen komen op uw vijanden en uw haters, die u vervolgd hebben. Gij echter zult weer luisteren naar de stem van de Eeuwige en zult volbrengen al zijn geboden, die ik u heden gebied. De Eeuwige, uw G’d, zal u den meerdere doen worden in al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem ten goede, want de Eeuwige zal weer over u verheugen, u ten goede, gelijk Hij Zich over uw vaderen verheugde, Wanneer gij namelijk naar de stem van de Eeuwige, uw G’d, luisteren zult om Zijn geboden en Zijn wetten in acht te nemen, welke in dit boek der leer geschreven zijn; indien gij u tot de Eeuwige, uw G’d, terugkeren zult met geheel uw hart en met geheel uw ziel. "

 

1 Kon. 8:46-53 "Wanneer zij tegen U zondigen (er is immers geen mens die niet zondigt) en Gij op hen toornig wordt en hen overlevert aan een vijand, zodat men hen als gevangenen wegvoert naar het land van de vijand, ver of nabij, wanneer zij het dan ter harte nemen in het land waarheen zij weggevoerd zijn, zich bekeren, en tot U smeken in het land van wie hen weggevoerd hebben en zeggen: wij hebben gezondigd, ongerechtigheid bedreven en goddeloos gehandeld, wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en hun gehele ziel in het land hunner vijanden die hen weggevoerd hebben, en wanneer zij tot U bidden in de richting van het land dat Gij hun vaderen gegeven hebt, van de stad die Gij verkoren hebt, en van dit huis dat ik voor uw naam gebouwd heb, hoor dan in de hemel, de vaste plaats uwer woning, naar hun gebed en naar hun smeking en verschaf hun recht. Vergeef uw volk hetgeen waarin zij tegen U gezondigd hebben, en al hun overtredingen die zij tegen U begaan hebben, en geef hun barmhartigheid bij degenen die hen weggevoerd hebben, zodat zij zich over hen erbarmen, want zij zijn uw volk en uw erfdeel dat Gij uit Egypte hebt geleid, midden uit de ijzeroven. Laten dan uw ogen geopend zijn voor de smeking van uw knecht en voor de smeking van uw volk Israël, en hoor naar hen, zo dikwijls zij tot U roepen, want Gij hebt hen U ten erfdeel afgezonderd uit alle volken der aarde, zoals Gij gesproken hebt door de dienst van uw knecht Mozes, toen Gij onze vaderen uit Egypte hebt geleid, HaShem de Eeuwige."

 

 

24 >    In Jer. 23:5-8 staat "Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de Eeuwige is onze gerechtigheid. Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de Eeuwige leeft, die de Israëlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: Zo waar de Eeuwige leeft, die het nageslacht van het huis Israëls heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen.". Als Jezus de beloofde Messias zou zijn waarom zijn deze woorden dan niet ten tijde van de dagen dat hij verwekt is in vervulling gegaan?

 

 

25 >   In de Tenach (Oude Testament) staat dat je in Gods aanwezigheid komt (en dat er heelheid, vergeving en genezing is) door te luisteren naar God, door het onderhouden van Gods geboden, de Thora. Lev. 26: "3 Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, 4 dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; 5 de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. 6 En Ik zal vrede in het land geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren. 7 En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 8 Vijf van u zullen honderd achtervolgen, en honderd van u zullen tienduizend achtervolgen, en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 9 En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en u talrijk maken, en Ik zal mijn verbond met u bevestigen. 10 En gij zult het overjarige, dat overgebleven is, eten, en het overjarige zult gij voor het nieuwe moeten wegdoen. 11 En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, 12 maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn."
Le 18:5 'Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de Eeuwige'. Ps 19:7 '7 De wet van de Eeuwige (de Thora) is volmaakt, zij hersteld de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.'. Deut 6:2 opdat gij de Eeuwige, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang leven moogt' Deut. 6:24 De Eeuwige gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de Eeuwige, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wel zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is'. De 30:20 door de Eeuwige, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.", De 32:47 "Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen." Spr 3:2 'want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen'. Spr 3:18 'Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen';  Eze 20:11 'Ik gaf hun mijn inzettingen en maakte hun mijn verordeningen bekend; de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven'.

 

Verder staat er in deze gedeelten duidelijk dat deze instructies voor eeuwig gelden. Ook koning David zegt het duidelijk in Ps 119: 152 "Van oudsher weet ik uit uw getuigenissen, dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld....:160 Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig. Ps 89:34 mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is". Ps 111:7b-9a: ...betrouwbaar zijn al zijn bevelen, vastgesteld voor immer en altoos, volbracht in waarheid en oprechtheid. Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend.

 

Ook nu kom een mens dus in Gods aanwezigheid door gehoorzaamheid aan God, het onderhouden van Gods geboden (de Thora). Mich 6:8 "8 Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God." Door te stellen dat je nu in Gods aanwezigheid komt door (alleen) het geloof in Jezus als de Messias is gebaseerd op deze (door God eeuwig gegeven instructies) een afleiden van de waarheid. De Nieuw Testamentische boodschap "Galatenbrief 2:16 wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus" en Romeinenbrief 10:4 "Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft." is in tegenspraak met de eeuwige boodschap van de Thora/Tenach. Ook met het geheel van alle profetieën die voor de komende toekomst gelden. Herstel is er weer voor Israël als ze weer leven volgens de Thora. Ezech. 37:24b "Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden.".

 

Hoe kan het zijn dat heel veel mensen het zo maar aannemen dat Gods woorden (van betekenis) zijn veranderd? Hoe kan het zijn dat velen daar niet over na durven te denken of in durven te zien terwijl juist het erkennen van Gods waarheid tot wereldomvattend herstel zou kunnen leiden. (lees ook eens verder de teksten over het Nieuwe Verbond).

 

Het stellen dat de Thora voor de mens niet (meer) van belang is om in Gods volle aanwezigheid te komen of te leven is een afhouden van de waarheid. Jes.2:2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem. Door te beweren dat iemand in Gods aanwezigheid komt door het geloof in de evangeliën in plaats van door het gehoorzaamheid aan God worden gelovigen juist in donkerheid in plaats van licht gebracht.

 

 

26 >   Een groeiend aantal (bijbel)gelovigen realiseert zich dat de instructies van de Thora nog steeds bindend c.q. geldend zijn (zoals dat natuurlijk staat in o.a. Deut. 4:40 (Onderhoud dan zijn inzettingen en zijn geboden, die ik u heden opleg, opdat het u en uw kinderen na u wel ga en opdat gij lang leeft in het land, dat de Eeuwige, uw God, u geven zal voor altijd.)) In die eeuwige Thora staat op diverse plaatsen ‘Zo zal de priester over hem verzoening doen voor zijn zonde, en het zal hem vergeven worden.‘ of ‘zo zal hij verzoening doen …… en het zal rein zijn’ (o.a. Lev. 4:20, 4:26, 4:31, 4:35, 5:10, 5:13, 5:16, 5:18, 12:7, 12:8, 14:53 en 16:16). Verder worden offers door G’d als offers aangemerkt als ze op de daarvoor bestemde plaats geofferd worden (o.a. Deut 12:1-14): In de Tempel op het altaar. Er wordt niet gesproken over een andere manier van verzoening aanbrengen of een andere manier van offeren in deze eeuwig geldende instructies.

Hoe kan er dan daarnaast een theologie ontstaan/bestaan waarbij een mens moet sterven ter verzoening van een andermans zonden en dat er alleen door het sterven van die persoon verzoening mogelijk is?

Zie ook o.a. Ezech. 18: 20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf. 21 Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van alle zonden die hij begaan heeft, al mijn inzettingen onderhoudt en naar recht en gerechtigheid handelt, dan zal hij voorzeker leven; hij zal niet sterven. 22 Geen van de overtredingen die hij begaan heeft, zal hem worden toegerekend; om de gerechtigheid die hij betracht heeft, zal hij leven.

 

 

27 >   Volgens de Christelijke theologie is Jezus God omdat hij Gods zoon genoemd zou zijn. In Ex 4 staat dat het hele Joodse volk de zoon van God is (22 Dan zult gij tot Farao zeggen: Zo zegt de Eeuwige: Israel is mijn eerstgeboren zoon). Zou dit dan ook betekenen dat elke Israëliet God is?????

 

 

28 >    Volgens de Christelijke theologie kan God alleen echt van een mens houden als de ‘schuld verzoend’ is door een vereist offer, Hoe kan het dan zijn dat God Daniël, na de verwoesting van de eerste Tempel en voor de herbouw van de tweede tempel (zonder offer) “zeer bemind” noemt?  Dan. 9:23

 

 

29 >    Hoe komt het dat Jezus, als hij de beloofde Messias zou zijn, geen van de duidelijke profetieën over de Messias in het Oude Testament heeft vervuld?

 

 

30 >    Waarom zou je in Jezus als beloofde Messias moeten geloven (als voorwaarde voor je 'behoud') als hij geen van de duidelijke voorzeggingen over de Messias die in de Tenach (Oude Testament) staan (en waaraan we de Messias kunnen herkennen) heeft vervuld?

