>
Nergens in de Tenach (het Oude Testament)
werd voorzegd dat
er op een (bepaald) moment in de toekomst behoudenis verkregen zal worden door het
geloof in de Messias. Lees bijvoorbeeld
Jes 55:7 wat een tekst is die over de toekomst (ook van vandaag) gaat "De
goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere
zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want
Hij vergeeft veelvuldig.
".
Ook bestaat er in de Thora en Tenach geen gebod
dat iemand moet (gaan) geloven in een bepaalde persoon als zijnde de Messias.
Daarom geloven wij als Joden dat het niet nodig is om zoiets te geloven.
Hoe komt het (als dat (het geloof in de
Christelijke Messias) nu zo’n essentieel punt zou moeten zijn)
dat er daar geen melding / voorzegging van in de Tenach (het Oude Testament)
te vinden is?
en ook hierover:
1 >
Volgens de
voorzeggingen van de profeten Jeremia (Hfst
31:33-36 en 32:37-41) en Ezechiël (Hfst 36:26-28) heeft (in overeenstemming met
Deuteronomium 30:2-8)
het tijdperk van het Nieuwe Verbond de volgende kenmerken:
a) Dat
het volk Israël zich
in zijn totaliteit bekeerd
heeft tot God, door de
Thora instructies geheel te onderhouden en
b) Dat het volk Israël
voorgoed (eeuwig) in het gehele land Israël
woont waar ze vanaf dat moment
NOOIT meer uit
verwijderd wordt.
Als we nu in de tijd van het Nieuwe Verbond zouden leven
(zoals beschreven staat in Luk. 22:20 en Hebr. 10:16), waarom zijn dan deze voorzegde kenmerken nog
steeds (inmiddels al zo'n 2000 jaar !!!) niet zichtbaar?
Ezech. 36:26-28 "26
een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart
van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees
geven. 27 Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar
mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. 28
Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij
tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn."
Jer.31:33-36 "33 Maar
dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen,
luidt het woord van de Eeuwige: Ik zal mijn Thora in hun binnenste leggen
en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij
tot een volk zijn.34 Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een
ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij
kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de
Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer
gedenken.35 Zo zegt de Eeuwige, die de zon overdag tot een licht geeft, die de
maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept,
dat haar golven bruisen, wiens naam is Eeuwige der heerscharen: 36 Als deze
verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord van de Eeuwige,
dan zal ook het nageslacht van Israel ophouden al de dagen een volk te zijn
voor mijn ogen". Jeremia
32:37-41" zie,
Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap
en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats
terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en
Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat
zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja,
Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen
afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart
leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en
hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart
en heel mijn ziel"
Deut 30:2-8 "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en luistert naar zijn
stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw
hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw gevangenen
terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de
volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u
verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in
het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal
het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw
G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d,
te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt."
(Er wordt trouwens duidelijk gesproken over
een Nieuw Verbond en niet over een Nieuwe Thora waar in het Christendom van
wordt uitgegaan)
2 >
Hoe kan het zo zijn dat het Nieuwe Testament een totaal andere omschrijving
geeft van het Nieuwe Verbond als het Oude Testament als het Nieuwe Verbond
wordt voorzegd?
In Luk. 22:20 Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: "Deze
beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt." en in Matt. 26:28 "Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten
wordt tot vergeving van zonden.". Het Nieuwe Verbond zou volgens deze teksten
betekenen dat er vergeving is door het vergoten bloed van de Messias. Het
Oude Testament geeft, zoals we hierboven reeds gezien hebben, echter aan dat het
Nieuwe Verbond daarin bestaat dat het volk Israël zich zal bekeren om weer
volgens Gods instructies (de Thora) te leven, waarna God
zijn beloften aan Israël in vervulling kan en zal laten gaan.
3 >
In Jesaja 11:2 en 3 staat geschreven (in een
correcte vertaling vanuit het Hebreeuws) dat de Messias een Godvrezend persoon
zal zijn (....eerbied voor de Eeuwige (zal op hem rusten), hij ademt eerbied
voor de Eeuwige). Als de Messias God zou zijn
zou deze omschrijving onlogisch zijn; God die godvrezend is.
4 >
Een
christelijke overtuiging
is het dat een
mens de Thora niet kan
houden
(en dat daarom de Thora nu niet meer gehouden hoeft te worden)........Waarom
zegt God dan in de Thora dat het niet moeilijk is de Thora te onderhouden?
Deut.
30:11-16 Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet iets bovennatuurlijks
voor u noch te ver verwijderd. Het is niet in de hemel, dat gij zoudt zeggen:
”Wie zal voor ons ten hemel opklimmen en het voor ons nemen, om het ons te
doen horen, dat wij het volbrengen?” Ook is het niet aan de overzijde der zee,
dat gij zeggen zoudt: “Wie zal voor ons naar de overzijde der zee overtrekken
en het voor ons nemen, om het ons te doen horen, dat wij het volbrengen?” Maar
zeer nabij u is dit woord; in uw mond en in uw hart is het, om het te
volbrengen. Zie ik leg u heden voor: het leven en het goede, den dood en het
kwade. Daar ik u heden gebied, den Eeuwige, uwen God, te beminnen, door in
Zijne wegen te gaan en Zijne geboden, wetten en rechtsvoorschriften in acht te
nemen; opdat gij moogt leven en u vermeerderen, en de Eeuwige, uw God, u zegene in het land, waarheen gij komt om het in bezit te nemen.
5 >
Als Jezus de
Messias zou zijn en (gezaghebbend) God zou zijn waarom luisteren dan het over
overgrote deel zijn volgelingen niet naar wat hij zegt?.
Hij zegt namelijk dat de Thora niet is afgeschaft (Matt 5:17-19 'Meent
niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet
gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de
hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de
wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de kleinste dezer geboden
ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der
hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der
hemelen.' De meeste Christenen zeggen dat dat wel zo is
en houden zich niet aan de Thora. (De Christenen die nu zeggen dat de Thora nog
wel van kracht is houden zich er in de praktijk trouwens ook niet aan, of ze
reizen van de ene naar de andere plaats op de Shabbat en/of ontsteken vuur op Shabbat en/of overtreden met gemak een of meerdere van de 613 geboden in de Thora).
Verder zegt hij tegen zijn
volgelingen dat zij moeten onderhouden wat de farizeeën en schriftgeleerden
hun leren (de rabbijnen van het orthodoxe Jodendom van die tijd). Mat 23:1-3a
" Toen sprak Jezus tot de scharen en tot
zijn discipelen, zeggende: De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich
gezet op de stoel van Mozes. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat
en onderhoudt dat" Niemand van de
volgelingen van Jezus (de Christenen) volgt heden ten dage deze instructie op.
Hoe kan dat als Jezus Goddelijk gezag zou hebben en hij (volgens de
Christenen) gehoorzaamd zou moeten worden?
6 >
Waarom zegt G’d tegen Kaïn dat hij over de zonden moet
heersen als dat zonder behoud door Jezus' dood niet mogelijk zou zijn? Gen 4:7 "Moogt gij het niet
opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt,
ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch
over wie gij moet heersen."
7 >
In Gen. 3:16-19 staat “Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal
zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen
baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En
tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom
gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem
om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18
en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds
eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de
aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en
tot stof zult gij wederkeren.?" Dit als 'straf' op de zonden. Als Jezus dan de
straf en vloek van de zonden gedragen en weggenomen heeft waarom baren de
meeste vrouwen (ook de christelijke) dan onveranderd kinderen met pijn? Waarom
moet een mens dan nog steeds werkend zijn brood verdienen? en waarom sterven
de mensen dan nog? Verder is ook niet te zien dat het geloof in Jezus op zich
tot vrede, heelheid en gezondheid in de christelijke wereld heeft geleid. In
tegendeel tot verdeeldheid (kijk naar de vele splitsingen in kerken), haat en
zelfs vele vele oorlogen (dan neem ik de vele pogroms daar nog niet bij). Ook in de kerken die genezing door Jezus proclameren is er
slechts blijvende genezing in zo'n 3 % van de gevallen, een percentage wat ook
elders wordt gezien.
Hoe komt het dat, als Jezus' dood voor heelheid van de
gelovigen zou zorgen, dit niet overal zichtbaar is en zelfs niet bij de vurige
gelovigen volgelingen van Jezus?
8 >
Volgens het Oude
Testament is en blijft de mens zelf
(ook
Adam) verantwoordelijk voor al zijn zonden,
niet iemands nakomelingen of een ander. Zo werd dat ook voor de toekomstige
tijd geprofeteerd in Ezech. 18 en
33 (11 Zeg tot
hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, Ik heb geen
behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze
zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen.
Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls? 12 Gij nu, mensenkind, zeg
tot uw volksgenoten: Zijn gerechtigheid zal de rechtvaardige niet redden,
wanneer hij tot overtreding komt; en door zijn goddeloosheid zal de goddeloze
niet ten val komen, wanneer hij zich van zijn goddeloosheid bekeert. En
wanneer hij zondigt, zal de rechtvaardige door zijn gerechtigheid niet kunnen
leven. 13 Wanneer Ik tot de rechtvaardige zeg, dat hij zeker leven zal,
maar hij vertrouwt op zijn gerechtigheid en doet onrecht, dan zal met geen van
zijn gerechte daden rekening gehouden worden, maar om het onrecht dat hij
deed, zal hij sterven. 14 En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult
zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en
gerechtigheid. 15 De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het
geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht
meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16 Geen van de
zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar
recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven.)....
Hoe kan dan een theologie ontstaan dat ieder mens (zonder geloof in Jezus) zou
moeten boeten voor de zonde van Adam?
9 >
In Ps. 19:7 staat "De Thora van de Eeuwige is volmaakt,
bekerende de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is gewis, den slechten
wijsheid gevende. De bevelen van de Eeuwige zijn
recht, verblijdende het hart; het gebod van de Eeuwige is zuiver, verlichtende
de ogen.". In Deut 29:29
staat "maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen
voor altijd, opdat
wij al de woorden dezer wet (Thora) volbrengen." Er staat dat Thora volmaakt
is, gewis is (stand zal houden) en dat hij voor Eeuwig is (dat staat ook op
diverse andere plaatsen (bijv. Ps 119, wat een loflied is op de Thora).
Hoe kan de Hebreeënbrief schrijver
(8:13) dan de conclusie trekken op basis van Jer. 31 dat de
Thora de verdwijning nabij is? In Deut. 30, Jer. 31 en Ezech 36 staat immers dat de Thora juist weer
onderhouden zal worden (en ook Mal. 4 geeft zo duidelijk het belang voor de
toekomst ervan weer). Het feit dat de Thora nog steeds als gezaghebbend door
het Joodse volk is op zich al een duidelijk bewijs dat de betreffende tekst
nie klopt.
10 >
In
de Thora en de profetieën staat dat God mensenoffers haat. Hij zegt dat het
voor Hem een gruwel is. (Lev. 81:21."En gij zult geen van uw kinderen
overgeven, om het aan de Moloch te wijden, opdat gij de naam van uw God niet
ontwijdt. Ik ben de Eeuwige". Deut. 12:31 "Niet alzo zult gij de Eeuwige, uw
God, dienen; want al wat de Eeuwige een gruwel is, wat Hij haat, doen zij voor
hun goden; zelfs hun zonen en hun dochters verbranden zij voor hun goden met
vuur." De 18:10, Ezech 16:20 "dat gij de zonen en dochters die gij Mij gebaard
hadt, genomen en ten offer gebracht hebt, hun tot spijze.". Ook de
geschiedenis met de geloofsbeproeving van Avraham laat zien dat God geen
mensenoffer vraagt.
Hoe kan dan de theorie ontstaan dat God het offer van
Jezus vraagt ter verzoening van zonden? Zie ook punt 3.
