Psalm 135: 8 Hij was het, die de
eerstgeborenen van Egypte sloeg, zowel mens als dier; 9 die tekenen en
wonderen in uw midden zond , Egypte, tegen Farao en al zijn knechten;
Een korte opsomming van de voorjaars feesten. Een uitgebreidere uitleg vindt je o.a. op de
onderaan genoemde links.
De Voorjaars Feesten
De feestdagen van de Eeuwige, waarop gij een godsdienstige bijeenkomst
moet houden, zijn mijn feesten... Dit zijn de feestdagen van de Eeuwige met de
godsdienstige bijeenkomsten, die gij op hun vastgestelde tijden moet
vieren. Lev. 23:2b,4.
Pesach is een bevrijdingsfeest, bevrijding uit Egypte. Toen
liet HaShem (God) zien dat Hij de enige ware God is. 600.000 mannen waren er getuige van
hoe God hen uit de slavernij van Egypte haalde. Hij liet in de plagen
zien dat de afgoden geen enkele macht haden. Bij de uittocht moest een lam
geslacht worden. Het lam was de belangrijkste afgod van de Egyptenaren. Hij
werd door de Egyptenaren als heilig beschouwd. Het slachten ervan werd als
heiligschennis gezien. Het slachten van het lam met Pesach was voor het Joodse
volk dan ook de ultieme uiting van het feit dat ze geen macht meer toekenden aan deze
Egyptische afgod en niet bang waren voor de Egyptenaren en dat ze hun vertrouwen op de God van Israel alleen zetten.
Het strijken van het bloed van het lam aan de deurposten was een uiting van
vertrouwen op de Eeuwige dat Hij hen, zoals beloofd, hen uit de slavernij van
Egypte zou bevrijden. Pas toen ze hun geloof in God en vertrouwen op God
hadden laten zien alsmede dat ze vrij van angst waren voor de afgoden van
Egypte konden ze bevrijd worden uit Egypte. Pesach is het feest dat het volk Israel en vrij volk
werd, vrij om de Eeuwige te dienen. Dat laatste werd bezegeld met Shavuot bij
de berg Sinai. Vooraf had de Eeuwige laten zien dat Hij de betrouwbare God
was op wie ze konden vertrouwen. Het geloof in de Eeuwige en het vertrouwen op
de Eeuwige was gebaseerd op tastbare feiten. Het is een referentiekader van
wie God voor ons als Joodse volk is. We zeggen daarom. De God die ons uit
Egypte heeft gehaald (ipv bijvoorbeeld, de God die de hemel en aarde heeft
gemaakt). Het is een ontegenzeggelijk feit dat we uit Egypte, uit handen van
het toentertijd strekste wereldmacht, werden bevrijd. Zeshonderduizend man met
hun vrouwen en kinderen waren er fysiek getuige van.
Leviticus 23:5 “In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de
avondschemering, is het Pesach voor de Eeuwige.” 6 En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de
Eeuwige , zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten . 7 Op de eerste
dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult gij generlei
slaafse arbeid verrichten. 8 Gij zult de Eeuwige een vuuroffer brengen
gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige
samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Deut. 16:3b
…zeven dagen zult gij daarbij ongezuurde broden eten, brood der verdrukking,
want overhaast zijt gij uit het land Egypte getrokken; opdat gij al de dagen
uws levens de dag van uw uittocht uit het land Egypte gedenkt. 4 Er zal geen
zuurdeeg bij u aangetroffen worden in uw gehele gebied, zeven dagen lang; …..
8 Zes dagen lang zult gij ongezuurde broden eten en op de zevende dag zal er
een feestelijke vergadering zijn ter ere van de Eeuwige, uw G’d ; dan zult gij
geen werk doen. 9 Zeven weken zult gij
tellen: van dat de sikkel voor het eerst in het staande koren geslagen wordt,
zult gij zeven weken beginnen te tellen. …….. 16-18 Driemaal per jaar zal
ieder die onder u van het mannelijk geslacht is, voor het aangezicht van de
Eeuwige, uw G’d, verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op het
feest der ongezuurde broden, op het feest der weken en op het loofhuttenfeest.