 

 

31 >    In Hosea 11:9 staat "Want God ben ik, en geen mens,". In Ps 146:3 en 4 staat "3 Vertrouw niet op ....een sterveling bij wie geen redding is" en in Hosea 13:4 staat "Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten mij is er niemand die je redt." Hoe kan, als je deze teksten leest, een theorie ontstaan dat God mens zou zijn die door het sterven van Zijn mens-zijn verlossing zou moeten brengen?. Er staat namelijk: God is geen mens. Er is geen verlosser dan God alleen en Sterfelijke mensen kunnen geen verlossing brengen.

 

 

32 >    In Jesaja 14:1 staat: "Maar over Jakob zal de Eeuwige zich ontfermen, weer wordt Israël uitverkoren. Hij zal hen in vrede laten wonen op hun eigen grond. Vreemdelingen zullen zich bij hen aansluiten en zich voegen bij het volk van Jakob." en in Zach 8:23 staat " En dit zegt de Eeuwige van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.”’ Ezech 37:19 " zeg dan: “Dit zegt God, de Eeuwige: Ik neem het stuk hout van Jozef-dat van Efraïm dus-en van de stammen van Israël die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden.”

Volgens de profeten zullen de niet Joden om God te dienen zich bij het fysieke volk Israel aansluiten. Hoe kan een theorie aanvaard worden waar dit aansluiten bij het fysieke volk Israel (wat nooit verdwenen is geweest) niet meer van belang is?

 

 

33 >    In Jesaja 56:3,6 en 7 staat dat een niet Jood een deel van het volk van God te worden door zich fysiek bij Israel aansluiten (wat onder andere bestaat in het gaan vieren van de Shabbath en verder de gehele Thora instructies op zich te nemen. "De vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De Eeuwige zondert mij zeker af van zijn volk.’ ....En de vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden om hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de Eeuwige te zijn- ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan mijn verbond-, hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar. Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’." Deze profetie is nog steeds van kracht.

Hoe kan een geloofsovertuiging aanvaard worden (zoals dat staat in de 'Efeze brief' 2:11-13) waarin wordt geleerd dat je nu enkel door het geloof in een Messias onderdeel wordt van het fysieke volk Israel wat ook nog in de praktijk niet zo is.

 

34 >    In Jesaja 59:21 staat: "Dit verbond sluit ik met hen-zegt de Eeuwige: Mijn geest, die op jou rust, en de woorden die Ik je in de mond heb gelegd, zullen uit jouw mond niet wijken, noch uit de mond van je kinderen, noch uit de mond van je kindskinderen, van nu tot in eeuwigheid-zegt de Eeuwige" Hier  staat geschreven dat de woorden en openbaringen van God voor altijd via het Joodse volk zouden en zullen lopen.  Hoe kan er een nieuwe 'openbaring' (die niet met de inhoud van Thora en profeten overeenkomt) grip krijgen die niet via het Joodse erkend maar via een 'nieuwe groep'  is als God zegt dat hij voor altijd Zijn woorden aan het Joodse volk heeft toevertrouwd? Vanaf de begintijd van het Christendom en de christelijke overtuigingen zijn deze nooit een onderdeel geweest van het geheel van openbaringen (zoals Thora en profetische geschriften) die aan het Joodse volk zijn toevertrouwd en/of door enig officieel erkende Joodse (rechts)instelling  erkend is geweest. De Christelijke theologieën zijn nooit door het Joodse volk 'officieel' als gezaghebbend aanvaard zoals de Thora en de Profetische geschriften dat wel zijn.

 

35 >    In Deuternomium 4:2 staat "Gij zult aan wat ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw God, onderhoudt, die ik u opleg". Hoe kan er een gebod worden geaccepteerd dat je moet geloven in de vervangende dood van de Messias als voorwaarde voor toegang tot God en van behoud en redding? Ook het sanhedrin (de rechters) heeft dit nooit bepaald.

 

 

 

 

-0-0-0-0-0-0-0-

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier nog wat om over na te denken:

 

Binnen het Judaisme (Jodendom) en het Joodse denken wordt het Nieuwe Testament niet als betrouwbaar gezien en Jezus als een valse profeet beschouwd, één van de 152 die de Joodse geschiedenis heeft gekend waaronder Sabtai Zvi en Bar Kochba (die zelfs door de bekende Rabbijn Akiva lange tijd als de beloofde Messias werd gezien). We als Joden hebben deze overtuiging omdat bepaalde teksten (of door Jezus uitgesproken voorzeggingen) niet uitgekomen zijn, niet kloppen of omdat bepaalde gedeelten uit de Tenach (Oude Testament) foutief worden aangehaald. Om die redenen kunnnen wij als Joden het Nieuwe Testament niet zien als het onfeilbare woord van God zoals een Christen dat ziet (tussen haakjes: onze Joodse kijk op de Tenach is anders dan de Christelijke kijk op de Bijbel).

Hier volgen een aantal voorbeelden (er zijn er meer). Voor alle duidelijkheid: Ook deze voorbeelden zijn zeker niet bedoeld als een aanval op iemands (Christelijke) overtuiging maar zijn er puur voor bestemd om begrip en respect te kweken voor de vraagtekens die het Joodse volk bij het Nieuwe Testament als betrouwbare bron. Als eerste een duidelijk voorbeeld:

 

 

>    In Mt. 16:28 staat “Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid”. Deze profetie is niet uitgekomen. Alle daar aanwezigen zijn reeds gestorven en de Zoon des mensen is niet gekomen met koninklijke waardigheid.  Ook de tekst in Mark 9:1 is niet uitgekomen. "En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht.". Dit is een ontegenzeggelijk voorbeeld van een (volgens het Nieuwe Testament) door Jezus uitgesproken profetie die niet is uitgekomen. Daarmee diskwalificeert Jezus zichzelf als Messias en profeet. Op basis van deze tekst alleen al moet een Jood, op grond van de door God gegeven instructies in de Thora Jezus als valse profeet afwijzen. Lees Deuteronomium 18:18-22 "18 een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied. 19 De man, die niet luistert naar de woorden welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen . 20 Maar een profeet, die overmoedig genoeg is om in mijn naam een woord te spreken, dat Ik hem niet gebood te spreken , of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven. 21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de Eeuwige niet gesproken heeft? 22 Als een profeet spreekt in de naam van de Eeuwige en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Eeuwige niet gesproken heeft ; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen." en Deuteronomium 13:1-5

 

 

 

 

Verder nog een groot aantal voorbeelden.

 

 

 

>    In Matt. 1:11 staat " Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap". In 1 Kron. 3:15 en 16 staat echter dat Jechonia zijn kleinzoon was in plaats van zijn zoon. Jojakim heeft Jechonia verwekt "15 De zonen van Josia waren: de eerstgeborene Jochanan, de tweede Jojakim, de derde Sedekia, de vierde Sallum. 16 De zonen van Jojakim: zijn zoon Jechonja en zijn zoon Sidkia." Er zijn geslachten overgeslagen. Daarmee klopt Matt. 1:17 ook niet meer "Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten."

 

>    Nog een keer Matt. 1:11 " Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap" Jechonia zou een van de voorvaders van Jezus zijn. In Jer.22: 24, 30 “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Eeuwige, al was Konjahu, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring aan mijn rechterhand, toch zou Ik u daar afrukken….Zo zegt de Eeuwige: Schrijf deze man in als kinderloos, een man die in zijn dagen geen geluk heeft, want het zal aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren” Mattheus geeft aan dat Jezus uit de lijn van Jechonja (zijn bijnaam is Konjahu) voortkomt. Volgens Jer. 22:30 zal geen van de nakomelingen van deze Jechonja de Messias zijn.

 

>    In Matt. 1:12 staat "Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel," Zerubbabel was echter niet de zoon van Sealtiel maar van zijn broer Pedaja zo kan je in 1 Kron 3:19 lezen "19 de zonen van Pedaja: Zerubbabel en Simi; de zonen van Zerubbabel: Mesullam en Chananja (en hun zuster was Selomit),"

 

>    In Matt. 1:13 staat "Zerubbabel verwekte Abihud". Volgens 1 Kron 3:19 had deze Zerubbabel echter geen zoon die Abihud heette "de zonen van Zerubbabel: Mesullam en Chananja (en hun zuster was Selomit)"

 

>    In Matt. 1:13-16 staat "13 Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.". In Lukas 3: staat echter: "23 En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, de zoon van Eli, 24 de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Jozef, 25 de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naum, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, 26 de zoon van Maat, de zoon van Mattatias, de zoon van Semein, de zoon van Josek, de zoon van Joda, 27 de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiel". Volgens Matt. is Jozef de zoon van Jakob, volgens Lukas is Jozef de zoon van Eli.

