Andere feest-
en gedenkdagen
>
Rosh Chodesh;
Feestdag
bij het ingaan van een nieuwe (bijbelse) maand, Numeri 10:10 Ook op uw
vreugdedagen, op uw feesten en op uw nieuwemaansdagen zult gij een stoot op de
trompetten geven bij uw brandoffers en vredeoffers; zij zullen u dienen om u
voor het aangezicht van uw G'd in gedachtenis te brengen ; Ik ben de Eeuwige,
uw G'd.
Psalm 81:3 Blaast de bazuin
op de nieuwe maan, op volle maan voor onze feestdag. 4 Want dit is voor
Israël een inzetting, een verordening van Ya'akov's G'd.
Gebruik:
Op Rosch Chodesh wordt het Hallel gelezen na het Shomei Erzre, het '18 gebed'
bij de ochtendgebeden en wordt er uit de Thora gelezen en wordt het 'Moesaf
gebed' voor Rosh Chodesh toegevoegd. Soms wordt er een feestelijke gezamelijke maaltijd
gehouden zoals dat ook staat in 1 Samuel 20:24b Toen de nieuwe maan was aangebroken,
zette de koning zich aan de dis om te eten.
Aanhalingen in de Tenach m.b.t. Rosh Chodesh:
Jesaja 66:23 En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van
sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht
neer te buigen, zegt de Eeuwige.
Ezechiel 46:3 Het volk des
lands echter zal zich op de sabbatten en de nieuwemaansdagen bij de ingang van
die poort voor het aangezicht van de Eeuwige nederbuigen .
> Tu Bishvat
De
15e dag van de Hebreeuwse maand Shevat (valt in januari of februari) is het
nieuwjaar voor vruchten en bomen. Het wordt genoemd in de Misjna, de
mondelinge Thora, in tractaat Rosh Hashana, hoofdstuk 1a, in het kader van de
wetten voor Orla en Tienden.
Gebruik:
Het wordt veelal gevierd met het planten van bomen en het nuttigen van een
maaltijd met als basis ingrediënten veel verschillende soorten fruit, en dan
speciaal ook die van de 7 soorten van het land Israël; tarwe, rogge, druiven,
vijgen, granaatappelen, olijven en dadels. Sommigen nemen 30 soorten fruit.
Sommigen drinken 4 glazen wijn (zoals bij Pesach) of maken een Seder waarbij
stukken worden gelezen die lovend zijn over het land Israël.
Verder info.
Zie:
http://www.chabad.nl/feestdagen/toebisjwat.htm
http://www.hoor-israel.org/Feestdagen/Toe%20beSjewat/Wat_is_toe_besjewat.htm
http://en.wikipedia.org/wiki/Tu_Bishvat

Historische gedenkfeesten:
> Purim
Feestdag om de overwinning op Haman, de Amelekiet vieren. Dit is een
gedenkfeest voortvloeiend uit deze historische gebeurtenis.
Esther
9:20 En Mordekai schreef deze gebeurtenissen op en zond brieven aan al de
Joden , nabij en ver, in al de gewesten van koning Ahasveros, 21 om hen te
verplichten jaarlijks zowel de veertiende als de vijftiende der maand Adar
te vieren, 22 omdat dit de dagen waren, waarop de Joden rust kregen
van hun vijanden, en dit de maand was, die voor hen van droefheid
veranderde in vreugde en van rouw in een feestdag , en om deze dagen te maken
tot dagen van feestmaal en vreugde, waarop men elkander geschenken zou
zenden en giften zou geven aan de armen. 23 En de Joden hebben als
inzetting aanvaard wat zij begonnen waren te doen, en wat Mordekai hun
geschreven had. 24 Haman toch, de zoon van Hammedata, de Agagiet, de
jodenhater, had de gedachte gekoesterd de Joden uit te roeien en hij had het
Pur (dat is het lot) geworpen om hen te vernietigen en uit te roeien , 25
doch toen Ester tot de koning gekomen was , beval deze schriftelijk,
dat het boze plan dat hij tegen de Joden beraamd had , op zijn eigen hoofd zou
neerkomen . Hem nu en zijn zonen heeft men op een paal gespietst. 26 Daarom
noemt men deze dagen Purim, naar het woord Pur. Hierom, vanwege al de woorden
van deze brief en om wat zij in dit opzicht zelf gezien hadden en om wat hun
wedervaren was, 27 bepaalden de Joden en namen als inzetting aan voor
zichzelf en hun nakomelingen en voor allen die zich bij hen zouden aansluiten
, dat zij, zonder ooit over te slaan, deze beide dagen jaarlijks zouden
vieren, zoals te hunnen opzichte geschreven was, en op de voor hen aangegeven
tijd, 28 en dat deze dagen zouden herdacht en gevierd worden in elk
geslacht, in elke familie, in elk gewest, in elke stad , zodat deze Purimdagen
uit het midden der Joden niet zouden verdwijnen, noch hun gedachtenis zou
ophouden bij hun nakomelingen. 29 En koningin Ester, de dochter van Abichail,
schreef samen met Mordekai, de Jood, met alle nadruk om deze tweede brief over
het Purimfeest zo krachtig mogelijk te maken. 30 En hij zond brieven aan al
de Joden in de honderd zevenentwintig gewesten van het rijk van Ahasveros,
woorden van heilwens en trouw, 31 dat men deze Purimdagen op hun bepaalde
tijden zou vieren, zoals Mordekai, de Jood , en koningin Ester voor hen hadden
bepaald en zoals zij voor zichzelf en voor hun nakomelingen bepalingen hadden
vastgesteld aangaande de vastentijden en het weegeroep. 32 En het bevel van
Ester stelde deze Purimvoorschriften vast en het werd in een boek
opgeschreven.