11 >
Als
de Thora zegt dat de Tempel, als
deze op de berg Zion gebouwd zou zijn, de enige plaats is waar offers gebracht
zouden mogen worden en dat alles wat buiten deze plaats geofferd werd, door
God niet als correct offer werd gezien, hoe kan het christendom dan beweren
dat God de dood van Jezus, die op Golgotha plaatsvond, als offer zou zien. Deut 12:1-14; 14 "maar op de plaats die de Eeuwige in het gebied van een uwer
stammen verkiezen zal, daar zult gij uw brandoffers brengen, en daar
zult gij doen alles wat ik u gebied". Verder moest van de offerdieren
alleen een aantal specifiek genoemde ledematen/delen van het dier op het
altaar verbrand worden. Dan zou het alleen als offer gerekend worden. Ook om
die reden kan de dood van Jezus nooit als offer voor God beschouwd worden.
12 >
Een christelijke overtuiging
is het, dat de Tempel niet herbouwd wordt of in ieder geval het niet
noodzakelijk is dat de Tempel herbouwd
zal
worden met daarbij de terugkerende offeranden. Waarom staat er dan in Jer.
33:17-21 "17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David
ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israëls gezeten is;
18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht
aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers
brengt al de dagen.
19 Het woord van de Eeuwige kwam tot
Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de
nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21
dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen
zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de
priesters, mijn dienaren" en in Mal. 3:4 "4 Dan zal het
offer van
Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren." en in Ezech. 45:17-25: "17 Maar op de
vorst rust de plicht van de brandoffers, het spijsoffer en het plengoffer, op
de feesten, de nieuwemaansdagen en de sabbatten, op al de hoogtijden van het
huis Israëls. Hij zal het zondoffer en het spijsoffer, het
brandoffer en de vredeoffers brengen, om verzoening te doen voor het gehele
huis Israëls. 18 Zo zegt Adonai de Eeuwige: In de eerste maand, op de eerste
der maand, zult gij een gave jonge stier nemen en daarmede het heiligdom
ontzondigen. 19 De priester zal daartoe iets van het bloed van het zondoffer
nemen en dat strijken aan de post van het huis, aan de vier hoeken van de
omloop van het altaar en aan de post van de poort van de binnenste voorhof. 20
Evenzo zult gij doen op de zevende van de maand ter wille van hen die
onopzettelijk en onwetend zondigen; en gij zult verzoening doen voor het huis.
21 In de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zult gij het Pascha
vieren; gedurende het feest van zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten
worden. 22 Op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor al het volk des lands een stier als zondoffer bereiden. 23 En gedurende de
zeven dagen van het feest zal hij zeven dagen lang dagelijks als brandoffer
voor de Eeuwige zeven stieren en zeven rammen bereiden, alle gaaf, en als
zondoffer dagelijks een geitenbok; 24 als spijsoffer zal hij een efa bij elke
stier en een efa bij elke ram bereiden en een hin olie bij elke efa. 25 Ook in
de zevende maand, op de vijftiende dag der maand, op het feest, zal hij het
bereiden; zeven dagen lang desgelijks, zowel het zondoffer als het brandoffer,
het spijsoffer zowel als de olie. (tussen haakjes: de Vorst die in vers
22 wordt genoemd is volgens Ezech 37:25 de Messias ben David). En waarom staat
er dan in Ps. 119:160 dat de Thora instructies voor eeuwig gelden "160 Heel uw
woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig" en
in Ezech 36:27 dat de inzettingen en verordeningen van de Eeuwige (dus ook de
verordeningen en inzettingen voor de offeranden) weer gehouden zullen worden;
"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn
inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt."?.
13 >
Volgens de meeste christenen
hoeft, o.a. op basis van Hebr. 8:13, de Thora niet meer onderhouden te worden.
Waarom staat er dan in Mal.
3:19-24 (4:1-6) “Want zie, de dag komt,
brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid
bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken
(zegt de Eeuwige der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten.
Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er
zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als
kalveren uit de stal. Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen
zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de Eeuwige der
heerscharen. Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb
geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen”. De dag die
hier wordt beschreven is duidelijk nog niet gekomen en de Eeuwige roept op om
de Thora te onderhouden.
14 >
Volgens
veel christenen is God genadiger geworden.
In het NT openbaart God zich als een God van liefde (die het houden van de
Thora niet meer belangrijk vindt) terwijl Hij onder het OT zich openbaart als een toornig God die Zijn kinderen
een opdracht geeft die ze niet kunnen (en eigenlijk nooit zouden kunnen)
volbrengen. (Tussen haakjes: De opdracht om de Thora te onderhouden zou
er volgens hun alleen maar voor bedoeld zijn om aan te tonen dat ze die
instructies niet kunnen houden.) Hoe kan het dan zijn dat God zich aan zijn
volk in het OT juist in het geven van de Thora bekend maakt met de volgende
woorden "6 De Eeuwige ging aan hem voorbij en riep: de Eeuwige, de Eeuwige,
God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7
die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid,
overtreding en zonde vergeeft" Ook staat er in het OT dat de Eeuwige niet
verandert Mal 3:6 "Voorwaar,
Ik, de Eeuwige, ben niet veranderd."
Juist in het geven van de Thora, bewijst God
zich volgens de Thora dat Hij een genadig God is. Dat hij instructies geeft om
in Zijn aanwezigheid te komen. Door te ontkennen dat deze instructies de mens
in Gods nabijheid brengen, is christendom juist een oorzaak donkerheid
onder zijn volgelingen geworden. Vele oorlogen zijn er het indirecte resultaat
ervan. Het christendom heeft in de afgelopen 2000 jaar geen vrede kunnen brengen.
De boodschap varieerde van veroordeling en afwijzing tot haat en moord. Hoe
kan dat?
15 >
Er wordt wel gezegd in christelijke kring dat de
waarheid van het christendom wordt bewezen door de vruchten die het heeft
(vele
bekeerlingen, ervaringen en wonderen (die trouwens bijv. ook in de New Age
beweging worden gezien)). Er wordt dan gedoeld op
de vele positieve dingen die het christendom heeft bewerkt t.o.v. het Jodendom.
Het Jodendom zou geen goede boodschap hebben verkondigd.
Hoe moet dan
in dat kader 2000
jaar Jodenvervolging en Thoraverwaarlozing door het christendom worden
gezien? Volgens de Tenach is en blijft Israël als de oogappel van God (Zach.2:8b
"want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan")
En
wat de Thora betreft; Volgens diverse teksten geldt die voor Eeuwig? Let wel aanhangers van het christendom hebben
in de geschiedenis het Joodse
volk meer vervolgd en gedood dan aanhangers van de Islam.Ook
hebben de aanhangers van het Christendom meer oorlogen gestreden en
veroorzaakt dan andere groepen.
16 >
Een christelijke uitspraak over het Oude
Testament is dat er in die tijd geen vergeving/verzoening zonder bloedstorting
mogelijk was
(zie ook Hebr. 8:22).
Waarom lees je dan in het Oude Testament
(Leviticus 4-6) dat alleen bij een aantal specifieke (vooral onopzettelijke)
zonden bloed het zoenmiddel was. Daarbij kon ook nog eens het offer met bloed
voor de armlastigen vervangen worden door een meeloffer waarbij geen bloed
van pas kwam. O.a. in Ezech.18, 33, Ps. 32, Hos. 14:2, Deut. 30, en de geschiedenis van
Jona lees ik dat vergeving geschied / geschieden zal op grond van belijdenis van
zonden en bekering. Ezech. 33:14-16 "14 En wanneer Ik tot de goddeloze zeg:
Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar
recht en gerechtigheid. 15 De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het
geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht
meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16 Geen
van de zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij
heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven."
Hos.
14:1-4 "1 Bekeer u, Israël, tot de Eeuwige, uw God, want door
uw ongerechtigheid zijt gij gestruikeld. 2 Komt met woorden van
schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de
ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de
belijdenis onzer lippen. 3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij
niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze
God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid
genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen
af." Ps 32:5 "Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn
ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de Eeuwige mijn
overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden",
Deut.30:2-6:
"En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en
luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen,
met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw
gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen
uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw
verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u
verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in
het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal
het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw
G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d,
te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt".
17 >
De hele Tenach spreekt over het grote belang van de
terugkeer van het Joodse volk en het belang van het wonen van het Joodse volk
in Eretz Israël met een staatkundige inrichting als in de tijd van David en
Salomo maar dan perfect. Compleet met tempel en tempeldienst.
Mal. 3:4 4 "Dan
zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de
dagen van ouds en als in vroegere jaren". en Jeremia 33:
"17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal
het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israels gezeten
is; 18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn
aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en
slachtoffers brengt al de dagen. 19 Het woord van de Eeuwige kwam tot
Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de
nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21
dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen
zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de
priesters, mijn dienaren. 22 Zoals het heer des hemels niet geteld en het zand
der zee niet gemeten kan worden, zo talrijk zal Ik maken het nageslacht van
mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen."
Dit is in compleet
andere realiteit dan wat wordt beweerd in de christelijke theologie
die in zijn geheel en over grote meerderheid er vanuit
gaat dat alle teksten van herstel en terugkeer naar het land Israël als
geestelijk moeten worden gezien. Hoe kan dat?
(eigenlijk best raar dat de
oordelen wel letterlijk voor Israël zouden zijn maar de beloften ineens
voor de kerk ) De hele boodschap van het christelijke Nieuwe Testament
is hier van af gebogen en heeft de profetieën ontkracht als zijnde dat het
niet meer van belang is of aan de orde dat de Tempel er weer zal zijn en dat
het Joodse volk weer terug in het land Israël zal komen. En dit terwijl er in Jer. 32 staat dat het terugbrengen van het volk Israël naar
het land Israël iets is wat de Eeuwige met heel zijn hart en ziel doet "40
ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen
afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart
leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; 41 Ik zal Mij over hen verblijden en
hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart
en heel mijn ziel."en waar Hij de heiliging van Zijn
Naam aan verbonden heeft. Ezech. 36 "23 Ik
zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van
hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige
ben, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u
als Heilige zal betonen.24 Ik zal u weghalen uit de volken en u
bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land;"
18 >
Heel duidelijk staat er in de eeuwig geldende
instructies van de Thora en ook verder in de Tenach dat God aan Israël een
speciale plaats heeft gegeven voor altijd middels / naar aanleiding het
verbond met Abraham Het is onveranderlijk. (Gen 17:7
Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun
geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn..1
Sam. 12:22 Want de Eeuwige zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn
grote naam. de Eeuwige heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken, Psalm
105:6 gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Ya’akov, zijn
uitverkorenen. Hosea 2:2020 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij
zult de Eeuwige kennen.
Zo
hebben Israel
als land Jeruzalem als plaats en de Tempelberg (de berg Sion) als locatie ook
een speciale plaats. Zacharia 16, 17 Daarom, zo zegt de
Eeuwige: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin
gebouwd worden, luidt het woord van de Eeuwige der heerscharen en het
meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de
Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede;
nog zal de Eeuwige Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen. Psalm 132:13-18
Want de Eeuwige heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd:
Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.
Jes. 62:11 Want de HERE doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de
dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding
gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: 12 Het heilige Volk, De Verlosten
van de Eeuwige; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad.)
Paulus' woorden (in de brief Efeze 2:14)
gaan hier
regelrecht tegenin. Hij zegt dat ieder nu gelijk is. Hij zegt dat Israël die speciale
plaats niet meer heeft en dat de volgelingen van Jezus' deze plaats nu hebben.
Verder spreekt hij
met soortgelijke woorden over de Tempel 1 Cor 3:16 en 17 waarmee de herbouw van de fysieke Tempel in Jeruzalem mee
afgedaan wordt.
Hoe komt het dat zeer zeer velen die woorden
van Paulus klakkeloos hebben aangenomen voor waarheid terwijl ze tegen de
eeuwige instructies van God zelf ingaan?