 

>    In Matt. 1:13-16 staat verder ook "1 Geslachtsregister van Jezus ....11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap. 12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, ..., Mattan verwekte Jakob,16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is." Naast het feit dat het geslachtsregister niet overeenkomt met die van Lukas.  Deze lijn (van overdracht van het koningschap) loopt wel via Salomo (dat klopt i.t.t. het register in Lukas, zie verderop) maar ook via Jechonia. En dat kan niet. Deze koning was een zeer goddeloze koning (2 Kron 36:9, lees de hebreeuwse vertaling van de naam daar de vertalers de naam niet consequent hetzelfde vertalen). Hij werd daarvoor gestraft met een vloek die beschreven staat in Jer. 22:24-30 "30 Zo zegt de Eeuwige: Schrijf deze man in als kinderloos, een man die in zijn dagen geen geluk heeft, want het zal aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te regeren.". Hier staat dus dat geen van zijn nakomelingen op de troon van David zal zitten, dus ook Jezus niet.

 

>    In Matt. 1:22-23 “Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.”  Jesaja 7:14 verkeerd geciteerd. Daar staat namelijk “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw (jonge vrouw) zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven.”. Voor het woord maagd heeft het hebreeuws een eigen woord (betulah). Het woord wat hier gebruikt word is ‘almah’ wat jonge vrouw betekend. Deze profetie is trouwens in die tijd al in vervulling gegaan. "en zij zal hem de naam Immanuel geven". Deze profetie is nooit uitgekomen met Jezus, hij is nooit Immanuel genoemd, in plaats daarvan was zijn naam Jezus. De tekst kan ook niet op de 'christelijke' Jezus duiden omdat het in vers 16 zegt: "Maar voordat de jongen weet het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen, zal het land ontvolkt zijn, voor welks beide koningen gij angstig zijt". Het zegt hier dat er een tijd zal zijn dat de jongen niet in staat zal zijn het kwade te verwerpen. En aangezien Jezus, volgens het christendom, zonder fouten zou zijn, kan deze tekst (ook vanuit christelijk perspectief) niet naar hem verwijzen.

 

>    In Matt. 2:15 staat " opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen." De betreffende tekst in Hosea 11:1 gaat echter duidelijk over het volk Israël als volk. Hos. 11:1-5 "1 Toen Israel een kind was, heb Ik het liefgehad, en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen. Hoe meer men hen riep, des te meer dwaalden zij weg: aan de Baals offerden zij en aan de gesneden beelden brachten zij reukoffers.  En Ik leerde Efraim lopen; Ik nam hen op mijn armen, maar zij erkenden niet dat Ik hen genas. Met mensenbanden trok ik hen, met koorden der liefde; Ik was hun als degenen die het juk van hun kinnebak hieven. Ik neigde Mij tot hem, gaf hem te eten. Zal hij niet naar het land Egypte terugkeren? Ja, Assur zal zijn koning zijn, omdat zij geweigerd hebben zich te bekeren."

 

>    In Matt. 2:23 staat  "en, daar gekomen, vestigde hij zich in een stad, genaamd Nazaret, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is, dat Hij Nazoreeer zou heten.". Nergens staat dit in de profetieën (in de Tenach, of andere Joodse geschriften) voorzegt.

 

>    In Matt. 3:2 staat  "en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen". Profetie is niet uitgekomen. Er wordt nog steeds op gewacht.

 

>    Matt. 5:21 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. 22 Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. Ook hier geld precies hetzelfde als het voorgaande. Jezus zegt ook hier autoriteit te hebben om de Thora te wijzigen (in zijn woordgebruik laat hij het voorkomen als een tegenstelling). Zoals we echter in Ps 119.160, Deut 12:28, en Mal. 3:6 kunnen lezen is dat de Eeuwige niet verandert en dat de Thora instructies voor eeuwig gelden. Ook hier is het gebruik van hel zoals in deze tekst komt uit de Griekse mythologie en zeker niet uit de Tenach (Oude Testament) en uit het Joodse denken.

 

>    Matt. 5:27 "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. 28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.29 ....... en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.". Wederom duidt het woordgebruik aan dat het om een tegenstelling gaat die Jezus uitspreekt. Een verandering t.o.v. het verleden. Zie hier boven. Jezus heeft die autoriteit niet. Hoe goed het principe ook is. Verder het gebruik van hel zoals in deze tekst komt uit de Griekse mythologie en zeker niet uit de Tenach (Oude Testament) en uit het Joodse denken.

 

>    In Matt. 5:33,34a staat “ Wederom hebt gij gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw eden gestand doen. Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren”. Jezus zegt hier autoriteit te hebben om de Thora te wijzigen (in zijn woordgebruik laat hij het voorkomen als een tegenstelling). Zoals we echter in Ps 119.160, Deut 12:28, en Mal. 3:6 kunnen lezen is dat de Eeuwige niet verandert en dat de Thora instructies voor eeuwig gelden (geldt ook andere dergelijke uit Matt. 5:28-44 en Matt. 19:7-9).

 

>    In Matt. 8:17 staat "opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen." Jezus genas niet de zieke door de ziekte over te nemen. Het is dus geen vervulling zijn van betreffende profetie.

 

>    In Matt. 8:21 “Een ander echter, een van zijn discipelen, zeide tot Hem: Here, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. 22 Maar Jezus zeide tot hem: Volg mij en laat de doden hun doden begraven”. Dit is een zeer on-Joodse gedachte. Het is juist van groot belang binnen het Joods denken door alle tijden heen om met zorg familieleden te begraven en met rouwenden mee te treuren.

 

>    In Matt. 9:3, 4 staat “En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze lastert God.  En daar Jezus hun overleggingen kende, zeide Hij: Waarom overlegt gij kwaad in uw hart?”. Wie zegt dat ze dat inderdaad dachten. Dit is niet te bewijzen.

 

>    In Matt. 10:35, 36 staat “Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.”. Dit gaat lijnrecht tegen de Thora in en tegen de beschrijving van de Messias in de profetieën.

 

>    In Matt. 10:23 staat “Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt.”. Een profetie die niet klopt. Hij is niet uitgekomen.

 

>    In Matt. 11:12-14 staat “Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.”. Jezus zegt dat Johannes de Doper Elia is. In Joh 1:12 staat "En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.". Hij zegt dus dat hij het niet is. Jezus sprak dus niet de waarheid.

 

>    In Matt. 12:81-21 staat “18 Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen. 19  Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal op de pleinen zijn stem horen. 20  Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven, voordat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht. 21  En op zijn naam zullen de heidenen hopen.”. Hier wordt Jes. 42 aangehaald. Daar staat echter iets anders: “1 Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren. 2  Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen.3  Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren. 4  Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten. Mattheus haalt hier de profeet Jesaja foutief aan. In de studie over Jes. 53 zien we dat dit gedeelte juist over het Joodse volk in zijn geheel spreekt.

 

>    In Matt. 17:20 staat “Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn.”. Klopt niet en is zeker ook geen praktijk in het Christendom. Lees maar eens "Het gewijde dagboek" van Adrian Plass.

 

>    In Matt. 19:7-9 staat: “Hij zeide tot hen: Mozes heeft u met het oog op de hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden, maar van den beginne is het zo niet geweest. Doch Ik zeg u.” Even los van de inhoud zegt Jezus hier dat Mozes dit gebod uit de thora zelf heeft gegeven (Deut. 24:1: Wanneer iemand een vrouw genomen en gehuwd heeft, dan zal, (als hij haar geen genegenheid toedraagt, omdat hij iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, en hij een scheidbrief geschreven en haar die overhandigd heeft, waarna hij haar uit zijn huis heeft weggezonden). Door de hele Thora heen lezen we juist dat de Eeuwige de instructies uit de Thora zelf heeft gegeven en dat Mozes ze heeft overgebracht. Hoe we ook over de inhoud denken, de instructies in de Thora gelden voor eeuwig  (De 12:28  Luister aandachtig naar al deze geboden, die ik u geef; opdat het u en uw kinderen na u voor altoos wel ga, wanneer gij doet wat goed en recht is in de ogen van de Eeuwige, uw God.). Ze kunnen niet door Jezus weersproken worden. God verandert niet (Voorwaar, Ik, de Eeuwige, ben niet veranderd).

 

>    In Matt. 19:17 staat: “En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God”. Deze tekst geeft duidelijk aan dat hij niet claimde God te zijn in tegenstelling tot wat het Christendom nu leert.

 

>    In Matt.21:9  staat “En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!” Hosanna wordt door de briefschrijver (ook door de briefschrijver van Markus en Johannes gebruikt als lofuiting. Kennelijk waren ze dus niet op de hoogte met het Hebreeuws. Het betekend namelijk "Redt ons". De uitdrukking Hosanna in de hoogste hemelen getuigt dus van een onkunde in hebreeuws wat toch wel raar is voor een Joodse man als Mattheus.