Klik hier voor meer informatie
over PURIM

> Chanukah;
feest van de
tempelwijding/tempelvernieuwing
In
167 v Chr. liet Antiochus IV Epifanes van het Seleucidische rijk de temple in
Jerusalem ombouwen tot een Hellinistiche tempel. Hij zette er een beeld van
Zeus neer en liet er varkens offeren. Verder verbood hij het bestuderen van de
Thora, het vieren van de shabbat en het houden van de spijswetten en alle
andere joodse voorschriften. Ieder die werd betrapt werd gedood. Daardoor
kwamen duizenden joden om. Mattithjahoe, een bejaarde priester uit Modi’in kon
het niet aanzien en kwam in opstand. Met zijn 5 zonen vluchtte hij de bergen
in en begon een guerilla tegen de Syrieërs. Nadat Juda één van de zonen met
zijn leger bij Beth Soer de Syriërs o.l.v. hun generaal Lysias hadden
verslagen verlieten deze het land. Men trok nu naar Jerusalem waar men de
tempel reinigde van de afgoderij en werd de tempel gereinigd en opnieuw
ingewijd. Het feest heet daarom Chanukah wat inwijding / vernieuwing betekend.
De overleveringen vermelden verder dat er toen een tekort was aan zuivere olie
om de Menorah te laten branden. Er zou maar olie voor één dag zijn. Op deze
olie voor één dag bleef de Menorah echter acht dagen branden, de tijd die
nodig was om nieuwe olie te maken. Daarnaar verwijzend wordt er tijdens het
Chanukah feest iedere avond een Chanukkia aangestoken en wel te beginnen bij
één kaars en zo oplopend naar acht kaarsen (iedere dag één erbij) tesamen met
de sjamash, de aansteekkaars.
1 Makkabeën 4:1 Intussen had
Górgias vijfduizend man voetvolk en duizend uitstekende ruiters uitgekozen, en
was in de nacht uit de legerplaats opgetrokken, 2 om het kamp der Joden te
overrompelen en hen onverwacht neer te slaan; soldaten uit de burcht zouden
hem de weg wijzen. 3 Zodra Judas dit vernam, rukte ook hij met zijn troepen
op; hij wilde de koninklijke weermacht, die bij Emmaus lag, een slag
toebrengen, 4 terwijl de andere troep nog ver van de legerplaats was
verspreid. 5 Toen Górgias dus in de nacht bij het legerkamp van Judas kwam,
trof hij er niemand meer aan. Hij ging ze nu in de bergen zoeken; want hij
dacht bij zichzelf: Die zijn voor ons op de vlucht! 6 In alle vroegte
verscheen Judas in de vlakte met drieduizend man. Ze beschikten echter niet
over pantsers en zwaarden, zoals ze zo gaarne hadden gehad, 7 nu ze de zware
verschansingen van het heidenkamp zagen, met ruiterij in de flank, en met
geschoolde soldaten. 8 Maar Judas sprak tot zijn mannen: Weest niet bang voor
hun overmacht en laat de moed niet zinken, als zij aan komen stormen. 9 Denkt
er aan, hoe onze vaderen in de Rode Zee werden gered, toen Farao hen met zijn
leger achtervolgde. 10 Roepen wij thans de Hemel aan, dat Hij Zich onzer
ontfermt, het verbond onzer vaderen gedenkt, en dit leger vandaag nog voor
onze ogen vernietigt. 11 Dan zal de hele wereld weten, dat er Iemand is,
die voor Israël opkomt, en het redding brengt! 12 Toen nu de heidenen
opkeken en hen zagen aanrukken,13 verlieten zij het kamp, om de strijd aan te
binden. En terwijl de mannen van Judas op de trompetten bliezen, 14 stormde
men op elkander in. De heidenen werden verslagen, en namen de vlucht naar de
vlakte. 15 Die achteraan kwamen werden over de kling gejaagd; de anderen
werden vervolgd tot aan Gézer en het laagland van Judea en tot Asjdod en
Jámnia. Er sneuvelden van hen ongeveer drieduizend man. 16 Nadat Judas met
zijn leger van de achtervolging was teruggekeerd, 17 sprak hij tot het volk:
Begeert thans geen buit; er staat ons nog een veldslag te wachten. 18 Want
Górgias staat vlak bij ons met zijn leger in de bergen. Stelt u dus tegen onze
vijanden op, en slaat ze neer; dan kunt gij buit maken, zolang als gij wilt.