Velen zeggen tegenwoordig dat Paulus het zo
niet bedoeld heeft maar de praktijk van 2000 jaar christendom leert dat het
wel zo is opgevat. De christenen zijn de afgelopen 2000 jaar de grootste
vervolgers van de Joden geweest zonder ook maar stil te staan bij de speciale
plaats die het volk Israël heeft. Verder heeft men het land Israël en de
plaats Jeruzalem voor zichzelf willen opeisen zonder die plaats aan Israël te
willen geven. En ook nu nog is maar een kleine minderheid van het christendom
overtuigd van Israëls speciale plaats en de speciale band tussen het land
Israël, de stad Jeruzalem en het volk Israël.
19 >
Gods liefde komt tot uiting in
het geven van de instructies van de Thora.
Ps 119:39b "want uw verordeningen
zijn goed".
Ps 119:18 Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe
de wonderen uit uw wet.
De Thora is goed (voor de mens) voor eeuwig.Ps
19:7 De wet van de Eeuwige is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis
van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. Pr
3:2 'want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u
vermeerderen'. Pr 3:18 'Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen,
wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen';
Het christendom doet er afbreuk aan. Door vast te houden aan de
overtuiging dat de zonden bij voorbaat al verzoend zijn door Jezus' dood wordt
er afbreuk gedaan aan de waarde van de eeuwige instructies van de Thora die
God uit liefde aan Israël heeft gegeven.
Ook door de zogenaamd 'thoragetrouwe messiasbelijdende joden' wordt er
duidelijk minder zorgvuldig om gegaan met het
onderhouden van de Thora. Volgens de christelijke theologie kan de mens de wet
immers toch niet houden (volgens de Thora juist wel.
Deut 30:11 Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk
voor u en het is niet ver weg.)
Daarnaast er is nog altijd een redmiddel voor
als je zondigt. Het is dus eigenlijk minder erg als je
zondigt)
De 32:46 zeide hij tot hen: Neemt al de woorden
ter harte, waarmee ik u heden vermaan, opdat gij daarmee uw kinderen zult
opdragen al de woorden dezer wet nauwgezet te onderhouden. 47 Want dit is voor
u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen
in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen. De
30:20 door de Eeuwige, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en
Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen
in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen
heeft, dat Hij het hun geven zou.
In de praktijk van het christendom wordt of de
Thora helemaal niet gehouden of niet geheel. Hoe kan dat hebben ontstaan? Hoe
kan het zijn dat het christendom de Thora als juk en niet als uiting van Gods
liefde bestempelen?
20 >
Volgens de Tenach is goed, heilig leven (in het
verleden heden en toekomst) een leven naar de richtlijnen van de Thora.
Lev. 20:7.8 "Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de
Eeuwige, uw God.8 Zo zult gij mijn inzettingen nauwgezet in acht nemen; Ik ben
de Eeuwige, die u heilig." Micha 6:8 "Hij heeft u bekendgemaakt, o mens,
wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders dan recht te doen en
getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.", Jes. 56:1 "Zo
zegt de Eeuwige: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid, want mijn heil
staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren.2 Welzalig
de sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht
geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand,
zodat zij niets kwaads doet."
Wat goed doen
is, is duidelijk verwoord in de Thora (die voor eeuwig van kracht is). Volgens
het Christendom heeft goeddoen niets met de Thora te maken. Het liefhebben van
God is vertaald in het trouw met de kerk meelevend zijn en goed zijn voor de
naaste. De instructies van hoe de liefde tot God tot uiting te brengen zijn
afgedaan en ontkracht. Zie wat Paulus schreef in zijn brief aan de Galaten
3:"24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest
tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. 25 Nu echter
het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester."
Dit gaat ook weer tegen het Oude Testament in.
Hoe kan dat? Nergens in het Oude Testament staat dat de Thora afgedankt zou
worden. In tegendeel. Zie Ezech 36 en Jer 31 (zie boven)
21 >
Volgens de Thora is het besnijdenisteken/verbond een
eeuwige instelling dat als teken dient voor het volk van God, Gods
uitverkorenen
Gen 17 "10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij
en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; 11 gij
zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van
het verbond zijn tussen Mij en u. 12 Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden
worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is,
als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw
nageslacht is. 13 Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht
is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot
een eeuwig verbond.".
Wie geeft
Paulus dan de autoriteit om dat ongedaan te maken, te ontkrachten? (in oa
Gal. hst 5 (geheel) en 6:15 "15 Want besneden zijn of niet besneden
zijn
betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is." en Ef. 2:12-19 "12 dat
gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht
Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in
de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart,
dichtbij gekomen door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, die
de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de
vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der
geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in
Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, 16 en de
twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis,
waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede
verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18
want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo
zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der
heiligen en huisgenoten Gods," (Dit hele gedeelte is trouwens in lijnrechte
tegenspraak met de Thora en de profetieën)
Ook het mikwe
(reinigingsbad) door onderdompeling is zo'n teken. Wie geeft de christelijke
kerk (het grootste deel ervan) de autoriteit om dat ongedaan te maken of aan
te passen?
22 >
In Hosea 14:2 wordt gesproken over het aanbieden van
'de belijdenis der lippen' in plaats van offerstieren als sleutel tot
vergeving. (Ho 14:2 Komt met woorden van
schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de
ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de
belijdenis onzer lippen.3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij
niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze
God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid
genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen
af. 5 Ik zal zijn als de dauw voor Israel, hij zal bloeien als een lelie, en
zijn wortelen uitstrekken als de Libanon. 6 Zijn loten zullen uitlopen; zijn
pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon.)
Nergens wordt er gesproken over het feit dat een
mensenoffer de stierenoffers zou gaan/kunnen vervangen. Ook niet in Jes. 53 (zie
de desbetreffende pagina).
Hoe kan men beweren dat de christelijke theologieën
over het vervangend offer van Jezus op de Tenach zijn gebaseerd? (Deze
theologieën vinden juist hun oorsprong in de heidense Mithras vereringscultuur).
23 >
In Deut. 30:1-10 en in 1 Kon.
8:46-53 spreken resp. Moshe en koning Shlomo over de toekomst van het volk
Israël waarin zij zich van God af zou keren maar ook over te toekomst waarin
het volledige herstel plaats gaat vinden.
Waarom spreken Moshe en Shlomo, als zij het
hebben over de (komende) 'terugkeer naar God' niet over het geloof in de
Messias als (enige) redmiddel en als weg tot behoud maar over het terugkeren
in het onderhouden van de Thora instructies? Het
Nieuwe Testament beweert toch dat het niet meer nodig is de Thora te
onderhouden en dat het geloof in Jezus als Messias het enige vereiste tot
behoud is voor 'Jood en Griek'?
Deut 30:1-10 "Wanneer dan al deze
dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij
dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de Eeuwige,
uw God, u verdreven heeft, En gij keert terug tot de Eeuwige, uw G’d, en
luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen,
met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw G’d, tot uw
gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen
uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw G’d, u verstrooid heeft. Al waren uw
verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw G’d, u
verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw G’d, zal u brengen in
het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal
het u wél doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw
G’d, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw G’d,
te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt.
En de Eeuwige, uw G’d, zal al deze vervloekings-eeden doen komen op uw
vijanden en uw haters, die u vervolgd hebben. Gij echter zult weer luisteren
naar de stem van de Eeuwige en zult volbrengen al zijn geboden, die ik u heden
gebied. De Eeuwige, uw G’d, zal u den meerdere doen worden in al het werk uwer
handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van
uw bodem ten goede, want de Eeuwige zal weer over u verheugen, u ten goede,
gelijk Hij Zich over uw vaderen verheugde, Wanneer gij namelijk naar de stem
van de Eeuwige, uw G’d, luisteren zult om Zijn geboden en Zijn wetten in acht
te nemen, welke in dit boek der leer geschreven zijn; indien gij u tot de
Eeuwige, uw G’d, terugkeren zult met geheel uw hart en met geheel uw ziel. "
1 Kon. 8:46-53 "Wanneer zij tegen U zondigen (er is immers
geen mens die niet zondigt) en Gij op hen toornig wordt en hen overlevert aan
een vijand, zodat men hen als gevangenen wegvoert naar het land van de vijand,
ver of nabij, wanneer zij het dan ter harte nemen in het land waarheen zij weggevoerd
zijn, zich bekeren, en tot U smeken in het land van wie hen weggevoerd hebben
en zeggen: wij hebben gezondigd, ongerechtigheid bedreven en goddeloos
gehandeld, wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en hun gehele ziel
in het land hunner vijanden die hen weggevoerd hebben, en wanneer zij tot U
bidden in de richting van het land dat Gij hun vaderen gegeven hebt, van de
stad die Gij verkoren hebt, en van dit huis dat ik voor uw naam gebouwd heb, hoor dan in de hemel, de vaste plaats uwer woning, naar hun gebed en naar
hun smeking en verschaf hun recht. Vergeef uw volk hetgeen waarin zij tegen U gezondigd hebben, en al hun
overtredingen die zij tegen U begaan hebben, en geef hun barmhartigheid bij
degenen die hen weggevoerd hebben, zodat zij zich over hen erbarmen, want zij zijn uw volk en uw erfdeel dat Gij uit Egypte hebt geleid, midden
uit de ijzeroven. Laten dan uw ogen geopend zijn voor de smeking van uw knecht en voor de
smeking van uw volk Israël, en hoor naar hen, zo dikwijls zij tot U roepen, want Gij hebt hen U ten erfdeel afgezonderd uit alle volken der aarde,
zoals Gij gesproken hebt door de dienst van uw knecht Mozes, toen Gij onze
vaderen uit Egypte hebt geleid, HaShem de Eeuwige."
24 >
In Jer. 23:5-8 staat "Zie, de dagen komen,
luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit
zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen,
die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen
zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede
men hem zal noemen: de Eeuwige is onze gerechtigheid. Daarom zie, de dagen
komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar
de Eeuwige leeft, die de Israëlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken,
maar veeleer: Zo waar de Eeuwige leeft, die het nageslacht van het huis
Israëls heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland
en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen
grond wonen.". Als Jezus de
beloofde Messias zou zijn waarom zijn deze woorden dan niet ten tijde van de
dagen dat hij verwekt is in vervulling gegaan?
25 >
In de Tenach (Oude
Testament) staat dat je in Gods aanwezigheid komt (en dat er heelheid,
vergeving en genezing is) door te luisteren naar God, door het onderhouden van
Gods geboden, de Thora. Lev. 26: "3
Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt,
4 dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst
geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; 5 de dorstijd zal bij u
duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood
eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. 6 En Ik zal vrede in het land
geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de
wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren.
7 En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het
zwaard vallen. 8 Vijf van u zullen honderd achtervolgen, en honderd van u
zullen tienduizend achtervolgen, en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door
het zwaard vallen. 9 En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en u
talrijk maken, en Ik zal mijn verbond met u bevestigen. 10 En gij zult het
overjarige, dat overgebleven is, eten, en het overjarige zult gij voor het
nieuwe moeten wegdoen. 11 En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik
zal geen afkeer van u hebben, 12 maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot
een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn."
Le 18:5 'Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de
mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de Eeuwige'. Ps 19:7 '7 De
wet van de Eeuwige (de Thora) is volmaakt, zij hersteld de ziel; de getuigenis
van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.'. Deut 6:2 opdat gij de Eeuwige, uw God, vreest door al zijn inzettingen en
geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de
dagen van uw leven, en opdat gij lang leven moogt' Deut. 6:24 De Eeuwige
gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de Eeuwige, onze God, te
vrezen, opdat het ons altijd wel zou gaan en Hij ons in het leven zou
behouden, zoals dit heden het geval is'. De 30:20 door de Eeuwige, uw God,
lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is
uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Eeuwige
uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.",
De 32:47 "Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit
woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de
Jordaan in bezit zult nemen." Spr 3:2 'want lengte van dagen, en jaren van
leven, en vrede zullen zij u vermeerderen'. Spr 3:18 'Een boom des levens is
zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen'; Eze 20:11 'Ik gaf hun mijn inzettingen en maakte hun mijn verordeningen bekend;
de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven'.