 

>    In Matt.21:8-11, Markus 11:8-10, Lukas 19:36-38 en Johannes 112:12-13  staat  de geschiedenis van de intocht in Jeruzalem. Los van het feit dat in de verschillende evangeliën verschillende verhalen vertellen over wat aan de intocht vooraf ging, moet, gezien de toestand waarin het land verkeerde van Romeinse bezetting die beducht waren voor de minste aanleiding tot opstand, deze gebeurtenis waar zo'n menigte aanwezig was door de Romeinen zijn gezien als een poging tot opstand. Een Messiaanse verklaring was in die tijd hetzelfde als een oproep tot opstand. Het is daarom logisch dat hij door de Romeinen gevangen werd genomen. Het is ongeloofwaardig, gezien de macht van het Romeinse leger in die tijd in Jeruzalem dat de Romeinen zich zouden hebben laten manipuleren door de Joden om Jezus te veroordelen. Jezus werd als opstandige rebel tot de doodstraf veroordeeld door de Romeinen. De Joden hebben de schuld in de schoenen geschoven gekregen mede ingegeven door de Christenen graag in een goed blaadje kwamen bij de Romeinen.

 

>    In Matt. 21:18-22 staat "18 Des morgens vroeg, bij zijn terugkeer naar de stad, werd Hij hongerig. 19 En daar Hij een vijgeboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit groeie aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgeboom. 20 En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? 21 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. 22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen" Het vervloeken van een boom (die geen verstand of geweten heeft) is iets wat tegen de Thora instructies in gaat. Daar staat dat je goed voor de bomen moet zorgen en dat je ze zelfs in oorlogstijd niet mag vernietigen (o.a. Deut 20:19). Het lijkt erop alsof Jezus, die anderen opriep om altijd liefdevol te zijn zijn frustratie en boosheid op de boom afreageert.  Hij praktiseerde dus zelf niet wat hij predikte

 

>    In Matt. 21:20-22 staat “20  En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? 21  Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. 22  En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen”. Klopt niet. De praktijk (van 2000 jaar Christendom en) van vandaag leert dat dit niet zo is. Ook niet bij de meest geestelijke Christelijke voorganger. Van Paus tot Benny Hinn. Is dus niet waar. Deze tekst heeft (naast Adrian Plass) heel wat wanhopige Christenen opgeleverd die (met eerlijkheid) aan de echtheid van hun geloof twijfelen.

 

>    In Matt. 23:35 staat: “opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar." Deze gebeurtenis staat niet in de het Oude Testament. De geschiedenis waar zo'n gebeurtenis werd beschreven is staat in 2 Kron. 24:20,21 maar dat ging om andere personen. "Toen vervulde de Geest Gods Zekarja, de zoon van de priester Jojada, en hij ging tegenover het volk staan en zeide tot hen: Zo zegt God: waarom overtreedt gij de geboden van de Eeuwige en wilt gij niet voorspoedig zijn? Omdat gij de Eeuwige verlaten hebt, heeft Hij u verlaten. Maar zij maakten een samenzwering tegen hem en stenigden hem op bevel van de koning in de voorhof van het huis van de Eeuwige." Verder zou het trouwens zot zijn dat het Joodse volk toen verantwoordelijk zou zijn voor een gebeurtenis die 600 jaar eerder plaats vond. Het is zoiets als het hedendaagse engelse volk de schuld geven voor iets wat Henri VIII heeft gedaan.

 

>    In Matt. 23:39 staat: “Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”. Dit zal Jezus nooit zo gezegd hebben want met ‘Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren’ werden alle pelgrims in Jeruzalem begroet. Dit moet dus opgeschreven zijn door iemand met een niet-Joodse achtergrond. Een Jood zou dit nooit opschrijven.

 

>    In Matt. 26:17 staat “Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus ……en zij maakten het Pascha gereed. 20  Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf discipelen.”. Klopt niet. De Seder wordt de avond ervoor gehouden. Ook in Mark.14:12 wordt deze fout gemaakt.

 

>    In Matt. 26:17, 30 en 57-59a staat "17 Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Waar wilt Gij, dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?..... 30 En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg....57 Die nu Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en oudsten bijeengekomen waren. 58 En Petrus volgde Hem van verre tot aan de hof van de hogepriester, en binnengekomen zijnde, ging hij tussen de dienaars zitten om de afloop te zien. 59 De overpriesters en de gehele Raad trachtten..." Mattheus geeft hier (evenals Markus, Lukas en Johannes aan) dat het Sanhedrin hier 's avonds een rechtszitting heeft en dan nog wel op de eerste avond van Pesach. Dit is in duidelijke tegenspraak met de regels voor het samenkomen van het Sanhedrin (voor rechtszitting). Ze mochten en mogen nooit 's avonds een rechtszitting hebben en zeker ook niet op de eerste Pesachavond. Dit is dus duidelijke geschiedenisvervalsing.

 

>    In Matt. 26:61 staat "Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen." wat niet overeenkomt met deze geschiedenis beschreven in Markus (14:58) "zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen gemaakt, bouwen."

 

>    In Matt. 26:63 staat "En de hogepriester zeide tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God." dat komt niet overeen met wat de hogepriester volgens het evangelie van Markus vraagt "Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt gij de Christus, de Zoon van de Gezegende?"
 

 >    Matt. 27:5 "En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich." is duidelijk anders dan als het in Hand. 1:18 wordt beschreven "Deze nu heeft een stuk grond verkregen voor het loon zijner ongerechtigheid en voorovergestort, is hij midden opengereten en al zijn ingewanden zijn naar buiten gekomen;" Een tegenstrijdigheid dus.

 

>    In Matt. 27:9-10 staat: "Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, toen hij zeide: En zij namen de dertig zilverlingen, de geschatte waarde van de geschatte, die zij geschat hadden van de kinderen Israels, en gaven die voor het land van de pottenbakker, gelijk de Here mij had opgedragen." Daar wordt aangehaald Zach. 11:12-13. Daar staat echter: En ik heb tot hen gezegd: Indien het goed is in uw ogen, geeft mijn loon, maar indien niet, laat het. Toen wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken. Maar de Eeuwige zeide tot mij: Werp dat de tempelbewaarder (schatbewaarder) toe; een heerlijke prijs waarop Ik hunnerzijds geschat ben! En ik heb de dertig zilverstukken genomen en die in het huis van de Eeuwige de tempelbewaarder (schatbewaarder) toegeworpen.. De NBG heeft dit woord foutief vertaald in pottenbakker (zie JPS en Stone vertaling). Los daarvan gaat de gebeurtenis in Zacharia over iets wat toen plaatsvond. Het betreft geen profetie van iets wat zou gaan gebeuren.

 

>    In Matt. 27:11 staat: "En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.”. Er staat dus: Jij zegt het (niet ik). Hij ontkend dus hiermee (dat hij de Messias is).

 

>    Matt. 27:45 "45  En van het zesde uur af kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur”. Mark. 15:25  “Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden”. Tegenstrijdig met Joh. 19:13, 14a  Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats, genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata. En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur,

 

>    In Matt. 28:7 staat "En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd." Volgens Lukas en Johannes verscheen hij hen echter voor het eerst in Jeruzalem Luk. 24:36 "En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden;", Joh.20:19 "Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u!" Ook een tegenstrijdigheid met 1 Kor. 15: 5 waar Paulus zegt dat hij het eerst aan Petrus (Kefas) is verschenen "en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven" (op dat moment waren er trouwens ook maar elf discipelen).

 

>    In Mark. 1:13 staat "En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan". Als Jezus God is. Hoe kan God door satan verzocht worden. Lees trouwens ook eens een andere tekst in het NT Jak 1:13 wat hier tegenstrijdig mee is "Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking."

 

>    In Markus 2:26 staat "Hoe hij onder het hogepriesterschap van Abjatar het huis Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft?" In  1 Sam 21:1 staat echter dat het om Achimelek gaat "David kwam te Nob bij de priester Achimelek. Toen ging Achimelek David bevende tegemoet en vroeg hem: Waarom zijt gij alleen en is er niemand bij u?" (Abjatar is de zoon van Achimelel die aan Doeg ontkwam). Jezus heeft de geschiedenis fout geciteerd. Hoe kan dat?

 

>    In Mark. 7:9-13 staat "9 En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden. 10 Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. 11 Maar gij zegt: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban, dat is, offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, 12 dan laat gij hem niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen. 13 En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt. En dergelijke dingen doet gij vele.".   Het aan God gewijdene waar Jezus over spreekt is geen in zetting van de farizeeën maar is een gebod wat in de Thora staat Lev 27:28 " Niets echter van hetgeen iemand de Eeuwige door de ban wijdt, uit al wat hij bezit, van mens of vee, of zijn grondbezit, zal verkocht worden of gelost: alles wat onder de ban ligt, dat is allerheiligst voor de Eeuwige." Er klopt dus niets van waar Jezus de farizeeën van beschuldigt.

 

>    In Markus 7:14-19 staat "En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wel: 15 Niets, dat van buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt. 16 Indien iemand oren heeft om te horen, die hore. 17 En toen Hij van de schare thuis kwam, vroegen zijn discipelen Hem naar de gelijkenis. 18 En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onbevattelijk? Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, 19 omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein."  Hiermee gaat Jezus tegen de Thora-instructies in. Het laat zien dat hij niet zonder zonden is, zoals het Christendom beweert en laat ook nog eens zien hij zelfs geen profeet van God is op grond van Deut 13:1-4.