19 Terwijl Judas nog sprak, zag men een legerafdeling omzichtig uit het
gebergte te voorschijn komen. 20 Maar die begrepen terstond, dat zij de
nederlaag hadden geleden, en dat het kamp stond te branden; want uit de rook,
die zichtbaar was, bleek duidelijk, wat er gebeurd was. 21 Bij deze
ontdekking schrokken ze hevig, en daar ze zagen, dat het leger van Judas in de
vlakte voor de aanval gereed stond, 22 sloegen ze allen op de vlucht naar het
land der Filistijnen. 23 Nu eerst trok Judas op de legerplaats af, om ze te
plunderen; zij maakten veel goud en zilver buit, met violetten en echt
purperen stoffen en allerlei kostbaarheden. 24 En op de terugtocht zongen ze
de Hemel lof- en dankliederen toe: "Hij is goed, en eeuwig duurt zijn
barmhartigheid!" 25 Want die dag was Israël een grote redding
geschonken. 26 De heidenen, die ontkomen waren, gingen allen naar Lúsias
en deelden hem alles mee, wat er gebeurd was. 27 Deze berichten brachten hem
geheel en al van zijn stuk, omdat het met Israël niet gegaan was, zoals hij
zich had voorgesteld, en er niets was terechtgekomen van wat de koning hem had
opgedragen. 28 Daarom wierf hij het volgende jaar een leger aan van
zestigduizend uitstekende soldaten en vijfduizend ruiters, om voor goed met
hen af te rekenen. 29 Zij rukten Idumea binnen, en sloegen hun kamp op in
Bet-Soer. Maar Judas trok hun met tienduizend man tegemoet. 30 Bij het zien
van het geweldige leger begon hij te bidden, en sprak: Geprezen zijt Gij,
Redder van Israël, die de aanval van den reus door de hand van uw dienaar
David gebroken, en die het legerkamp der Filistijnen hebt overgeleverd in de
handen van Jonatan, den zoon van Saul, en van diens wapendrager. 31 Breng nu
ook dit leger in de hand van uw volk, zodat ze voor schande komen te staan met
hun legermacht en hun ruiterij.32 Jaag ze de schrik op het lijf, verlam hun
brutaal geweld, verbijster hen om hun nederlaag, 33 en sla ze neer met het
zwaard van hen, die U liefhebben. Dan zullen allen, die uw Naam kennen, U met
lofzangen prijzen! 34 Daarna stormden zij op elkander in; het werd een
strijd van man tegen man, en van Lúsias’ leger sneuvelden ongeveer vijfduizend
soldaten. 35 Toen Lúsias de nederlaag van zijn eigen leger moest aanzien, en
de moed zag stijgen van Judas’ troepen, die vast besloten waren te leven of
eervol te sterven, trok hij naar Antiochië terug. Daar wierf hij huurtroepen
aan, om opnieuw Judea binnen te rukken, als het leger weer voltallig zou zijn.