Verder staat er in deze gedeelten duidelijk dat
deze instructies voor eeuwig gelden. Ook
koning David zegt het duidelijk in Ps 119: 152 "Van oudsher
weet ik uit uw getuigenissen, dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld....:160
Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor
eeuwig. Ps 89:34 mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat
over mijn lippen gekomen is". Ps 111:7b-9a: ...betrouwbaar zijn al zijn
bevelen, vastgesteld voor immer en altoos, volbracht in waarheid en
oprechtheid. Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft
zijn verbond voor eeuwig verordend.
Ook nu kom een mens dus in Gods
aanwezigheid door gehoorzaamheid aan God, het onderhouden van Gods geboden (de
Thora). Mich 6:8 "8 Hij heeft u
bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders
dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met
uw God." Door te stellen dat je nu in
Gods aanwezigheid komt door (alleen) het geloof in Jezus als de Messias is
gebaseerd op deze (door God eeuwig gegeven instructies) een afleiden van de
waarheid. De Nieuw Testamentische boodschap "Galatenbrief
2:16 wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar
door het geloof in Christus Jezus" en Romeinenbrief 10:4 "Want Christus is het
einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft." is in tegenspraak met de eeuwige boodschap van
de Thora/Tenach. Ook met het geheel van alle profetieën die voor de komende
toekomst gelden. Herstel is er
weer voor
Israël als ze weer leven volgens de Thora. Ezech.
37:24b "Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn
inzettingen onderhouden.".
Hoe kan het zijn dat heel veel mensen het zo
maar aannemen dat Gods woorden (van betekenis) zijn veranderd?
Hoe kan het
zijn dat velen daar niet over na durven te denken of in durven te zien terwijl
juist het erkennen van Gods waarheid tot wereldomvattend herstel zou kunnen
leiden. (lees ook eens verder de teksten over het Nieuwe Verbond).
Het stellen dat de Thora voor de mens niet (meer)
van belang is om in Gods volle aanwezigheid te komen of te leven is een
afhouden van de waarheid.
Jes.2:2 En het zal geschieden in het
laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als
de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle
volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natien zullen optrekken en
zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van
de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn
paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de
Eeuwige uit Jeruzalem.
Door te beweren dat iemand in Gods aanwezigheid
komt door het geloof in de evangeliën in plaats van door het gehoorzaamheid
aan God worden gelovigen juist in donkerheid in plaats van licht gebracht.
26 > Een groeiend aantal (bijbel)gelovigen realiseert
zich dat de instructies van de Thora nog steeds bindend c.q. geldend zijn
(zoals dat natuurlijk staat in o.a. Deut. 4:40 (Onderhoud
dan zijn inzettingen en zijn geboden, die ik u heden opleg, opdat het u en uw
kinderen na u wel ga en opdat gij lang leeft in het land, dat de Eeuwige, uw
God, u geven zal voor altijd.)) In die eeuwige
Thora staat op diverse plaatsen ‘Zo zal de priester over hem verzoening doen
voor zijn zonde, en het zal hem vergeven worden.‘ of ‘zo zal hij verzoening
doen …… en het zal rein zijn’ (o.a. Lev. 4:20, 4:26, 4:31, 4:35, 5:10, 5:13, 5:16,
5:18, 12:7, 12:8, 14:53 en 16:16). Verder worden offers
door G’d als offers aangemerkt als ze op de daarvoor bestemde plaats geofferd
worden (o.a. Deut 12:1-14): In de Tempel
op het altaar. Er wordt niet gesproken over een andere manier van verzoening
aanbrengen of een andere manier van offeren in deze eeuwig geldende
instructies.
Hoe kan er dan daarnaast een theologie ontstaan/bestaan waarbij
een mens moet sterven ter verzoening van een andermans zonden en dat er alleen
door het sterven van die persoon verzoening mogelijk is?
Zie
ook o.a.
Ezech. 18: 20 De ziel die
zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de
vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen.
De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de
goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf. 21 Maar
wanneer de goddeloze zich bekeert van alle zonden die hij begaan heeft, al
mijn inzettingen onderhoudt en naar recht en gerechtigheid handelt, dan zal
hij voorzeker leven; hij zal niet sterven. 22 Geen van de overtredingen die
hij begaan heeft, zal hem worden toegerekend; om de gerechtigheid die hij
betracht heeft, zal hij leven.
27 > Volgens
de Christelijke theologie is Jezus God omdat hij Gods zoon genoemd zou zijn.
In Ex 4 staat dat het hele Joodse volk de zoon van God is (22 Dan zult gij tot
Farao zeggen: Zo zegt de Eeuwige: Israel is mijn eerstgeboren zoon).
Zou dit dan ook betekenen dat elke Israëliet
God is?????
28 >
Volgens de Christelijke theologie
kan God alleen echt van een mens houden als de ‘schuld verzoend’ is
door een vereist offer,
Hoe kan het dan zijn dat God
Daniël,
na de verwoesting van de eerste Tempel en voor de herbouw van de tweede tempel
(zonder offer)
“zeer bemind” noemt?
Dan. 9:23
29 >
Hoe komt
het dat Jezus, als hij de beloofde Messias zou zijn, geen van de
duidelijke
profetieën over de Messias in het Oude Testament heeft vervuld?
30 >
Waarom zou je in Jezus als
beloofde Messias moeten geloven (als voorwaarde voor je 'behoud') als hij
geen
van de duidelijke
voorzeggingen over de Messias die in de Tenach (Oude Testament) staan (en
waaraan we de Messias kunnen herkennen)
heeft vervuld?
31 >
In Hosea 11:9 staat "Want God ben ik, en geen mens,". In
Ps 146:3 en 4 staat "3 Vertrouw niet op ....een sterveling bij wie geen
redding is" en in Hosea 13:4 staat "Maar ik, de HEER, ben je God al sinds
Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten mij is er niemand
die je redt."
Hoe kan, als je deze teksten leest, een theorie ontstaan dat God mens zou zijn
die door het sterven van Zijn mens-zijn verlossing zou moeten brengen?. Er
staat namelijk: God is geen mens. Er is geen verlosser dan God alleen en
Sterfelijke mensen kunnen geen verlossing brengen.
32 >
In Jesaja 14:1 staat: "Maar over Jakob zal de Eeuwige
zich ontfermen, weer wordt Israël uitverkoren. Hij zal hen in vrede laten
wonen op hun eigen grond. Vreemdelingen zullen zich bij hen aansluiten en zich
voegen bij het volk van Jakob." en in Zach 8:23 staat " En dit zegt de Eeuwige
van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken
met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met
de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God
bij u is.”’ Ezech 37:19 " zeg dan: “Dit zegt God, de Eeuwige: Ik neem het stuk
hout van Jozef-dat van Efraïm dus-en van de stammen van Israël die met hem
verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er één
stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden.”
Volgens de profeten zullen de niet Joden om God te dienen zich bij het fysieke
volk Israel aansluiten. Hoe kan een theorie aanvaard worden waar dit
aansluiten bij het fysieke volk Israel (wat nooit verdwenen is geweest) niet
meer van belang is?
33 >
In Jesaja 56:3,6 en 7 staat dat een niet Jood een deel
van het volk van God te worden door zich fysiek bij Israel aansluiten (wat
onder andere bestaat in het gaan vieren van de Shabbath en verder de gehele
Thora instructies op zich te nemen. "De vreemdeling die zich met de Eeuwige
heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De Eeuwige zondert mij zeker af van
zijn volk.’ ....En de vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden om
hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de Eeuwige te zijn-
ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan
mijn verbond-, hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in
mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar. Mijn tempel zal
heten ‘Huis van gebed voor alle volken’." Deze profetie is nog steeds van
kracht.
Hoe kan een
geloofsovertuiging aanvaard worden (zoals dat staat in de 'Efeze brief'
2:11-13) waarin wordt geleerd dat je nu enkel door het geloof in een Messias
onderdeel wordt van het fysieke volk Israel wat ook nog in de praktijk niet zo
is.
34 >
In Jesaja
59:21 staat: "Dit verbond sluit ik met hen-zegt de Eeuwige: Mijn geest, die op
jou rust, en de woorden die Ik je in de mond heb gelegd, zullen uit jouw mond
niet wijken, noch uit de mond van je kinderen, noch uit de mond van je
kindskinderen, van nu tot in eeuwigheid-zegt de Eeuwige" Hier staat
geschreven dat de woorden en openbaringen van God voor altijd via het Joodse
volk zouden en zullen lopen.
Hoe kan er een nieuwe
'openbaring' (die niet met de inhoud van Thora en profeten overeenkomt) grip
krijgen die niet via het Joodse erkend maar via een 'nieuwe groep' is
als God zegt dat hij voor altijd Zijn woorden aan het Joodse volk heeft
toevertrouwd? Vanaf de begintijd van het Christendom en de christelijke
overtuigingen zijn deze nooit een onderdeel geweest van het geheel van
openbaringen (zoals Thora en profetische geschriften) die aan het Joodse volk
zijn toevertrouwd en/of door enig officieel erkende Joodse (rechts)instelling
erkend is geweest. De Christelijke theologieën zijn nooit door het Joodse volk
'officieel' als gezaghebbend aanvaard zoals de Thora en de Profetische
geschriften dat wel zijn.
35 >
In Deuternomium 4:2 staat "Gij zult aan wat ik u gebied,
niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw
God, onderhoudt, die ik u opleg".
Hoe kan er een gebod worden
geaccepteerd dat je moet geloven in de vervangende dood van de Messias als
voorwaarde voor toegang tot God en van behoud en redding? Ook het sanhedrin
(de rechters) heeft dit nooit bepaald.
-0-0-0-0-0-0-0-
Hier nog wat om over na te denken:
Binnen het Judaisme (Jodendom) en het Joodse
denken wordt het Nieuwe Testament niet
als betrouwbaar gezien en Jezus als een valse profeet beschouwd, één van de
152 die de Joodse geschiedenis heeft gekend waaronder Sabtai Zvi en Bar Kochba
(die zelfs door de bekende Rabbijn Akiva lange tijd als de beloofde Messias
werd gezien). We als Joden hebben deze overtuiging omdat bepaalde teksten
(of door Jezus uitgesproken voorzeggingen) niet uitgekomen zijn, niet kloppen of omdat
bepaalde gedeelten uit de Tenach (Oude Testament) foutief worden aangehaald.
Om die redenen kunnnen wij als Joden het Nieuwe Testament niet zien als het onfeilbare woord van God zoals een
Christen dat ziet (tussen
haakjes: onze Joodse kijk op de Tenach is anders dan de Christelijke kijk op de
Bijbel).
Hier
volgen een aantal voorbeelden (er zijn er meer). Voor alle duidelijkheid: Ook deze voorbeelden
zijn zeker niet bedoeld als een aanval op iemands (Christelijke) overtuiging
maar zijn er puur
voor bestemd om begrip en respect te kweken voor de vraagtekens die het Joodse
volk bij het Nieuwe Testament als betrouwbare bron. Als eerste een duidelijk voorbeeld:
> In
Mt. 16:28 staat “Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier
staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de Zoon des
mensen hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid”. Deze profetie is
niet uitgekomen. Alle daar aanwezigen zijn reeds gestorven en de Zoon des
mensen is niet gekomen met koninklijke waardigheid. Ook de tekst in Mark 9:1
is niet uitgekomen. "En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn
sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen
smaken, voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht.".