 

>    In Mar 9:1 staat : "En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht". In de Evangeliën is deze uitspraak 3 keer opgeschreven en zeker na 2000 jaar is inmiddels heel duidelijk geworden dat deze profetie toen niet is uitgekomen. Dat kwalificeert Jezus als een valse profeet (Deut. 13)

 

>    In Mar 9:13 staat  "Maar Ik zeg u: ook is Elia gekomen, en zij hebben met hem gedaan wat zij wilden, gelijk van hem geschreven staat" Jezus doelt hier w.s. op Mal. 4:1,5,6. Hoe dan ook er staat niet iets dergelijks geschreven over Elia. Het klopt dus niet wat Jezus hier zegt,

 

>    In Mar 10:18 staat  "En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen." Lu 18:19 "Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen." Als Jezus God zou zijn hoe kan hij dit dan zeggen?

 

>    In Mar 10:25 staat  "Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.". In tegenspraak met de Thora. Rijkdom is geen vloek maar een zegen. Een rijke kan juist wat met zijn rijkdom doen. En dat gebeurt ook.

 

>    In Mar 10:29 en 30 staat  "Jezus zeide: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.". Dus als beloning 100 moeder en honderd vaders voor het verlaten van ouders??.

 

>    In Mar 10:35 staat  "En Jakobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen" in tegenspraak met Matt.20:20,21 waar over dezelfde gebeurtenis wordt gesproken “Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem, met haar zonen, en zij boog zich voor Hem neder, om iets van Hem te vragen.  Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen mogen zitten, een aan uw rechterzijde en een aan uw linkerzijde in uw Koninkrijk.”

 

>    In Mar 11:20-24 staat  "En toen zij des morgens vroeg langs de vijgeboom kwamen, zagen zij, dat hij van de wortel af verdord was. En Petrus herinnerde het zich en zeide tot Hem: Rabbi, zie de vijgeboom, die Gij vervloekt hebt, is verdord. En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Hebt geloof in God. Voorwaar, Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden. Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden." Dit is niet waar en zeker ook niet de praktijk in de christelijke wereld. Ook niet bij de ‘genezingsbedieningen’ van deze tijd.

 

>    In Mark 13:24-30 staat "24 Maar in die dagen, na de verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. 25 En de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 26 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid. 27 En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels. 28 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. 29 Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. 30 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. 31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan." Ook deze profetie van Jezus is niet uitgekomen.

 

>    In Mark 14:12 staat "En op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden (15e Nissan), waarop men gewoon was het Pascha te slachten". Volgens Ex. 12:6-8 wordt het Pesachlam juist een dag ervoor geslacht. "En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israël het slachten in de avondschemering." Voor een joodse schrijver een heel grote fout !!!

 

>    In Mark 14:22-25 staat "22  En terwijl zij aten, nam Hij een brood, sprak de zegen uit, brak het, gaf het hun en zeide: Neemt, dit is mijn lichaam. 23  En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit, en gaf hun die en zij dronken allen daaruit. 24  En Hij zeide tot hen: Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt.” Volgorde van de Seder klopt niet. Bij de Joodse Seder wordt eerst de beker genomen en dan het brood.

 

>    In Mark 14:64 staat  "Gij hebt de godslastering gehoord: wat is uw oordeel? En zij allen veroordeelden Hem als des doods schuldig." Dit gebeuren is zeer twijfelachtig. Een rechtzaak van het Sanhedrin, zo leert de geschiedenis, moest aan de volgende voorwaarden voldoen. (a) Het moest tijdens de dag plaatsvinden. (b) De uitspraak kon niet dezelfde dag uitgesproken worden. (c) Zo’n rechtzaak moest gehouden worden met een rechtbank van 23 rechters. (d) Op shabbat en feestdagen was er geen rechtzitting. Al met al klopt deze gebeurtenis dus niet en kan nooit hebben plaats gevonden als beschreven

 

>    Nog een tegenstrijdigheid: In Mat 17:28 staat dat de mantel scharlaken (rood) is "En zij trokken Hem zijn klederen uit en deden Hem een scharlaken mantel om". In Mark 15:20 staat dat het kleed purper (paars) is " trokken zij Hem het purperen kleed uit en deden Hem zijn klederen aan."

 

>    In Mark 16:16-18 staat "16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. 17 Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, 18 slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.'  In de praktijk is zichtbaar dat niet iedere gelovige deze kwaliteiten bezit. Het is een uitzondering dat als een Christen de handen oplegt dat de persoon daardoor geneest. Een eerlijke medewerker van een zeer bekende genezings bediening in het Midden van Nederland liet eens weten dat slechts 3 procent van de mensen bij wie de betreffende genezings bedienaar de handen had opgelegd daadwerkelijk werd genezen. Dat percentage is even hoog als bij medicijnmannen uit het oerwoud van donker Afrika en als bij andere niet Joodse religies. Ook leert de praktijk dat slechts een heel klein percentage van de gelovigen 'bozen geesten uitdrijft' of in 'nieuwe tongen spreekt'. Dan zullen we het maar niet hebben over het opnemen van slangen of het drinken van iets dodelijks waar zich echt bijna niemand ook maar aan durft te denken of te wagen. Blijkbaar klopt het dus niet wat er hier in Markus staat.

 

>    In Lukas 1:5 staat "In de dagen van Herodes, den koning van Judea" en in Lukas 2:2 staat “Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was". Dit is onmogelijk daar Cyrenius minimaal 12 jaar na Herodes' dood pas stadhouder werd !!!! 

 

>    In Lukas 2:22, 23 staat “22  En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, 23  gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here,”. Er staat niet in de wet dat een kind naar de tempel gebracht moest worden om ‘gelost’ te kunnen worden.

 

>    In Lukas 3:23-31 "23 En Hij, Jezus, ...., een zoon, naar men meende, van Jozef, .....31 de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David". Jozef is niet de biologische vader van Jezus. In dat geval worden de Joodse regels van adoptie van toepassing. Volgens die regels kan wel bezit overgeerfd worden van vader op adoptiekind maar niet een koninklijke titel die volgens de afstammelingslijn loopt. Op basis van deze simpele gegevens kan Jezus niet de Messias ben David zijn. Die koninklijke titel loopt trouwens via de lijn van de bestaande koningen dus via Salomo in plaats van via Nathan. Met betrekking tot de vermeldde lijn via Nathan staat er in Jer 33:17 dat er geen nakomelingen uit die lijn op de troon van David zullen zitten. Dus ook daarom zou Jezus niet de Messias ben David kunnen zijn.
 

>    In Lukas 5:12 staat "En het geschiedde, toen Hij in een van de steden was, zie, daar was een man vol melaatsheid. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich op zijn aangezicht en smeekte Hem, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.". Volgens de Thora en de andere historische bronnen werden melaatsen nooit in de stad toegelaten. Het was absoluut verboden.

 

> In Lukas 6:29 staat "Slaat iemand u op uw wang, keer hem ook de andere toe, neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook het hemd nemen" Dit is rechtstreeks tegen de Thora in. Het is een opdracht uit de Thora jezelf te verdedigen als je wordt aangevallen. Het gebod om Amalek te vernietigen (wat tot nu toe nog steeds geldt) laat dat duidelijk zien. Verder als iemand iets van je steelt mag je hem niet belonen door nog iets te geven maar moet je hem de schade laten vereffenen. Hij spreekt hier tegen de Thora in wat hem diskwalificeert als Godvrezend Jood als Messias en laat zeker zien dat hij ook geen God is (die niet verandert). In de praktijk van het Christendom volgen zijn volgelingen trouwens dit bevel niet eens op. Trouwens in de praktijk was Jezus zelf niet zo liefdevol en verdraagzaam zoals hij hier uitspreekt. Hij reageerde alles behalve liefelijk naar ieder die hem durfde te bekritiseren. Scheldwoorden als adderengebroed, huichelaars, blinde wegwijzers, dwazen, slangen en duivelskinderen gooide hij naar hun hoofd. En dit terwijl de Thora scherp verbied om zo mede (Joodse broeder om te gaan. Ook hiermee diskwalificeert hij zich als een vrome Jood.

 

>    In Lukas 9:27 staat “Ik zeg u in waarheid, er zijn sommigen onder degenen die hier staan, welke voorzeker de dood niet zullen smaken, voordat zij het Koninkrijk Gods gezien hebben.” Niet uitgekomen. Klopt niet. Zie Deut 13:1-4.

 

>    In Lukas 14:26 staat " Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.”. Natuurlijk heeft het Christendom altijd beweerd dat je haten hier anders moet zien maar het is zeer on-Joods wat hier staat. Het is onzin.

 

>    In Lukas 16:17 staat "Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een tittel zou vallen." Als dit zo is waarom houden christenen zich er dan niet aan (volgens de Efezebrief van Paulus zouden ze nu bij Israël horen).

 

>    In Lukas 16:18 staat “En ieder, die zijn vrouw wegzendt, en een andere trouwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw, die door haar man weggezonden is, trouwt, pleegt echtbreuk.”. Dit is tegen de wet in.