36 Nu spraken Judas en zijn broers: Ziet, onze vijanden zijn verslagen!
Laat ons nu optrekken, om het heiligdom te reinigen en het wederom in te
wijden. 37 En het gehele leger kwam weer bijeen, en rukte op naar de
Sionsberg. 38 Maar toen ze het heiligdom verwoest zagen liggen, het altaar
ontwijd, de poorten verbrand, de voorhoven vol onkruid, opgeschoten als in een
bos of op een van de bergen, en de zijvertrekken vernield:39 scheurden zij
hun klederen, hieven een luide jammerklacht aan, bestrooiden zich met as, 40
wierpen zich plat ter aarde, bliezen op de alarmbazuinen en schreiden ten
hemel. 41 Daarop wees Judas een groep soldaten aan, die de burchtbezetting in
bedwang moesten houden, totdat hij de tempel had gereinigd. 42 Vervolgens
koos hij enige priesters uit van onbesproken gedrag en trouw aan de wet; 43
en dezen reinigden het heiligdom, en smeten de stenen van het afgodsaltaar op
een onreine plaats. 44 Daarna beraadslaagden zij, wat ze met het
ontheiligde brandofferaltaar zouden doen; 45 en ze kwamen op de goede
gedachte, het maar af te breken, om er later niet mee te worden bespot, omdat
het door de heidenen was ontreinigd. Zij braken dus het altaar af, 46 maar
legden de stenen op een passende plaats van de tempelberg, totdat een profeet
zou opstaan, die beslissen kon, wat er mee moest gebeuren. 47 Nu namen zij,
zoals het was voorgeschreven, ongehouwen stenen en bouwden een nieuw altaar,
gelijk aan het vorige. 48 Daarna herstelden ze het heiligdom, en
wijdden het inwendige van de tempel en de voorhoven in. 49 Ze lieten nieuwe
heilige vaten vervaardigen, brachten de kandelaar, het reukofferaltaar en de
tafel in de tempel, 50 lieten wierook branden op het reukofferaltaar, staken
de lampen op de kandelaar aan, zodat ze de tempel weer verlichtten, 51 legden
de broden op de tafel en hingen de voorhangsels op. Toen ze alles, wat ze
hadden ondernomen, gelukkig hadden voltooid, 52 brachten ze in de vroege
morgen van de vijf en twintigste der negende maand, dus in de maand Kislew van
het jaar 148, 53 een offer volgens de wet op het nieuw gebouwde
brandofferaltaar. 54 Het was juist op hetzelfde uur en op dezelfde dag waarop
de heidenen het hadden ontheiligd, dat het weer werd ingewijd onder lofgezang,
begeleid met citers, harpen en cymbalen. 55 En heel het volk viel in
aanbidding neer, en loofde de Hemel, die hun zoveel voorspoed had geschonken.
56 Acht dagen lang vierden zij het feest van de altaarwijding, waarbij ze vol
blijdschap brandoffers opdroegen, en dank- en lofoffers brachten. 57 Ze
versierden de tempelgevel met gouden kransen en schilden, herstelden de
poorten en zijvertrekken, en zetten de deuren erin. 58 En er heerste een
grote vreugde onder het volk, omdat de ontering der heidenen was weggenomen.
59 Daarom nam Judas met zijn broers en heel het volk van Israël het besluit,
om zolang zij leefden, elk jaar de dagen van de altaarwijding in vreugde en
blijdschap te vieren, en wel acht dagen lang, te beginnen met de vijf en
twintigste dag van de maand Kislew.
2 Makkabeën 10:1 Daarop
namen de Makkabeër en zijn aanhang met de hulp des Heren de tempel en de stad
weer in bezit. 2 Zij vernielden de altaren, die de heidenen op de markt
hadden opgericht, en hun gewijde plaatsen eveneens. 3 Daarna reinigden zij de
tempel, en bouwden een nieuw brandofferaltaar. Uit stenen sloegen zij vonken,
ontstaken het vuur, en droegen weer offers op, na een onderbreking van twee
jaar. Ook zorgden zij voor het reukwerk en de lampen, en legden de toonbroden
neer. 4 Toen dit alles verricht was, wierpen zij zich op de grond, en
smeekten den Heer, dat Hij hen niet meer tot zulk een ellende zou laten
vervallen, maar hen, zo ze andermaal mochten zondigen, met mildheid zou
straffen en hen nooit meer aan de godslasterlijke en barbaarse heidenen zou
overleveren. 5 En het was heel merkwaardig, dat de tempelreiniging op
dezelfde dag plaats had, waarop de tempel door de heidenen was onteerd:
namelijk op de vijf en twintigste van de maand Kislew. 6 Vol vreugde vierden
zij acht dagen feest, zoals op het loofhuttenfeest. En zij dachten er aan, hoe
zij dit laatste feest nog kort geleden hadden moeten vieren, toen zij als
wilde dieren op de bergen en in spelonken hadden gehuisd. 7 Daarom zwaaiden
ze thans met klimop, groene takken en palmen, en hieven een danklied aan ter
ere van Hem, die hun het geluk van de tempelreiniging had geschonken. 8 En
zij bepaalden door een algemeen bevel en besluit, dat het gehele joodse volk
deze dagen jaarlijks zou vieren.