Dit is een ontegenzeggelijk voorbeeld van een (volgens het Nieuwe
Testament) door Jezus uitgesproken profetie die niet is uitgekomen. Daarmee
diskwalificeert Jezus zichzelf als Messias en profeet.
Op basis
van deze tekst alleen al moet een Jood, op grond van de door God gegeven
instructies in de Thora Jezus als valse profeet afwijzen. Lees Deuteronomium
18:18-22 "18 een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen,
zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot
hen zeggen, wat Ik hem gebied. 19 De man, die niet luistert naar de woorden
welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen . 20 Maar
een profeet, die overmoedig genoeg is om in mijn naam een woord te spreken,
dat Ik hem niet gebood te spreken , of die in de naam van andere goden spreekt,
die profeet zal sterven. 21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe
onderkennen wij het woord dat de Eeuwige niet gesproken heeft? 22 Als een
profeet spreekt in de naam van de Eeuwige en zijn woord wordt niet vervuld en
komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Eeuwige niet gesproken heeft ; in
overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen." en Deuteronomium
13:1-5
Verder nog een groot aantal voorbeelden.
> In Matt. 1:11 staat " Josia
verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap".
In 1 Kron. 3:15 en 16 staat echter dat Jechonia zijn kleinzoon was in plaats
van zijn zoon. Jojakim heeft Jechonia verwekt "15 De zonen van Josia waren: de
eerstgeborene Jochanan, de tweede Jojakim, de derde Sedekia, de vierde Sallum.
16 De zonen van Jojakim: zijn zoon Jechonja en zijn zoon Sidkia." Er zijn
geslachten overgeslagen. Daarmee klopt Matt. 1:17 ook niet meer "Al de
geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot
de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische
ballingschap tot de Christus veertien geslachten."
> Nog
een keer Matt. 1:11 " Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van
de Babylonische ballingschap" Jechonia zou een van de voorvaders van Jezus
zijn. In Jer.22: 24, 30 “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Eeuwige, al
was Konjahu, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring aan mijn
rechterhand, toch zou Ik u daar afrukken….Zo zegt de Eeuwige: Schrijf deze man
in als kinderloos, een man die in zijn dagen geen geluk heeft, want het zal
aan geen van zijn nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en
weer over Juda te regeren” Mattheus geeft aan dat Jezus uit de lijn van
Jechonja (zijn bijnaam is Konjahu) voortkomt. Volgens Jer. 22:30 zal geen van
de nakomelingen van deze Jechonja de Messias zijn.
> In
Matt. 1:12 staat "Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel,
Sealtiel verwekte Zerubbabel," Zerubbabel was echter niet de zoon van Sealtiel
maar van zijn broer Pedaja zo kan je in 1 Kron 3:19 lezen "19 de zonen van
Pedaja: Zerubbabel en Simi; de zonen van Zerubbabel: Mesullam en Chananja (en
hun zuster was Selomit),"
> In
Matt. 1:13 staat "Zerubbabel verwekte Abihud". Volgens 1 Kron 3:19 had deze
Zerubbabel echter geen zoon die Abihud heette "de zonen van Zerubbabel:
Mesullam en Chananja (en hun zuster was Selomit)"
> In
Matt. 1:13-16 staat "13 Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim,
Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim
verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan
verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus
geboren is, die Christus genoemd wordt.". In Lukas 3: staat echter: "23 En Hij,
Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende,
van Jozef, de zoon van Eli, 24 de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon
van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Jozef, 25 de zoon van Mattatias,
de zoon van Amos, de zoon van Naum, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, 26
de zoon van Maat, de zoon van Mattatias, de zoon van Semein, de zoon van Josek,
de zoon van Joda, 27 de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van
Zerubbabel, de zoon van Sealtiel". Volgens Matt. is Jozef de zoon van Jakob,
volgens Lukas is Jozef de zoon van Eli.
>
In Matt. 1:13-16 staat verder ook "1
Geslachtsregister van Jezus ....11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders
ten tijde van de Babylonische ballingschap. 12 Na de Babylonische ballingschap
verwekte Jechonja Sealtiel, ..., Mattan verwekte Jakob,16 Jakob verwekte Jozef,
de man van Maria, uit wie Jezus geboren is." Naast het feit dat het
geslachtsregister niet overeenkomt met die van Lukas. Deze lijn (van
overdracht van het koningschap) loopt wel via Salomo (dat klopt i.t.t. het
register in Lukas, zie verderop) maar ook via Jechonia. En dat kan niet. Deze
koning was een zeer goddeloze koning (2 Kron 36:9, lees de hebreeuwse
vertaling van de naam daar de vertalers de naam niet consequent hetzelfde
vertalen). Hij werd daarvoor gestraft met een vloek die beschreven staat in
Jer. 22:24-30 "30 Zo zegt de Eeuwige: Schrijf deze man in als kinderloos, een
man die in zijn dagen geen geluk heeft, want het zal aan geen van zijn
nakomelingen gelukken om te zitten op de troon van David en weer over Juda te
regeren.". Hier staat dus dat geen van zijn nakomelingen op de troon van David
zal zitten, dus ook Jezus niet.
> In
Matt. 1:22-23 “Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here
door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal
zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven,
hetgeen betekent: God met ons.” Jesaja 7:14 verkeerd geciteerd. Daar staat
namelijk “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw
(jonge vrouw) zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam
Immanuel geven.”. Voor het woord maagd heeft het hebreeuws een eigen woord (betulah).
Het woord wat hier gebruikt word is ‘almah’ wat jonge vrouw betekend. Deze
profetie is trouwens in die tijd al in vervulling gegaan. "en zij zal hem de
naam Immanuel geven". Deze profetie is nooit uitgekomen met Jezus, hij is
nooit Immanuel genoemd, in plaats daarvan was zijn naam Jezus. De tekst kan
ook niet op de 'christelijke' Jezus duiden omdat het in vers 16 zegt: "Maar
voordat de jongen weet het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen, zal
het land ontvolkt zijn, voor welks beide koningen gij angstig zijt". Het zegt
hier dat er een tijd zal zijn dat de jongen niet in staat zal zijn het kwade
te verwerpen. En aangezien Jezus, volgens het christendom, zonder fouten zou
zijn,
kan deze tekst (ook vanuit christelijk perspectief) niet naar hem verwijzen.
> In
Matt. 2:15 staat " opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet
gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen." De
betreffende tekst in Hosea 11:1 gaat echter duidelijk over het volk Israël als
volk. Hos. 11:1-5 "1 Toen Israel een kind was, heb Ik het liefgehad, en uit
Egypte heb Ik mijn zoon geroepen. Hoe meer men hen riep, des te meer dwaalden
zij weg: aan de Baals offerden zij en aan de gesneden beelden brachten zij
reukoffers. En Ik leerde Efraim lopen; Ik nam hen op mijn armen, maar zij
erkenden niet dat Ik hen genas. Met mensenbanden trok ik hen, met koorden der
liefde; Ik was hun als degenen die het juk van hun kinnebak hieven. Ik neigde
Mij tot hem, gaf hem te eten. Zal hij niet naar het land Egypte terugkeren? Ja,
Assur zal zijn koning zijn, omdat zij geweigerd hebben zich te bekeren."
> In
Matt. 2:23 staat "en, daar gekomen, vestigde hij zich in een stad, genaamd
Nazaret, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is,
dat Hij Nazoreeer zou heten.". Nergens staat dit in de profetieën (in de
Tenach, of andere Joodse geschriften) voorzegt.
> In
Matt. 3:2 staat "en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is
nabijgekomen". Profetie is niet uitgekomen. Er wordt nog steeds op gewacht.
> Matt.
5:21 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan;
en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. 22 Maar Ik zeg u: Een
ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht.
Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie
zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. Ook hier geld precies hetzelfde
als het voorgaande. Jezus zegt ook hier autoriteit te hebben om de Thora te
wijzigen (in zijn woordgebruik laat hij het voorkomen als een tegenstelling).
Zoals we echter in Ps 119.160, Deut 12:28, en Mal. 3:6 kunnen lezen is dat de
Eeuwige niet verandert en dat de Thora instructies voor eeuwig gelden. Ook
hier is het gebruik van hel zoals in deze tekst komt uit de Griekse mythologie
en zeker niet uit de Tenach (Oude Testament) en uit het Joodse denken.
> Matt.
5:27 "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. 28 Maar Ik
zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart
reeds echtbreuk met haar gepleegd.29 ....... en niet uw gehele lichaam in de
hel geworpen worde.". Wederom duidt het woordgebruik aan dat het om een
tegenstelling gaat die Jezus uitspreekt. Een verandering t.o.v. het verleden.
Zie hier boven. Jezus heeft die autoriteit niet. Hoe goed het principe ook is.
Verder het gebruik van hel zoals in deze tekst komt uit de Griekse mythologie
en zeker niet uit de Tenach (Oude Testament) en uit het Joodse denken.
> In
Matt. 5:33,34a staat “ Wederom hebt gij gehoord, dat tot de ouden gezegd is:
Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw eden gestand doen. Maar Ik
zeg u, in het geheel niet te zweren”. Jezus zegt hier autoriteit te hebben om
de Thora te wijzigen (in zijn woordgebruik laat hij het voorkomen als een
tegenstelling). Zoals we echter in Ps 119.160, Deut 12:28, en Mal. 3:6 kunnen
lezen is dat de Eeuwige niet verandert en dat de Thora instructies voor eeuwig
gelden (geldt ook andere dergelijke uit Matt. 5:28-44 en Matt. 19:7-9).
> In
Matt. 8:17 staat "opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de
profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en
onze ziekten heeft Hij gedragen." Jezus genas niet de zieke door de ziekte
over te nemen. Het is dus geen vervulling zijn van betreffende profetie.
> In
Matt. 8:21 “Een ander echter, een van zijn discipelen, zeide tot Hem: Here,
sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. 22 Maar Jezus zeide
tot hem: Volg mij en laat de doden hun doden begraven”. Dit is een zeer
on-Joodse gedachte. Het is juist van groot belang binnen het Joods denken door
alle tijden heen om met zorg familieleden te begraven en met rouwenden mee te
treuren.
> In
Matt. 9:3, 4 staat “En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf:
Deze lastert God. En daar Jezus hun overleggingen kende, zeide Hij: Waarom
overlegt gij kwaad in uw hart?”. Wie zegt dat ze dat inderdaad dachten. Dit is
niet
te bewijzen.
> In
Matt. 10:35, 36 staat “Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een
man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een
schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn
vijanden zijn.”. Dit gaat lijnrecht tegen de Thora in en tegen de beschrijving
van de Messias in de profetieën.
> In
Matt. 10:23 staat “Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere;
want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël zijn rondgekomen,
voordat de Zoon des mensen komt.”. Een profetie die niet klopt. Hij is niet uitgekomen.
> In
Matt. 11:12-14 staat “Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt
het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar.
Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien
gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou.”. Jezus zegt dat Johannes
de Doper Elia is. In Joh 1:12 staat "En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij
Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde:
Neen.". Hij zegt dus dat hij het niet is. Jezus sprak dus niet de waarheid.
> In
Matt. 12:81-21 staat “18 Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde,
in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij
zal de heidenen het oordeel verkondigen. 19 Hij zal niet twisten of
schreeuwen, en niemand zal op de pleinen zijn stem horen. 20 Het geknakte
riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven,
voordat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht. 21 En op zijn
naam zullen de heidenen hopen.”. Hier wordt Jes. 42 aangehaald. Daar
staat echter iets anders: “1 Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn
uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd:
hij zal de volken het recht openbaren. 2 Hij zal niet schreeuwen noch zijn
stem verheffen, noch die op de straat doen horen.3 Het geknakte riet zal hij
niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid
zal hij het recht openbaren. 4 Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden,
tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn
wetsonderricht zullen de kustlanden wachten. Mattheus haalt hier de
profeet Jesaja foutief aan. In de studie over Jes. 53 zien we dat dit gedeelte
juist over het Joodse volk in zijn geheel spreekt.