Maar hij zal dan niet met lege handen voor het aangezicht dvan de Eeuwige
verschijnen: 17 ieder naar zijn vermogen, naar de zegen die de Eeuwige, uw
G’d, u gegeven heeft. 18 Rechters en opzieners zult gij aanstellen in al de
steden die de Eeuwige , uw G’d, u geven zal, naar uw stammen; zij zullen het
volk berechten met een rechtvaardige rechtspraak.
Deut. 16:1 Neem de maand Abib
in acht en vier het Pascha ter ere van de Eeuwige, uw G’d, want in de maand
Abib heeft de Eeuwige, uw G’d , u in de nacht uit Egypte geleid. 2 Dan zult
gij als Pascha voor de Eeuwige, uw G’d, kleinvee en runderen slachten op de
plaats die de Eeuwige verkiezen zal om zijn naam daar te doen wonen. 3 Gij
zult daarbij geen gezuurd brood eten……..4 Er zal geen zuurdeeg bij u
aangetroffen worden in uw gehele gebied, zeven dagen lang; en van het vlees,
dat gij in de avond op de eerste dag slacht, zal niets de nacht overblijven
tot de morgen. 5 Gij zult het Pascha niet mogen slachten in een der steden,
die de Eeuwige, uw G’d, u geven zal. 6 Maar op de plaats die de Eeuwige, uw
G’d, verkiezen zal om zijn naam daar te doen wonen, zult gij het Pascha
slachten , tegen de avond, als de zon ondergaat , op het tijdstip van uw
uittocht uit Egypte. 7 Gij zult het koken en het eten op de plaats die de
Eeuwige, uw G’d, verkiezen zal ; dan zult gij in de morgen de terugreis
aanvaarden en naar uw tenten gaan.
Num.9:9 Toen sprak de Eeuwige tot Mozes : 10 Spreek tot de
Israëlieten: wanneer iemand onrein is door aanraking van een lijk of op een
verre reis is, (het geldt zowel voor u als voor uw nageslacht) dan zal hij
toch van de Eeuwige Pascha vieren. 11 In de tweede maand, op de veertiende
dag , in de avondschemering, zal men het vieren , met ongezuurde broden en
bittere kruiden zal men het eten. 12 Men zal niets ervan laten overblijven
tot de volgende morgen, en geen been eraan breken; geheel volgens de inzetting
van het Pascha zal men het vieren. 13 Maar de man, die rein is, en niet op
reis, en nalaat het Pascha te vieren , die zal uitgeroeid worden uit zijn
volksgenoten, omdat hij op de daarvoor bepaalde tijd de offergave van de
Eeuwige niet heeft gebracht; die man zal zijn zonde dragen. 14 Wanneer bij u
een vreemdeling vertoeft , die de Eeuwige het Pascha vieren wil , dan moet hij
het vieren naar de inzetting van het Pascha en de verordeningen, die daarop
betrekking hebben. Enerlei inzetting zal voor u gelden, zowel voor de
vreemdeling als voor de in het land geborene.
Historie:
Mozes moet naar de Farao. ‘Laat mijn volk gaan, zodat ze mij kunnen
aanbidden’ zegt G’d. De farao luistert niet. Er volgen plagen:
1. water in bloed
2. kikkers
3. luizen
4. vliegen
5. veestapel gaat dood
6. bulten
7. hagel
8. sprinkhanen
9. drie dagen duisternis
10. alle eerst geboren kinderen
sterven
Psalm 135: 8 Hij was het, die de
eerstgeborenen van Egypte sloeg, zowel mens als dier; 9 die tekenen en
wonderen in uw midden zond , Egypte, tegen Farao en al zijn knechten;
Psalm 136:10 die Egypte sloeg in zijn
eerstgeborenen , want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid ; 11 en
Israël uit hun midden uitleidde , want zijn goedertierenheid is tot in
eeuwigheid; 12 met sterke hand en met uitgestrekte arm, want zijn
goedertierenheid is tot in eeuwigheid;
Psalm 105:26 Hij zond Mozes, zijn
knecht, en Aaron , die Hij Zich verkoren had. 27 Zij deden onder hen zijn
aangekondigde tekenen en wonderen in het land van Cham. 28 Hij zond
duisternis, maakte het duister ; en zij waren tegen zijn woorden niet
weerspannig. 29 Hij veranderde hun wateren in bloed en deed hun vissen
sterven; 30 hun land wemelde van kikvorsen, zelfs in de kamers van hun
koningen. 31 Hij sprak, en er kwamen steekvliegen , muggen over hun ganse
gebied. 32 Hij maakte hun regens tot hagel, gaf laaiend vuur over hun land;
33 Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom en verbrak het geboomte in hun
gebied. 34 Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen, verslinders zonder tal;
35 zij aten al het groene kruid in hun land en aten de vrucht van hun akker.