 

>    In Lukas 22:30 staat "opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk. En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israëls te richten.". Dit zou betekenen inclusief Judas. Is niet uitgekomen.

 

>    In Lukas 23:34 staat "En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen". Deze zin staat niet in de oudere handschriften van Lukas en wordt beschouwd als later toegevoegd. Dat kan goed kloppen gezien de onvergevingsgezinde, ja haatdragende houding die Jezus had naar de Farizeeën die hem durfden bevragen.

 

>    In Joh. 17:12 staat "Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.”. Staat nergens in de Thora / Tenach.

 

>    In Joh. 19:14 staat "En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde uur, en hij zeide tot de Joden: Zie, uw koning!”. Dus het laatste avondmaal viel niet op de eerste avond van Pesach !!!

 

>    In Joh. 19:14 “Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus,”. Kan niet zo hebben plaats gevonden. De hogepriester had die autoriteit helemaal niet en deze manier van handelen zou tegen de Thora in gaan. De Farizeeërs en Sadduceeërs zouden dit niet (kunnen) doen.

 

>    In Hand. 1:12 staat "Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan”. De olijfberg is net buiten de stadsmuur en ligt zeker geen sabbatsreis ver van Jeruzalem verwijdert.

 

>    In Hand. 7:4 "Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeen en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont;" Volgens Gen. 11:26, Gen. 12:4 en Gen 11:32 moet Terach 145 jaar zijn geweest toen Avraham Haran verliet. Terach is 205 jaar geworden dus moet nog absoluut  in leven zijn geweest toen Avraham Haran verliet.

 

>    In Hand. 7:14 staat "En Jozef zond heen om zijn vader Jakob te laten komen en al zijn bloedverwanten, vijfenzeventig zielen." Volgens Gen. 46:27 waren het er echter 70. "En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren waren, waren twee in getal. Het gehele getal der zielen van het huis van Jakob, die naar Egypte kwamen was zeventig."

 

>    In Hand. 7:16 staat "en zij werden overgebracht naar Sichem en bijgezet in het graf, dat Abraham voor een som geld van de zonen van Hemor te Sichem gekocht had." Avraham had echter als graf de spelonk Machpela bij Hevron gekocht. Gen 23:9,19 "dat hij mij de spelonk van Makpela geve, welke hem toebehoort en aan het einde van zijn veld ligt; hij geve mij die voor de volle prijs tot een eigen grafstede onder u.....de spelonk van het veld van Makpela, tegenover Mamre, dat is Hebron, in het land Kanaan." Jakob had een stuk land van Hemor gekocht. Gen. 23:18,19. Ook een grove fout.

 

>    In Hand. 10:28 staat "en hij sprak tot hen: Gij weet, hoe het een Jood verboden is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-jood; doch mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.” Dit is onwaar. Zoiets is niet binnen het Jodendom bekend.

 

>    In Hand. 15:14-17 " Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet,". Hier wordt Amos 9:11,12 foutief aangehaald. Daar staat namelijk: "Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, 12 opdat zij beerven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de Eeuwige, die dit doet."

 

>    In Hand. 22:9 staat "En zij, die met mij waren, zagen wel het licht, maar de stem van Hem, die tot mij sprak, hoorden zij niet.".  In Hand. 9:7 wordt deze gebeurtenis echter als volgt beschreven"En de mannen, die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen."

 

>    In Rom. 4:15 staat: "De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook geen overtreding.”. Dit is echt klinkklare onzin. Natuurlijk klopt dit niet. Trouwens strijdig met zijn eigen woorden in 2:14, 15 “14  Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; 15  immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,”

 

>    In Rom. 6:2 staat: “Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?”. Niet bepaald de praktijk binnen het Christendom.

 

>    In Rom. 11:26, 27 staat: "en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem ". Hier wordt Jes. 59:20,21 foutief aangehaald. Daar staat namelijk: "Maar als Verlosser komt Hij voor Sion en voor wie zich in Jakob van overtreding bekeren, luidt het woord van de Eeuwige. En wat Mij aangaat, dit is mijn verbond met hen, zegt de Eeuwige "

 

>    In 1 Cor. 5:7 staat "Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht: Christus" met verwijzing naar Hebr. 9:26 "want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij éénmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen". Het paaslam dat werd, en jaarlijks met Pesach zal worden geslacht is geen zondoffer. Het offeren van het Paaslam was een afstand nemen van de Egyptische afgoden. Het was een uiting van vertrouwen op God, dat ze geen macht meer toekenden aan de Egyptische afgoden maar enkel aan HaShem. Trouwens, als er (in de Tempel) een schaap geofferd werd als zondoffer mocht het niet van het mannelijke geslacht zijn en moest verder onaangeroerd zijn. Jezus was besneden, had doorboorde handen, voeten en zij (zie Lev. 4)

 

>    In 2 Cor. 6:16 staat "Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn." Foutief verwijst Paulus naar Lev. 26:12 "12 maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn." en Ezech. 37:26-28 "26 Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27 Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de Eeuwige, het ben die Israel heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.". In 2 Cor. 6:16 wordt er gesproken tegen christenen onder de volkeren. In Lev. 26 en Ezech. 37 spreekt God over en tegen het fysieke volk Israël en niet tegen christenen uit de volkeren. De tempel zal fysiek weer tussen Zijn volk Israël komen te staan. Paulus is hier foutief vervangingstheologie aan het toepassen. Alleen op basis van dit schriftgebruik van Paulus kan je je afvragen of hij echt wel een farizeeër, een schriftgeleerde was. Een schriftgeleerde zou immers nooit zo'n fout maken.

 

>    In 2 Cor. 8:9 staat "Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.” Jezus was een timmerman en zeker niet rijk. Klopt dus niet.

 

>    Ga 3:24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Is in tegenspraak met Matt. 5:17-20 "17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. 19 Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan." Paulus ontkracht de thora terwijl Jezus zich daar tegen uit spreekt in dat gedeelte.

 

>    In Hebr. 2:14 staat "Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen," Is er iets door de dood van Jezus verandert? Mensen sterven nog steeds net als voorheen.

 

>    In Hebr. 10:2 staat "Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn, generlei besef van zonden meer hadden?”. Hier word gesuggereerd dat binnen het christelijk bestel de mens niet meer zondigt. Klopt niet.

 

>    Waarom schrijft de Hebr. brief schrijver (10:5): “Daarom zegt Hij bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid” terwijl er daadwerkelijk in het betreffende gedeelte het volgende staat Ps 40:6 “In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen, (Gij hebt mij geopende oren gegeven)” De Hebr. brief schrijver wil met de tekst aantonen dat voorzegd zou zijn in het Oude Testament dat de offerande van één alle andere offeranden overbodig zou maken. Dat is dus niet het geval.

 

>    In Hebr. 10:14 "Want door een offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden". Dan zou iedere christen volmaakt moeten zijn. Dat is dus niet zo. De tekst klopt dus ook niet.

 

>    In Hebr. 10:16-18 staat  "want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken. Waar dan voor deze dingen vergeving bestaat, is er geen zondoffer meer nodig." We zien dat dit de realiteit nog steeds niet is. Het Nieuwe Verbond is dus nog steeds niet ingegaan.

 

>    In Hebr. 10:2 staat "Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder der zonen van Jozef gezegend en hij heeft aangebeden, leunende op het uiteinde van zijn staf.”. Klopt niet. Er staat in Gen. 47:31 “Daarop zeide hij: Zweer het mij dan. En hij zwoer het hem. En Israel boog zich aanbiddend neder aan het hoofdeinde van het bed.”

 

>    In 1 Joh. 5:7 staat "Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn een." De echtheid van deze tekst wordt zelfs door de meeste christelijke bronnen betwijfeld (in de NBV staat hij zelfs niet meer). Ook de christelijke vertalers weten dat er onzuiverheden in het NT zitten.

 

>    In 1 Joh. 5:18 staat "Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.”. Onzin. Dat hebben we de laatste 2000 jaar wel gezien. Christenen zondigen nog steeds.

 

>    In Openbaringen 7:4-8 staat "4 En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israels. 5 Uit de stam Juda twaalfduizend verzegelden, uit de stam Ruben twaalfduizend uit de stam Gad twaalfduizend, 6 uit de stam Aser twaalfduizend, uit de stam Naftali twaalfduizend, uit de stam Manasse twaalfduizend, 7 uit de stam Simeon twaalfduizend, uit de stam Levi twaalfduizend, uit de stam Issakar twaalfduizend, 8 uit de stam Zebulon twaalfduizend, uit de stam Jozef twaalfduizend, uit de stam Benjamin twaalfduizend verzegelden."  De stam van Dan ontbreekt aan de lijst en ook geen van de Christelijke uitleggers kan er een zinnige verklaring voor geven waarom deze stam abusievelijk in het rijtje vergeten is.

 

>    In Openbaringen 2:16, 3:11, 22:7,12 en 20  staat "Ik (Jezus) kom spoedig". Klopt niet is niet uitgekomen (zie ook  Matt 16:28, Mark 9:1 en Lukas 9:27). Daar bestaat na 2000 jaar verstreken te zijn geen twijfel meer over.