> In
Matt. 17:20 staat “Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik
zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg
zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal
u onmogelijk zijn.”. Klopt niet en is zeker ook geen praktijk in het Christendom.
Lees maar eens "Het gewijde dagboek" van Adrian Plass.
> In
Matt. 19:7-9 staat: “Hij zeide tot hen: Mozes heeft u met het oog op de
hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden, maar van den beginne
is het zo niet geweest. Doch Ik zeg u.” Even los van de inhoud zegt Jezus hier
dat Mozes dit gebod uit de thora zelf heeft gegeven (Deut. 24:1: Wanneer
iemand een vrouw genomen en gehuwd heeft, dan zal, (als hij haar geen
genegenheid toedraagt, omdat hij iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft,
en hij een scheidbrief geschreven en haar die overhandigd heeft, waarna hij
haar uit zijn huis heeft weggezonden). Door de hele Thora heen lezen we juist
dat de Eeuwige de instructies uit de Thora zelf heeft gegeven en dat Mozes ze
heeft overgebracht. Hoe we ook over de inhoud denken, de instructies in de
Thora gelden voor eeuwig (De 12:28 Luister aandachtig naar al deze geboden,
die ik u geef; opdat het u en uw kinderen na u voor altoos wel ga, wanneer gij
doet wat goed en recht is in de ogen van de Eeuwige, uw God.). Ze kunnen niet
door Jezus weersproken worden. God verandert niet (Voorwaar, Ik, de Eeuwige,
ben niet veranderd).
> In
Matt. 19:17 staat: “En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is
goed dan Een, namelijk God”. Deze tekst geeft duidelijk aan dat hij niet
claimde God te zijn in tegenstelling tot wat het Christendom nu leert.
> In
Matt.21:9
staat “En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den
Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna
in de hoogste hemelen!” Hosanna wordt door de briefschrijver (ook door
de briefschrijver van Markus en Johannes gebruikt als lofuiting. Kennelijk
waren ze dus niet op de hoogte met het Hebreeuws. Het betekend namelijk "Redt
ons". De uitdrukking Hosanna in de hoogste hemelen getuigt dus van een onkunde
in hebreeuws wat toch wel raar is voor een Joodse man als Mattheus.
>
In Matt.21:8-11,
Markus 11:8-10, Lukas 19:36-38 en Johannes 112:12-13
staat
de geschiedenis van de intocht in Jeruzalem. Los van het feit dat in de
verschillende evangeliën verschillende verhalen vertellen over wat aan de
intocht vooraf ging, moet, gezien de toestand waarin het land verkeerde van
Romeinse bezetting die beducht waren voor de minste aanleiding tot opstand,
deze gebeurtenis waar zo'n menigte aanwezig was door de Romeinen zijn gezien
als een poging tot opstand. Een Messiaanse verklaring was in die tijd
hetzelfde als een oproep tot opstand. Het is daarom logisch dat hij door de
Romeinen gevangen werd genomen. Het is ongeloofwaardig, gezien de macht van
het Romeinse leger in die tijd in Jeruzalem dat de Romeinen zich zouden hebben
laten manipuleren door de Joden om Jezus te veroordelen. Jezus werd als
opstandige rebel tot de doodstraf veroordeeld door de Romeinen. De Joden
hebben de schuld in de schoenen geschoven gekregen mede ingegeven door de
Christenen graag in een goed blaadje kwamen bij de Romeinen.
>
In Matt. 21:18-22 staat "18 Des morgens vroeg, bij zijn terugkeer naar de stad,
werd Hij hongerig. 19 En daar Hij een vijgeboom aan de weg zag staan, ging Hij
erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot
hem: Nooit groeie aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid! En terstond verdorde
de vijgeboom. 20 En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en
zeiden: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? 21 Maar Jezus antwoordde en
zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt,
zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien
gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. 22
En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen" Het
vervloeken van een boom (die geen verstand of geweten heeft) is iets wat tegen
de Thora instructies in gaat. Daar staat dat je goed voor de bomen moet zorgen
en dat je ze zelfs in oorlogstijd niet mag vernietigen (o.a. Deut 20:19). Het
lijkt erop alsof Jezus, die anderen opriep om altijd liefdevol te zijn zijn
frustratie en boosheid op de boom afreageert. Hij praktiseerde dus zelf
niet wat hij predikte
> In
Matt. 21:20-22 staat “20 En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij
zich en zeiden: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? 21 Maar Jezus
antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en
niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar
zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal
geschieden. 22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij
ontvangen”. Klopt niet. De praktijk (van 2000 jaar Christendom en) van vandaag
leert dat dit niet zo is. Ook niet bij de meest geestelijke Christelijke
voorganger. Van Paus tot Benny Hinn. Is dus niet waar. Deze tekst heeft (naast Adrian Plass) heel wat
wanhopige Christenen opgeleverd die (met eerlijkheid) aan de echtheid van
hun geloof twijfelen.
> In
Matt. 23:35 staat: “opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten
werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van
Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en
het altaar." Deze gebeurtenis staat niet in de het Oude Testament. De
geschiedenis waar zo'n gebeurtenis werd beschreven is staat in 2 Kron.
24:20,21 maar dat ging om andere personen. "Toen vervulde de Geest Gods
Zekarja, de zoon van de priester Jojada, en hij ging tegenover het volk staan
en zeide tot hen: Zo zegt God: waarom overtreedt gij de geboden van de Eeuwige
en wilt gij niet voorspoedig zijn? Omdat gij de Eeuwige verlaten hebt, heeft
Hij u verlaten. Maar zij maakten een samenzwering tegen hem en stenigden hem
op bevel van de koning in de voorhof van het huis van de Eeuwige." Verder zou
het trouwens zot zijn dat het Joodse volk toen verantwoordelijk zou zijn voor
een gebeurtenis die 600 jaar eerder plaats vond. Het is zoiets als het
hedendaagse engelse volk de schuld geven voor iets wat Henri VIII heeft gedaan.
> In
Matt. 23:39 staat: “Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat
gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”. Dit zal
Jezus nooit zo gezegd hebben want met ‘Gezegend is Hij, Die komt in den Naam
des Heeren’ werden alle pelgrims in Jeruzalem begroet. Dit moet dus
opgeschreven zijn door iemand met een niet-Joodse achtergrond. Een Jood zou
dit nooit opschrijven.
> In
Matt. 26:17 staat “Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden,
kwamen de discipelen bij Jezus ……en zij maakten het Pascha gereed. 20 Toen
het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf discipelen.”. Klopt niet. De
Seder wordt de avond ervoor gehouden. Ook in Mark.14:12 wordt deze fout
gemaakt.
>
In Matt. 26:17, 30 en 57-59a staat "17 Op de eerste dag van het feest der
ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Waar wilt Gij,
dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?..... 30 En na de
lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg....57 Die nu Jezus
gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester bij wie de
schriftgeleerden en oudsten bijeengekomen waren. 58 En Petrus volgde Hem van
verre tot aan de hof van de hogepriester, en binnengekomen zijnde, ging hij
tussen de dienaars zitten om de afloop te zien. 59 De overpriesters en de
gehele Raad trachtten..." Mattheus geeft hier (evenals Markus, Lukas en
Johannes aan) dat het Sanhedrin hier 's avonds een rechtszitting heeft en dan
nog wel op de eerste avond van Pesach. Dit is in duidelijke tegenspraak met de
regels voor het samenkomen van het Sanhedrin (voor rechtszitting). Ze mochten
en mogen nooit 's avonds een rechtszitting hebben en zeker ook niet op de
eerste Pesachavond. Dit is dus duidelijke geschiedenisvervalsing.
>
In Matt. 26:61 staat "Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden:
Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen
opbouwen." wat niet overeenkomt met deze geschiedenis beschreven in Markus
(14:58) "zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met
handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen
gemaakt, bouwen."
>
In Matt. 26:63 staat "En de hogepriester zeide tot Hem: Ik bezweer U bij de
levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God." dat
komt niet overeen met wat de hogepriester volgens het evangelie van Markus
vraagt "Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt gij de
Christus, de Zoon van de Gezegende?"
> Matt.
27:5 "En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop
ging hij heen en verhing zich." is duidelijk anders dan als het in Hand. 1:18
wordt beschreven "Deze nu heeft een stuk grond verkregen voor het loon zijner
ongerechtigheid en voorovergestort, is hij midden opengereten en al zijn
ingewanden zijn naar buiten gekomen;" Een tegenstrijdigheid dus.
> In Matt. 27:9-10
staat: "Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, toen
hij zeide: En zij namen de dertig zilverlingen, de geschatte waarde van de
geschatte, die zij geschat hadden van de kinderen Israels, en gaven die voor
het land van de pottenbakker, gelijk de Here mij had opgedragen." Daar wordt
aangehaald Zach. 11:12-13. Daar staat echter: En ik heb tot hen gezegd: Indien
het goed is in uw ogen, geeft mijn loon, maar indien niet, laat het. Toen
wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken. Maar de Eeuwige zeide tot mij:
Werp dat de tempelbewaarder (schatbewaarder) toe; een heerlijke prijs waarop
Ik hunnerzijds geschat ben! En ik heb de dertig zilverstukken genomen en die
in het huis van de Eeuwige de tempelbewaarder (schatbewaarder) toegeworpen..
De NBG heeft dit woord foutief vertaald in pottenbakker
(zie JPS en
Stone
vertaling). Los daarvan gaat de gebeurtenis in Zacharia over iets wat toen
plaatsvond. Het betreft geen profetie van iets wat zou gaan gebeuren.
> In
Matt. 27:11 staat: "En Jezus zeide tot hem: Gij zegt het.”. Er staat dus:
Jij zegt het (niet ik). Hij ontkend dus hiermee (dat hij de Messias is).
> Matt.
27:45 "45 En van het zesde uur af kwam er duisternis over het gehele land tot
het negende uur”. Mark. 15:25 “Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden”.
Tegenstrijdig met Joh. 19:13, 14a Pilatus dan hoorde deze woorden en hij liet
Jezus naar buiten brengen en zette zich op de rechterstoel, op de plaats,
genaamd Litostrotos, in het Hebreeuws Gabbata. En het was Voorbereiding voor
het Pascha, ongeveer het zesde uur,
> In
Matt. 28:7 staat "En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is
opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem
zien. Zie, ik heb het u gezegd." Volgens Lukas en Johannes verscheen hij hen
echter voor het eerst in Jeruzalem Luk. 24:36 "En terwijl zij hierover spraken,
stond Hij zelf in hun midden;", Joh.20:19 "Toen het dan avond was op die
eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de
deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun
midden en zeide tot hen: Vrede zij u!" Ook een tegenstrijdigheid met 1 Kor.
15: 5 waar Paulus zegt dat hij het eerst aan Petrus (Kefas) is verschenen "en
Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven" (op dat moment waren er
trouwens ook maar elf discipelen).
> In
Mark. 1:13 staat "En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de
satan". Als Jezus God is. Hoe kan God door satan verzocht worden. Lees
trouwens ook eens een andere tekst in het NT Jak 1:13 wat hier tegenstrijdig
mee is "Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege
verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt
ook niemand in verzoeking."
> In
Markus 2:26 staat "Hoe hij onder het hogepriesterschap van Abjatar het huis
Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten
dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft?"
In 1 Sam 21:1 staat echter dat het om Achimelek gaat "David kwam te Nob bij
de priester Achimelek. Toen ging Achimelek David bevende tegemoet en vroeg
hem: Waarom zijt gij alleen en is er niemand bij u?" (Abjatar is de zoon van
Achimelel die aan Doeg ontkwam). Jezus heeft de geschiedenis fout geciteerd. Hoe kan dat?