Klik hier voor meer informatie over Chanukah

>
Tisha Be’Av (9e
Av / Menachem) (valt in juli/augustus). Treurdag waarop een aantal
gebeurtenissen in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. Heel opmerkelijk van
deze datum is dat beide tempels (van Salomo en van Herodes) op deze zelfde
datum zijn verwoest. De joden rouwen op deze dag en treuren over de
verwoesting van de tempel. Ze gaan naar de synagoge en lopen rond de berg Sion
waarop de tempel heeft gestaan.
Een aantal gebeurtenissen die
op deze datum hebben plaatsgevonden. In:
 |
1312 voor Chr. De 12
verspieders keren terug van hun missie om het land Israël te verkennen. Ze
zijn o.a. bij Hebron geweest.. Nadat 10 ervan vol ongeloof zeggen dat het land
niet ingetrokken kan worden vanwege de machtige tegenstanders, weigert het
volk Israël het land Israël binnen te trekken.
|
 |
421 voor Chr.
Verwoesting van de 1e tempel (gebouwd door Salomo).
|
 |
70 na Chr. Verwoesting
van de 2e tempel (gebouwd door Herodes).
|
 |
132 na Chr. De Bar
Kochba opstand in Israël neergeslagen die de tijd van het kerkelijk
antisemitisme inluidde.
|
 |
133 na Chr. Turnus
Rufus ploegt het gebied van de tempel om en de Romeinen beginnen met de bouw
van de heidense stad Aelia Capitolina.
|
 |
1095 na Chr. Eerste
kruistocht (onder Paus Urban II) begint. 10.000 joden worden in de eerste
maand ervan gedood. Begin van grote jodenvervolging in Rijnland en Frankrijk.
|
 |
1290 na Chr. Besluit
tot verbanning van de joden uit het Verenigd Koninkrijk wat gevolgd wordt door
vele pogroms.
|
 |
1492 na Chr. De
Spaanse Inquistie besluit de Joden uit Iberië (Spanje/Portugal) te verbannen.
|
 |
1914 na Chr. Begin van
de eerste wereldoorlog, waarmee ook de pogroms in Oost Europa beginnen.
|
 |
1942 De deportaties
van joden uit Warschau naar Triblinka beginnen.
|
 |
1989 Irak stopt de
gesprekken met Kuwait wat de inleiding is tot de Golfoorlog
|
Van Napoleon wordt gezegd dat
hij eens op Tisha Be’Av op zoek was naar de joden. Hij kon ze thuis niet
vinden. Ook niet op hun werk. Ook niet op straat. Uiteindelijk vondt hij ze in
hun synagogen. Hij zag ze daar zo treuren als gebruikelijk en vroeg. “Wat is
er gebeurd”. Hem werd geantwoord dat ze treurden vanwege de verwoesting van de
tempel. Daarop vroeg hij: “Wanneer is dat gebeurd? Gisteren? Deze week?. Nee
werd hem geantwoord Meer dan duizend jaar geleden. Napoleon antwoordde toen
dat als een volk zo nadrukkelijk met zijn verleden verbonden is, heeft het een
sterke basis voor de toekomst.
> Lag BaOmer
Lag BaOmer is de 33e dag van het tellen van de
Omer, de 18e Iyar. Het markeert een einde aan het sterven van de studenten van
Rabbijn Akiva tijdend de Omer periode. 24000 studenten stierven aan de pest,
of zoals andere bronnen zeggen, stierven in de strijd tijdens de Bar Kochba
opstand in het jaar 135. Op die dag was ook het leger van Bar Kochba even aan
de winnende hand. Deze dag wordt er dan ook gedacht aan de strijd voor
vrijheid.
Een van de overlevenden van de sterfte onder de
studenten van Rabbijn Akiva was Rabbijn Shimon bar Yochai, een van zijn
studenten, waarvan gezegd wordt dat hij de Zohar schreef. Het is ook zijn
sterfdag, de dag waarop dus zijn Jahrzeit wordt gevierd. Van Rabbijn Shimon
bar Yochai wordt gezegd dat de regenboog tijdes zijn leven niet zichtbaar was.
Gebruik:
Op deze dag worden er overal vreugde vuren ontstoken en wordt er gedanst.
Verder bezoeken veel mensen het graf van
Rabbijn Shimon bar Yochai in Meron.

Zie ook:
http://en.wikipedia.org/wiki/Lag_BaOmer
Meer informatie in het Nederlands op:
http://www.chabad.nl/feestdagen/index.htm
http://www.hoor-israel.org/Feestdagen/feest-index.htm
Klik hier
voor de begindagen van de feesten