 

 

Je kunt je nu wellicht wel voorstellen dat het Orthodoxe-Jodendom het Nieuwe Testament als onbetrouwbaar beschouwd.

 

Veel OT teksten worden er in het NT aangehaald als bewijsvoering. Veel ervan worden echter verkeerd aangehaald of onterecht aangehaald. Veel christenen nemen echter niet de moeite om de aangehaalde teksten op oorspronkelijke inhoud en context te controleren en gaan er gewoon vanuit dat de dingen juist zijn aangehaald en veronderstellen zo abusievelijk dat het Nieuwe Testament gebaseerd is op het Oude Testament. Dat is echter niet waar. Het is er zelfs mee in strijd.

 

 

Verder worden  er op de pagina's Messias ben David, Jesaja 53, Verborgen teksten, o.a. een aantal teksten behandeld uit de Tenach (Oude Testament) die in veel vertalingen onjuist vertaald zijn.

 

 

Ook binnen de christelijke wereld zijn er professoren die tegenwoordig durven te erkennen dat dingen in het Nieuwe Testament niet kloppen. Zo is daar Professor H.M. Kuitert die het boek "Het algemeen betwijfeld christelijk geloof" schreef. Hij is daar zeer door zeer verketterd en verguisd. Dan is er Professor dr. C.J. Den Heijer die het boek "Twee testamenten, Reden tot vreugde of bron van tegenspraak?" schreef waarin hj kritische kanttekeningen bij het Nieuwe Testament plaatst.
 

 

 

Literatuur:

The Disputation door J.Levy uitg. Jewish Heritage & Roots Library
 Lets get Biblical; Rabbijn Tovia Singer

The Real Messiah; Rabbijn Aryeh Kaplan

Jews for Judaism site

Waarom weigert het joodse volk het Nieuwe Testament te erkennen? door Eliyahu Silver & rabbijn Jitschak Goldstein, website Berg Zion

The Jew and the Christian Missionary: A Jewish response to missionary Christianity; Gerald Sigal

 

0-0-0-0-0-0-0-0

 

A Jewish Look at Christian Beginnings bron: http://www.yeshiva.org.il/midrash/shiur.asp?id=5464

Rabbi Ze'ev Sultanowitz

Written by the rabbi


1. The Crisis
2. A New Covenant
3. The Christian Ethic
4. The Son of God
5. The Spread of Christianity

The Crisis
In our previous study we discussed a period of crisis and change that affected Hellenist and Jewish cultures alike. We witnessed the burgeoning of the new sect, Jewish at its inception and bearing patently Jewish features, a sect that was in all respects the product of an inner crisis, of that rifting and fragmentation, that consternation and weakness which had befallen Judah in its confrontation with foreign culture.

This sect was denied entrance into Israel. Some of its elements, however, became a spiritual-ethical alternative to the difficult, profound, and important questions that grew ever pressing in the large Roman Empire. The fundamental question was one of ethics and human dignity.

As was the case in the entire ancient word, the Roman Empire's main workforce comprised of slaves. The slave in Roman law was defined as a "speech-endowed object." That is, not so unlike a plow, which is a "non-talking object," the slave too is an object - but a talking one. True, this situation caused problems, but it made things easier when it came to communicating with this "object" and mobilizing it for various tasks.

This definition in Roman law created a well-nigh unbearable state for the masses: From an economic standpoint they were slaves, yet they never even had a chance to be human beings. These were not the sort of people sold into slavery because of dereliction, debts, or theft. Many of them, and perhaps the great majority of them, were war booty. They were members of those nations which the Roman army had vanquished and subdued by virtue of its experience and its superior strategic and tactical methods.

Nations and tribes who sought no more than independence fell prey to Roman expansionist policy. The best of the young fighters were taken into captivity and made into slaves of the type we have been discussing, with no spark of hope for the future.

This situation bred, of course, large-scale slave insurrections in Rome, revolts which at their height even threated the existence of the empire. The insurrection led by Spartacus is well known. As a slave, he was sold for amusement purposes, and he eventually became a gladiator because of his outstanding ability as a warrior. Some slaves were like this leader. They learned and honed their ability to handle weapons and then became leaders of the revolting slaves. Their physical prowess and their dexterity as warriors benefited them.

All of these insurrections failed in the end; the Roman army succeeded in prevailing over them and restoring order. However, dissatisfaction with the general culture even in the upper strata of Roman society continued to ferment. In Rome, horrible and indiscriminate suppression of slave-people prevailed. Not only did these subjects have the poor fortune of having fallen into captivity, but even their very existence were unbearable.

Parents were separated from children, brothers from brothers, husbands from wives. A Roman who wished to buy a maidservant did not care if she was married or not, if she had children or not. He was interested in the woman alone without her children and husband. Human tragedies by the thousands and tens of thousands were everyday events in the slave markets of Rome. An intricate system supported by law and run according to rules the of trade continued for hundreds of years. All of this created a sturdy infrastructure of indignation.

Sometimes, when analyzing historical events and periods it is possible to point to a particular incident played out on a certain date at a certain hour by a certain individual. The relative ease in identifying such events leads us to explain entire periods based upon them. Here, however, we are witness to a phenomenon which cannot be explained according to a particular historical incident. Here, we are talking about accrued anger, bitterness, and dissatisfaction harbored by very broad stratum of society. The large majority of these people were born as slaves and died in suffering as slaves.

This state of affairs brought a crucial turning point, a turning point which led to the creation of startling conditions - a desire on the part of large communities to follow a different and completely new religion, new in its values and in its underpinnings. Idolatry was jettisoned in favor of something new.

The Christian message arrived at precisely the right time and in exactly the right place. It announced the moral principal that every person is created in God's image; it said that there is only one God. According to Christianity one could not claim that the slave was created in the image of an inferior God while the master was created in the image of a higher, more prestigious God. There is only one God and every person has been created in His image, slave and master, rich and poor, young and old, fighter and fainthearted, all are equal in this respect.

This was an unprecedented moral tiding. It created a foundation for hope and change. The Christian message created a illusion of imminent change, of "Here, here, the Kingdom of Heaven is coming to replace the earthly kingdom!" - and the earthly kingdom, of course, was the Kingdom of Rome. It would now be easy for every poor, hapless, and downtrodden person to enter the gates of the Kingdom of Heaven; for the rich and the slave masters, however, it would be very difficult. The latter would have to crawl and squeeze their way in.

Here, then, was a thoroughgoing upheaval of values. Christianity began to spread to slave communities throughout the Roman Empire. It first took hold in those places where the slaves themselves were located, like Greece, Egypt, Armenia. There, the enslavement was two-fold - not only was the population enslaved, the land itself was occupied. Later, the message reached Rome as well.

It should be added that a portion of the Roman nobility was made up of enlightened and sensitive people who were likewise dissatisfied with their culture and religion. They too were unhappy about the treatment of slaves, despite the fact that they employed slaves like everybody else. These nobles too embraced the new tiding.

A New Covenant
In this manner a new movement sprang up which, though born of Judaism, was for the most part not accepted amongst the Jews. Of course, the question arises: Should those who join this movement be regarded as converts to Judaism? Do these hundreds of thousands of people who so willingly embraced the Christian idea become Jews?

This question did not trouble the Jewish sages, perhaps because in practice these Christians never took up the observance of Torah commandments, and they never intended to. (They only adopted certain individual precepts such as Sabbath, the day of rest which underscored the equality of all people, the need for occasional respite, and the importance of humane treatment.)

For Christian ideologues, however, this was a central question. We have mentioned the fact that Shaul (who would later to be known as Paul) became Christianity's head ideologue. In his various epistles, some of which have been preserved in the Christian tradition, he ruled that there was no need for a complete conversion (which would mean circumcision for men); immersion in a mikveh (ritual bath) was sufficient.

According to this new faith, there was no need for the observance of commandments; the spirit and general intention to attach oneself to Judaism would be enough. Here an important concept was born: the idea of a "new covenant." All are familiar with the covenant between God and Israel, yet what was the nature of this covenant with these people who on the one hand were not Jews, yet on the other were not idolaters? How should they be regarded? The term "new covenant" was created in order to signify the covenant between God and these new members. (Here we are referring to "new covenant" as a term, not the corpus today known as the "New Testament" which took form much later.)

The Christian house of prayer was given the name "knessia" in Hebrew. This is a Hebrew translation of a Greek term which itself was translated from Hebrew. The concept of "Knesset Yisrael" (lit. "the Assembly of Israel") is a Hebrew one. This new movement decided to call itself "Knesset" as well. They saw themselves as having gathered to forge a covenant with God just like the Jews. They claimed to have received their message from God, and therefore they called themselves "Ecclesia." The "Knesset Yisrael" of the first covenant was the Jewish people. They gathered together and accepted the covenant. From now on, said the Christians, a new people has entered into a new covenant with God, and they will be called "the Knessia" (in English, "the Church").