> In
Mark.
7:9-13 staat "9 En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai
buiten werking om uw overlevering in stand te houden. 10 Want Mozes heeft
gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de
dood sterven. 11 Maar gij zegt: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt:
Het is korban, dat is, offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, 12
dan laat gij hem niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen.
13 En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij
overgeleverd hebt. En dergelijke dingen doet gij vele.". Het aan
God gewijdene waar Jezus over spreekt is geen in zetting van de farizeeën maar
is een gebod wat in de Thora staat Lev 27:28 " Niets echter van hetgeen iemand
de Eeuwige door de ban wijdt, uit al wat hij bezit, van mens of vee, of zijn
grondbezit, zal verkocht worden of gelost: alles wat onder de ban ligt, dat is
allerheiligst voor de Eeuwige." Er klopt dus niets van waar Jezus de farizeeën
van beschuldigt.
>
In Markus 7:14-19 staat "En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had,
zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wel: 15 Niets, dat van
buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens
naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt. 16 Indien iemand oren
heeft om te horen, die hore. 17 En toen Hij van de schare thuis kwam, vroegen
zijn discipelen Hem naar de gelijkenis. 18 En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij
zo onbevattelijk? Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt,
hem niet onrein kan maken, 19 omdat het niet in zijn hart komt, maar in de
buik, en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen
rein." Hiermee gaat Jezus tegen de Thora-instructies in. Het laat zien
dat hij niet zonder zonden is, zoals het Christendom beweert en laat ook nog
eens zien hij zelfs geen profeet van God is op grond van Deut 13:1-4.
>
In Mar 9:1 staat : "En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen
onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken,
voordat zij zien, dat het Koninkrijk Gods gekomen is met kracht". In de
Evangeliën is deze uitspraak 3 keer opgeschreven en zeker na 2000 jaar is
inmiddels heel duidelijk geworden dat deze profetie toen niet is uitgekomen.
Dat kwalificeert Jezus als een valse profeet (Deut. 13)
> In
Mar 9:13 staat "Maar Ik zeg u: ook is Elia gekomen, en zij hebben met hem
gedaan wat zij wilden, gelijk van hem geschreven staat" Jezus doelt hier w.s.
op Mal. 4:1,5,6. Hoe dan ook er staat niet iets dergelijks geschreven over
Elia. Het klopt dus niet wat Jezus hier zegt,
> In
Mar 10:18 staat "En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand
is goed dan God alleen." Lu 18:19 "Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij
goed? Niemand is goed dan God alleen." Als Jezus God zou zijn hoe kan hij dit
dan zeggen?
> In
Mar 10:25 staat "Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener
naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.". In tegenspraak met
de Thora. Rijkdom is geen vloek maar een zegen. Een rijke kan juist wat met
zijn rijkdom doen. En dat gebeurt ook.
> In
Mar 10:29 en 30 staat "Jezus zeide: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die
huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft
prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug:
nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en
akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.". Dus
als beloning 100 moeder en honderd vaders voor het verlaten van ouders??.
> In
Mar 10:35 staat "En Jakobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen
tot Hem en zeiden tot Hem: Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij
U zullen vragen" in tegenspraak met Matt.20:20,21 waar over dezelfde
gebeurtenis wordt gesproken “Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot
Hem, met haar zonen, en zij boog zich voor Hem neder, om iets van Hem te
vragen. Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze
mijn twee zonen mogen zitten, een aan uw rechterzijde en een aan uw
linkerzijde in uw Koninkrijk.”
> In
Mar 11:20-24 staat "En toen zij des morgens vroeg langs de vijgeboom kwamen,
zagen zij, dat hij van de wortel af verdord was. En Petrus herinnerde het zich
en zeide tot Hem: Rabbi, zie de vijgeboom, die Gij vervloekt hebt, is verdord.
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Hebt geloof in God. Voorwaar, Ik zeg u,
wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart
niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem
geschieden. Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het
hebt ontvangen, en het zal geschieden." Dit is niet waar en zeker ook niet de
praktijk in de christelijke wereld. Ook niet bij de ‘genezingsbedieningen’ van
deze tijd.
> In
Mark 13:24-30 staat "24 Maar in die dagen, na de verdrukking, zal de zon
verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. 25 En de sterren
zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 26 En
dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en
heerlijkheid. 27 En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen
verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het
uiterste des hemels. 28 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout
reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de
zomer nabij is. 29 Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten,
dat het nabij is, voor de deur. 30 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal
geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. 31 De hemel en de aarde
zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan." Ook deze
profetie van Jezus is niet uitgekomen.
> In
Mark 14:12 staat "En op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden (15e
Nissan), waarop men gewoon was het Pascha te slachten". Volgens Ex. 12:6-8
wordt het Pesachlam juist een dag ervoor geslacht. "En gij zult het bewaren
tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der
gemeente van Israël het slachten in de avondschemering." Voor een joodse
schrijver een heel grote fout !!!
> In
Mark 14:22-25 staat "22 En terwijl zij aten, nam Hij een brood, sprak de
zegen uit, brak het, gaf het hun en zeide: Neemt, dit is mijn lichaam. 23 En
Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit, en gaf hun die en zij dronken
allen daaruit. 24 En Hij zeide tot hen: Dit is het bloed van mijn verbond,
dat voor velen vergoten wordt.” Volgorde van de Seder klopt niet. Bij de
Joodse Seder wordt eerst de beker genomen en dan het brood.
> In
Mark 14:64 staat "Gij hebt de godslastering gehoord: wat is uw oordeel? En zij
allen veroordeelden Hem als des doods schuldig." Dit gebeuren is zeer
twijfelachtig. Een rechtzaak van het Sanhedrin, zo leert de geschiedenis,
moest aan de volgende voorwaarden voldoen. (a) Het moest tijdens de dag
plaatsvinden. (b) De uitspraak kon niet dezelfde dag uitgesproken worden. (c)
Zo’n rechtzaak moest gehouden worden met een rechtbank van 23 rechters. (d) Op
shabbat en feestdagen was er geen rechtzitting. Al met al klopt deze
gebeurtenis dus niet en kan nooit hebben plaats gevonden als beschreven
> Nog
een tegenstrijdigheid: In Mat 17:28 staat dat de mantel scharlaken (rood) is
"En zij trokken Hem zijn klederen uit en deden Hem een scharlaken mantel om".
In Mark 15:20 staat dat het kleed purper (paars) is " trokken zij Hem het
purperen kleed uit en deden Hem zijn klederen aan."
> In
Mark 16:16-18 staat "16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden,
maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. 17 Als tekenen zullen deze
dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven,
in nieuwe tongen zullen zij spreken, 18 slangen zullen zij opnemen, en zelfs
indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken
zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.' In de
praktijk is zichtbaar dat niet iedere gelovige deze kwaliteiten bezit. Het is
een uitzondering dat als een Christen de handen oplegt dat de persoon daardoor
geneest. Een eerlijke medewerker van een zeer bekende genezings bediening in
het Midden van Nederland liet eens weten dat slechts 3 procent van de mensen
bij wie de betreffende genezings bedienaar de handen had opgelegd
daadwerkelijk werd genezen. Dat percentage is even hoog als bij medicijnmannen
uit het oerwoud van donker Afrika en als bij andere niet Joodse religies. Ook
leert de praktijk dat slechts een heel klein percentage van de gelovigen 'bozen
geesten uitdrijft' of in 'nieuwe tongen spreekt'. Dan zullen we het maar niet
hebben over het opnemen van slangen of het drinken van iets dodelijks waar
zich echt bijna niemand ook maar aan durft te denken of te wagen. Blijkbaar
klopt het dus niet wat er hier in Markus staat.
> In
Lukas 1:5 staat "In de dagen van Herodes, den koning van Judea" en in Lukas 2:2 staat “Deze
eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was". Dit
is onmogelijk daar Cyrenius minimaal 12 jaar na Herodes' dood pas stadhouder
werd !!!!
> In
Lukas 2:22, 23 staat “22 En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van
Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te
stellen, 23 gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene
van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here,”. Er staat niet in
de wet dat een kind naar de tempel gebracht moest worden om ‘gelost’ te kunnen
worden.
>
In Lukas 3:23-31 "23 En Hij, Jezus,
...., een zoon, naar men meende, van Jozef, .....31 de zoon van Melea, de zoon
van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David". Jozef
is niet de biologische vader van Jezus. In dat geval worden de Joodse regels
van adoptie van toepassing. Volgens die regels kan wel bezit overgeerfd worden
van vader op adoptiekind maar niet een koninklijke titel die volgens de afstammelingslijn
loopt. Op basis van deze simpele gegevens kan Jezus niet de Messias ben David zijn.
Die koninklijke titel loopt trouwens via de lijn van de bestaande koningen dus
via Salomo in plaats van via Nathan. Met betrekking tot de vermeldde lijn via
Nathan staat er in Jer 33:17 dat er geen nakomelingen uit die lijn op de troon
van David zullen zitten. Dus ook daarom zou Jezus niet de Messias ben David
kunnen zijn.
> In
Lukas 5:12 staat "En het geschiedde, toen Hij in een van de steden was, zie,
daar was een man vol melaatsheid. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich op zijn
aangezicht en smeekte Hem, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij
reinigen.". Volgens de Thora en de andere historische bronnen werden melaatsen
nooit in de stad toegelaten. Het was absoluut verboden.
> In Lukas 6:29 staat "Slaat iemand u op uw wang,
keer hem ook de andere toe, neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook het hemd
nemen" Dit is rechtstreeks tegen de Thora in. Het is een opdracht uit de Thora
jezelf te verdedigen als je wordt aangevallen. Het gebod om Amalek te
vernietigen (wat tot nu toe nog steeds geldt) laat dat duidelijk zien. Verder
als iemand iets van je steelt
mag je hem niet belonen door nog iets te geven maar moet je hem de schade
laten vereffenen. Hij spreekt hier tegen de Thora in wat hem diskwalificeert
als Godvrezend Jood als Messias en laat zeker zien dat hij ook geen God is
(die niet verandert). In de praktijk van het Christendom volgen zijn
volgelingen trouwens dit bevel niet eens op. Trouwens in de praktijk was Jezus
zelf niet zo liefdevol en verdraagzaam zoals hij hier uitspreekt. Hij
reageerde alles behalve liefelijk naar ieder die hem durfde te bekritiseren.
Scheldwoorden als adderengebroed, huichelaars, blinde wegwijzers, dwazen,
slangen en duivelskinderen gooide hij naar hun hoofd. En dit terwijl de Thora
scherp verbied om zo mede (Joodse broeder om te gaan. Ook hiermee
diskwalificeert hij zich als een vrome Jood.
> In
Lukas 9:27 staat “Ik zeg u in waarheid, er zijn sommigen onder degenen die
hier staan, welke voorzeker de dood niet zullen smaken, voordat zij het
Koninkrijk Gods gezien hebben.” Niet uitgekomen. Klopt niet. Zie Deut 13:1-4.
> In
Lukas 14:26 staat " Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en
moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven,
die kan mijn discipel niet zijn.”. Natuurlijk heeft het Christendom altijd
beweerd dat je haten hier anders moet zien maar het is zeer on-Joods wat hier
staat. Het is onzin.
> In
Lukas 16:17 staat "Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van
de wet een tittel zou vallen." Als dit zo is waarom houden christenen zich er
dan niet aan (volgens de Efezebrief van Paulus zouden ze nu bij Israël horen).
> In
Lukas 16:18 staat “En ieder, die zijn vrouw wegzendt, en een andere trouwt,
pleegt echtbreuk; en wie een vrouw, die door haar man weggezonden is, trouwt,
pleegt echtbreuk.”. Dit is tegen de wet in.
> In
Lukas 22:30 staat "opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk.