36 Hij sloeg alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen van hun ganse
kracht. 37 Hij voerde hen uit met zilver en goud, en er was in hun stammen
niemand die struikelde . 38 Egypte verheugde zich, toen zij
uittrokken , want vrees voor hen was op hen gevallen. 39 Hij breidde een
wolk uit tot bedekking , en vuur om de nacht te verlichten. …….42 want Hij
gedacht aan zijn heilig woord , aan Abraham, zijn knecht. 43 Hij voerde zijn
volk uit met blijdschap , zijn uitverkorenen met gejubel. 44 Hij gaf hun de
landen der volken, zodat zij de arbeid der natiën beërfden, 45 opdat zij
zijn inzettingen zouden onderhouden , en zijn wetten bewaren.
Halleluja.
G’d straft de Egyptenaren zelf. De
Israëlieten bevochten de Egyptenaren niet met de wapens die ze meenamen omdat
de Egyptenaren hun aanvankelijk gastvrij in het land hadden ontvangen. Zie ook
Deut. 23:8b: De Egyptenaar zult gij niet verafschuwen, want gij zijt
vreemdeling geweest in zijn land. Ook in het straffen was Hij in zekere zin
genadig. In het verdrinking is er nog steeds de gelegenheid om de Eeuwige als G'd te erkennen.
Tussen haakjes: Over het meenemen
van het goud en zilver vertelt de Talmoed het volgende: Op een keer verschenen
de Egyptenaren bij het internationale gerechtshof van Alexander de Grote uit
Macedonië om de Joden voor het gerecht te dagen. De Egyptenaren claimden, dat
er in de Thora geschreven staat “de Eeuwige de gunst van het volk in de ogen
van de Egyptenaren gaf en de Egyptenaren de Joden allerlei spullen
uitleenden”. De Egyptische vertegenwoordigers eisten het zilver en goud dat de
Joden hadden meegenomen terug. De advocaat van de Joden vroeg de Egyptenaren:
“Waarop is jullie bewijs gebaseerd?”. De Egyptenaren antwoordden dat hun
bewijzen uit de Thora stamden. Toen verklaarde de Joodse advocaat dat ook hij
zijn bewijs uit de Thora zou halen. Er staat geschreven “en de Joden woonden
in Egypte 430 jaar”. De Joodse advocaat claimde nu dat zij de slavenarbeid van
600.000 Joden, die in Egypte gedurende 430 jaar hadden gewerkt, moesten
vergoeden. Alexander de Macedoniër vroeg de Egyptenaren de Joden te
antwoorden. Ze vroegen drie dagen bedenktijd maar konden geen zinnig weerwoord
produceren. Zij vluchtten en lieten hun velden bezaaid en hun boomgaarden
beplant achter.
Ten tijde van de tempel
Het gebeurde in de eerste maand (bijbelse kalender-Abib,
heet nu Nisan).
Op de tiende dag van de maand, moest ieder gezin een 1
jaar oud lammetje uitzoeken en in huis nemen (3 dagen).
Op de veertiende dag van diezelfde maand, werd het
lammetje ‘s avonds gedood.
Het bloed van het lammetje moest aan de 2 zijposten en aan
de bovenpost van de deur gesmeerd worden.
Het dode lammetje moest geroosterd worden, zijn botten
mochten niet gebroken worden.
Het lam moest gegeten worden met ongezuurd brood en
bittere kruiden.
Heel het lam moest opgegeten worden er mocht niets over
blijven, alles wat niet gegeten was, moest met vuur verbrand worden.