For the first time in the history of human culture, at least according to written sources, Paul announces the abolishment of nationalism. He says, "There is no Jew, and there is no Hellene." However, there are members of the Church, and there are those who not members of the Church. Something like this existed among the people of Kumran, yet they never considered turning to the non-Jews. For them, some of the Jews themselves were seen as "children of the darkness," so they must certainly have viewed the non-Jews as utterly impure.

Paul advances for the first time the idea of preferring an organization, a sect, a particular ideology, as opposed to the natural framework of family, land, nation, and language. Henceforth, he who joins to this movement will be redeemed; non-members will be sentenced to eternal perdition.

Since that time, many more Jews have arisen announcing the ideal of pan-nationalism, the belief that nationalism is worthless and that man's central role involves espousing a certain ideal or organization.

The Christian Ethic
As the Christian idea took shape, it adopted an extremist approach to human morality compared to the accepted Jewish ethic, one which was almost impossible to actualize. It is announced that a poor person takes preference over a rich person by virtue of his poverty alone.

In fact, the Torah itself rejects such a view when it tells us, "Nor shall you favor a poor man in his cause" (Exodus 23:3), i.e., do not be impressed by the fact that a person is poor; this does not necessarily prove his virtue. The Torah understands that there is a certain psychological tendency to view a poor person as hapless, in need of mercy and compassion, and to want to give him preference over a wealthy person. We are therefore commanded not to prefer him because of his poverty.

Christianity overruled this verse. The idea was nullified. The destitute would forever be given priority over the rich, the hapless over the happy, the slave over the master. The ethical idea in this particular development overrides law and justice. Justice means maintaining a state of basic equality between all people. Here, inequality is created.

Sociologists and psychologists would view this development as an attempt at corrective inequality, corrective discrimination. These hapless people suffered so severely that they really deserved to be pampered. Corrective discrimination can be a valuable social tool when it is limited and circumscribed to a fixed period of time. There must be an awareness of its purpose; if there is no awareness, it goes from being corrective discrimination to actual discrimination.

The foremost role of law and justice is to settle discrepancies and disagreements, yet if law and justice are discontinued, how will it be possible to settle disagreements between parties?

This is where the idea of sweeping forgiveness comes in. Somebody took something from you? So what. In fact, if anything remains, give it to him as well. After all, whatever you have is a gift from God. It was not yours to begin with. A person must be renounce all. If all humanity relinquishes its belongings, there will no longer be any disagreements; there will be no need for law, no need for justice. This idea comes in response to a certain problem. This ethic contains some logic. In practice it does not work, but as a rationale it stands.

The Son of God
Thereafter, we arrive at a kind of novelty of post-Paul Christianity. Initially, Christianity announced an imminent upheaval in which the oppressed and downtrodden are saved. Who will bring this about? A certain person crowned as the king, the Messiah. The non-Jews did not know exactly what was meant by Messiah, so they concluded that he would be a king who performs kindness. However, we are talking about the Kingdom of Heaven. Who is the king if not God himself! And if not God, then His son. The family matters will be worked out later . . .

This, then, is how the concept of the Kingdom of God was born. Yet a tragic thing happened. Not only did these tidings not materialize, but the same person destined to be king was caught by the Roman government and killed. Now it had to be established if the tidings would soon be fulfilled or if everything was just a lie.

Following this event, two fundamental and central ideas were born which continue to constitute the foundation of the Christian church until today. The first was the idea of the resurrection, that this man was not killed at all. True, there were people who saw him crucified and buried, but afterwards the corpse disappeared, so that there was no proof that he died. It follows that everything he said can materialize at any time. It is not clear where he is, but this is not important. The important thing is that he is alive. This is the first concept, that there will be a second coming - and the Christian world still awaits this second coming of their savior.

The second idea is much more spiritual and moving. Therefore, the first myth, despite its existence, is superseded by the second. The second myth is that the death of the savior was a kind of atonement for the basic sin of man, in order to bring him to his redemption. This death was not fortuitous.

This is a very profound idea, important and moving. It is the idea of expiation, and the acceptance of suffering on behalf of something. Thus it relates also to the idea of sweeping forgiveness. A person must forgo his property and possibly even his life for the sake of his fellow, as the first redeemer did in order to redeem humankind. God sacrificed his son in order to redeem lowly man and give him the possibility of entering the Kingdom of Heaven.

This is a moving story, and therefore the Christians set up very touching pictures and images of the torment of the cross in all of their churches. A person who arrived at a church was met with the example of he who gave his life and his wealth for the sake of humanity, who suffered for the sake of humanity. Therefore, went the argument, we too must behave like him. This is a persuasive idea.

In practice, Christianity was unable to improve the plight of the poor, the hapless, the downtrodden, the enslaved. It was possible to give them hope, it was possible to encourage people to join a more pleasant community, but it was impossible to free them from slavery and make them happy.

Christianity gave meaning to suffering. A slave who was persecuted by his master, who was bereft of all and separated from his family, no doubt asked himself: What is this life worth? What sort of existence is this? Along comes the church and gives it all meaning. By suffering, one becomes like the redeemer himself.

It must be remembered, however, that from a moral standpoint there is a profound difference between redeemer and slave, and this receives expression in the history of Christianity and the Christian peoples: The slave did not choose his hardships; quite the contrary, he would have been more than happy to be freed of these sufferings. Therefore, when the first opportunity offered itself, the slave would flee himself from slavery and even become a crueler master than his own.

But, so long as it was impossible to free oneself from hardship, the Christian idea was able to provide comfort. Therefore, in practice, Christianity did not mend as much morally as its leaders and founders had intended.

The Spread of Christianity
Throughout the Roman Empire, Christian communities were formed, communities of salves for the most part. These communities were persecuted by the Roman authorities because their ideas challenged the Roman law, challenged the hallowed legitimacy of Roman authority and the authority of Caesar who was considered a God. (True, he was not always considered an actual God, but he had chances of entering such a category.)

This was not a mere faith in some idol; it was a revolutionary idea. Therefore, these early Christians were persecuted to the bitter end, and because they were slaves they were also sentenced to death. Despite this, the movement grew stronger throughout Europe. It separated itself from the Jewish national and conceptual infrastructure.

As said, according to Christianity there was no longer any value to the observance of commandments. There remained no more than a vestige of the Sabbath as a day of rest, and they later shifted it to Sunday in order to distinguish themselves from the Jews. (Islam thereafter had to distinguish itself from both Judaism and Christianity. They considered the Christians foolish for choosing Sunday - a day later than the Jews - and promptly took Friday for themselves. This was meant to demonstrate their superiority: While the Jews are yet preparing for their Sabbath, the Muslims are already in the midst of it. This approach characterizes a number of Islam's laws. For example, the Islamic obligation to pray five times a day stems from the Jewish Day of Atonement. The Jews pray five times in one day only once a year, but Muslims do this every day. Similarly, according to Judaism, only Nazirites are prohibited from drinking wine; in Islam, all are forbidden from drinking wine.)

Christianity became a distinct religion, unique and new, with its own mythology revolving around a central personality. The Christian theology focused upon its central figure, i.e., the personality of the son of flesh and blood, not the God - the father, as they referred to him.

Officially, more enlightened Christians were always aware that the central figure was really that of the father. It was difficult for them to manage the other characters: the son, the Holy Ghost, and then the mother, not quite divine but nonetheless important (later, uncles were added, and aunts, and other relatives . . . ). Yet, as said, the central figure in Christian theology was the figure of the redeemer, the suffering son who dies and is resurrected, the one who sacrifices himself for the sake of humanity.

This, then, was a new religion. It had not only disengaged itself from Judaism but had even become hostile to it. Initially, hostility came from those Jews who after joining this sect were not accepted by their Jewish brethren. However, the hostility grew, and eventually a position was established declaring the general guilt of the Jews for the killing of Christ.

The Jews betrayed him and did not accept him, said the Christians, and in this manner had sentenced him to death and suffering. Therefore, all of the Jews are guilty. This position took shape in actuality only after Christianity was the ruling religion in Rome, however its first sprouts appeared already prior to this. The disengagement from Judaism also spelled antagonism to Judaism. This antagonism was to have grave repercussions for the Jewish people in Christian lands.

How did Judaism relate to Christianity? When the danger grew, it responded with non-acceptance and reservation. Ideas of imminent redemption, ethics that went beyond the Torah, and exaggerated righteousness could have found their way into peoples hearts. Then, Shmuel HaKatan instituted the "Blessing of the Heretics," the nineteenth benediction in the daily Amida prayer. This "blessing" (actually a curse) was added in order to remove these Jewish converts to Christianity from the synagogues and communities. It would force them to decide whether they wished to remain part of the Jewish community or not.

It would seem that, from a Jewish standpoint, this was the decisive factor in removing Jews-cum-Christians from the Jewish communities. They at any rate were not very many, and this blessing put an end to the threat of their spreading amongst Jews. Only then did Christianity shift its focus entirely upon non-Jews, and with them there were no real theological obstacles. This was already a new and separate religion, acting in the world with no direct connection to Judaism. Judaism had ceased to be a real source of inspiration.

 

 

 

 

 

 

 

                 

 

Start ] Think about this ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 12 June 2011