En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israëls te richten.". Dit
zou betekenen inclusief Judas. Is niet uitgekomen.
> In Lukas 23:34 staat "En Jezus zeide: Vader, vergeef het
hun, want zij weten niet wat zij doen". Deze zin staat niet in de oudere
handschriften van Lukas en wordt beschouwd als later toegevoegd. Dat kan goed
kloppen gezien de onvergevingsgezinde, ja haatdragende houding die Jezus had
naar de Farizeeën die hem durfden bevragen.
> In
Joh. 17:12 staat "Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij
Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren
gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.”. Staat
nergens in de Thora / Tenach.
> In
Joh. 19:14 staat "En het was Voorbereiding voor het Pascha, ongeveer het zesde
uur, en hij zeide tot de Joden: Zie, uw koning!”. Dus het laatste avondmaal
viel niet op de eerste avond van Pesach !!!
> In
Joh. 19:14 “Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan
namen Jezus,”. Kan niet zo hebben plaats gevonden. De hogepriester had die
autoriteit helemaal niet en deze manier van handelen zou tegen de Thora in
gaan. De Farizeeërs en Sadduceeërs zouden dit niet (kunnen) doen.
> In
Hand. 1:12 staat "Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd
de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan”. De
olijfberg is net buiten de stadsmuur en ligt zeker geen sabbatsreis ver van
Jeruzalem verwijdert.
> In
Hand. 7:4 "Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeen en vestigde zich in
Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit
land, waar gij nu woont;" Volgens Gen. 11:26, Gen. 12:4 en Gen 11:32 moet
Terach 145 jaar zijn geweest toen Avraham Haran verliet. Terach is 205 jaar
geworden dus moet nog absoluut in leven zijn geweest toen Avraham Haran
verliet.
> In
Hand. 7:14 staat "En Jozef zond heen om zijn vader Jakob te laten komen en al
zijn bloedverwanten, vijfenzeventig zielen." Volgens Gen. 46:27 waren het er
echter 70. "En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren waren, waren twee
in getal. Het gehele getal der zielen van het huis van Jakob, die naar Egypte
kwamen was zeventig."
> In
Hand. 7:16 staat "en zij werden overgebracht naar Sichem en bijgezet in het
graf, dat Abraham voor een som geld van de zonen van Hemor te Sichem gekocht
had." Avraham had echter als graf de spelonk Machpela bij Hevron gekocht. Gen
23:9,19 "dat hij mij de spelonk van Makpela geve, welke hem toebehoort en aan
het einde van zijn veld ligt; hij geve mij die voor de volle prijs tot een
eigen grafstede onder u.....de spelonk van het veld van Makpela, tegenover
Mamre, dat is Hebron, in het land Kanaan." Jakob had een stuk land van Hemor
gekocht. Gen. 23:18,19. Ook een grove fout.
> In
Hand. 10:28 staat "en hij sprak tot hen: Gij weet, hoe het een Jood verboden
is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-jood; doch mij heeft God doen
zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.” Dit is onwaar. Zoiets is
niet binnen het Jodendom bekend.
> In
Hand. 15:14-17 " Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht
geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.En hiermede
stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna
zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat
daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten,
opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over
welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet,".
Hier wordt Amos 9:11,12 foutief aangehaald. Daar staat namelijk: "Te dien dage
zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren
dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen
als in de dagen van ouds, 12 opdat zij beerven de rest van Edom en van al de
volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de Eeuwige, die
dit doet."
> In
Hand. 22:9 staat "En zij, die met mij waren, zagen wel het licht, maar de stem
van Hem, die tot mij sprak, hoorden zij niet.". In Hand. 9:7 wordt deze
gebeurtenis echter als volgt beschreven"En de mannen, die met hem reisden,
stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen."
> In
Rom. 4:15 staat: "De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook
geen overtreding.”. Dit is echt klinkklare onzin. Natuurlijk klopt dit niet. Trouwens
strijdig met zijn eigen woorden in 2:14, 15 “14 Wanneer toch heidenen, die de
wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon
zonder wet, zichzelf tot wet; 15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in
hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten
elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,”
> In
Rom. 6:2 staat: “Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde
gestorven zijn, daarin nog leven?”. Niet bepaald de praktijk binnen het
Christendom.
> In
Rom. 11:26, 27 staat: "en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk
geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van
Jakob afwenden. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem
". Hier wordt Jes. 59:20,21 foutief aangehaald. Daar staat namelijk: "Maar als
Verlosser komt Hij voor Sion en voor wie zich in Jakob van overtreding bekeren,
luidt het woord van de Eeuwige. En wat Mij aangaat, dit is mijn verbond met
hen, zegt de Eeuwige "
>
In 1 Cor. 5:7 staat "Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg
moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam is geslacht:
Christus" met verwijzing naar Hebr. 9:26 "want dan had Hij dikwijls moeten
lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij éénmaal, bij de
voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen".
Het paaslam dat werd, en jaarlijks met Pesach zal worden geslacht is geen
zondoffer. Het offeren van het Paaslam was een afstand nemen van de Egyptische
afgoden. Het was een uiting van vertrouwen op God, dat ze geen macht meer
toekenden aan de Egyptische afgoden maar enkel aan HaShem. Trouwens, als er
(in de Tempel) een schaap geofferd werd als zondoffer mocht het niet van het
mannelijke geslacht zijn en moest verder onaangeroerd zijn. Jezus was besneden,
had doorboorde handen, voeten en zij (zie Lev. 4)
> In 2
Cor. 6:16 staat "Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God
gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en
zij zullen mijn volk zijn." Foutief verwijst Paulus naar Lev. 26:12 "12 maar
Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een
volk zijn." en Ezech. 37:26-28 "26 Ik zal met hen een verbond des vredes
sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven,
hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27
Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij
tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de Eeuwige, het ben
die Israel heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.".
In 2 Cor. 6:16 wordt er gesproken tegen christenen onder de volkeren. In Lev.
26 en Ezech. 37 spreekt God over en tegen het fysieke volk Israël en niet
tegen christenen uit de volkeren. De tempel zal fysiek weer tussen Zijn volk
Israël komen te staan. Paulus is hier foutief vervangingstheologie aan het
toepassen. Alleen op basis van dit schriftgebruik van Paulus kan je je
afvragen of hij echt wel een farizeeër, een schriftgeleerde was. Een
schriftgeleerde zou immers nooit zo'n fout maken.
> In 2
Cor. 8:9 staat "Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat
Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn
armoede rijk zoudt worden.” Jezus was een timmerman en zeker niet rijk. Klopt
dus niet.
> Ga
3:24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij
uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Is in tegenspraak met Matt. 5:17-20
"17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik
ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.18 Want voorwaar, Ik
zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel
vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. 19 Wie dan een van de
kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in
het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in
het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet
overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeen, zult gij het
Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan." Paulus ontkracht de thora
terwijl Jezus zich daar tegen uit spreekt in dat gedeelte.
> In
Hebr. 2:14 staat "Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft
ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem,
die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen," Is er iets door de
dood van Jezus verandert? Mensen sterven nog steeds net als voorheen.
> In
Hebr. 10:2 staat "Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn,
doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn,
generlei besef van zonden meer hadden?”. Hier word gesuggereerd dat binnen het
christelijk bestel de mens niet meer zondigt. Klopt niet.
>
Waarom schrijft de Hebr. brief schrijver (10:5): “Daarom zegt Hij bij zijn
komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij
hebt Mij een lichaam bereid” terwijl er daadwerkelijk in het betreffende
gedeelte het volgende staat Ps 40:6 “In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij
geen behagen, (Gij hebt mij geopende oren gegeven)” De Hebr. brief schrijver
wil met de tekst aantonen dat voorzegd zou zijn in het Oude Testament dat de
offerande van één alle andere offeranden overbodig zou maken. Dat is dus niet
het geval.
> In
Hebr. 10:14 "Want door een offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die
geheiligd worden". Dan zou iedere christen volmaakt moeten zijn. Dat is dus
niet zo. De tekst klopt dus ook niet.
> In
Hebr. 10:16-18 staat "want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede
Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in
hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en
ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken. Waar dan voor deze dingen
vergeving bestaat, is er geen zondoffer meer nodig." We zien dat dit de
realiteit nog steeds niet is. Het Nieuwe Verbond is dus nog steeds niet
ingegaan.
> In
Hebr. 10:2 staat "Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder der zonen
van Jozef gezegend en hij heeft aangebeden, leunende op het uiteinde van zijn
staf.”. Klopt niet. Er staat in Gen. 47:31 “Daarop zeide hij: Zweer het mij
dan. En hij zwoer het hem. En Israel boog zich aanbiddend neder aan het
hoofdeinde van het bed.”
> In 1
Joh. 5:7 staat "Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het
Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn een." De echtheid van deze tekst
wordt zelfs door de meeste christelijke bronnen betwijfeld (in de NBV staat
hij zelfs niet meer). Ook de christelijke vertalers weten dat er onzuiverheden
in het NT zitten.
> In 1
Joh. 5:18 staat "Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet
zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft
geen vat op hem.”. Onzin. Dat hebben we de laatste 2000 jaar wel gezien.
Christenen zondigen nog steeds.
> In
Openbaringen 7:4-8 staat "4 En ik hoorde het
getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren
verzegeld uit alle stammen der kinderen Israels. 5 Uit de stam Juda
twaalfduizend verzegelden, uit de stam Ruben twaalfduizend uit de stam Gad
twaalfduizend, 6 uit de stam Aser twaalfduizend, uit de stam Naftali
twaalfduizend, uit de stam Manasse twaalfduizend, 7 uit de stam Simeon
twaalfduizend, uit de stam Levi twaalfduizend, uit de stam Issakar
twaalfduizend, 8 uit de stam Zebulon twaalfduizend, uit de stam Jozef
twaalfduizend, uit de stam Benjamin twaalfduizend verzegelden." De stam
van Dan ontbreekt aan de lijst en ook geen van de Christelijke uitleggers kan
er een zinnige verklaring voor geven waarom deze stam abusievelijk in het
rijtje vergeten is.
> In
Openbaringen 2:16, 3:11, 22:7,12 en 20
staat "Ik (Jezus) kom spoedig". Klopt niet is niet uitgekomen (zie ook
Matt 16:28, Mark 9:1 en Lukas 9:27). Daar bestaat na 2000 jaar verstreken te zijn
geen twijfel meer over.
Je kunt je
nu wellicht wel voorstellen dat het Orthodoxe-Jodendom het Nieuwe Testament
als onbetrouwbaar beschouwd.
Veel OT
teksten worden er in het NT aangehaald als bewijsvoering. Veel ervan worden
echter verkeerd aangehaald of onterecht aangehaald. Veel christenen nemen
echter niet de moeite om de aangehaalde teksten op oorspronkelijke inhoud en
context te controleren en gaan er gewoon vanuit dat de dingen juist zijn
aangehaald en veronderstellen zo abusievelijk dat het Nieuwe Testament
gebaseerd is op het Oude Testament. Dat is echter niet waar. Het is er zelfs
mee in strijd.
Verder worden er op de pagina's
Messias ben David,
Jesaja 53,
Verborgen teksten, o.a. een aantal teksten
behandeld uit de Tenach (Oude Testament) die in veel vertalingen onjuist
vertaald zijn.
Ook binnen de christelijke wereld zijn er
professoren die tegenwoordig durven te erkennen dat dingen in het Nieuwe
Testament niet kloppen. Zo is daar
Professor H.M. Kuitert die
het boek
"Het algemeen betwijfeld christelijk geloof" schreef. Hij is daar zeer
door zeer verketterd en verguisd. Dan is er
Professor dr. C.J. Den
Heijer die het boek "Twee
testamenten, Reden tot vreugde of bron van tegenspraak?" schreef waarin hj
kritische kanttekeningen bij het Nieuwe Testament plaatst.