Ze moesten de maaltijd met haast eten, schoenen aan en
wandelstok in de hand.
Dit feest moet voor altijd in herinnering blijven.
Gebruiken:
Tijdens de sedermaaltijd wordt
er gebruik gemaakt van de ‘Haggadah’ (= vertelling). Het is een liturgie
van de maaltijd, wat er gezegd wordt en wat er op welk moment wordt gegeten of
gedronken, het vertelt ondertussen het verhaal van de uittocht uit Egypte.
Kinderen hebben ook een belangrijke rol tijdens die maaltijd. Ze stellen
vragen over het feest. Er komen verder 4 bekers in naar voren die gedronken
worden. Deze drinkbekers hebben te maken met de beloften die G’d
geeft in Ex. 6:6-7: 6 “Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de Eeuwige, Ik
zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden (1), u redden
(2) van hun slavernij en u verlossen (3) door een uitgestrekte arm
en onder zware gerichten. 7 Ik zal Mij u tot een volk aannemen (4) en
Ik zal u tot een G’d zijn, opdat gij weet, dat Ik, de Eeuwige, uw G’d, het
ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid.”.
Tijdens de seder wordt er verder gezongen en gelezen uit de Hallel
(psalm 113 t/m 118 +ps.136).
Het feest van de ongezuurde broden herinnert aan het
gehaaste vertrek van het volk Israël uit Egypte in de dagen van Mozes. Er was
geen tijd voor het meel om te rijzen ( Ex.13:39). G’d had in Exodus 12:15
geboden dat er tijdens de viering van dit feest geen zuurdeeg / gist gegeten
mocht worden, het mocht zelfs niet in huis zijn (Ex.13:7). Dertig dagen voor het begin van
Pesach/Feest van de ongezuurde broden, moet alles al doorzocht worden of er nog
ergens ‘hametz’ = zuurdeeg is. De zakken van de kleding worden
leeg geschud of er nog misschien ergens broodkruimels inzitten. Al het brood
en andere producten waar gist in zit wordt uit het huis verwijderd. De vrouw
doet dus de 'grote voorjaars schoonmaak' Op de avond voor de Pesach is alle
zuurdeeg uit het huis verwijdert, met uitzondering van 10 kleine stukjes, deze
zijn door de vrouw verstopt in het huis. De man/vader gaat met een
kandelaar/kaars, een veger een houten lepel en een papieren zakje op zoek naar
zuurdeeg. Als alle 10 de stukjes gevonden zijn, wordt het buiten verbrand.
Volgens de Talmoed zijn er 3 manieren om het ‘hametz’ te vernietigen: 1) door
verbranding. 2) door het te verkruimelen en het in de wind te werpen of 3)
door het in zee te gooien. Deze methoden komen van de manier hoe G’d de
Egyptenaren strafte: 1) Ex. 14:24: vuurzuil, 2) Ex. 14:21: zee bewogen door
wind en 3) Ex. 14;27: ze werden in de zee ‘uitgeschud’
1) Het aansteken van de kaarsen (door
vrouw des huizes). Gezegend bent U, de Eeuwige onze G’d, Koning voor eeuwig, die ons apart heeft gezet door Uw Woord en Geest en
in wiens naam wij deze kaarsen aansteken. Gezegend bent U die scheiding maakt
tussen onheilig en heilig. Gezegend bent U de Eeuwige onze G’d, Koning voor
eeuwig, U die ons het leven heeft geschonken, ons bewaard heeft en ons dit
feest laat beleven.
2) Daarna gaan de
mannen naar de synagoge voor Mincha/Maariv gebeden. De vrouw des huizes
zorgt dat de Sedertafel klaar staat.
3)
Thuiskomst uit synagoge
4) De eerste beker. We vullen de beker
voor de eerste keer en zegenen de Eeuwige, de Schepper van ‘de vrucht van de wijnstok’ en
we denken eraan hoe Hij ons apart gezet heeft door ons uit ‘Egypte’ te leiden.
'Gezegend bent U, de Eeuwige onze G’d, Koning voor eeuwig, U die ons
uitverkoren heeft uit alle volken, ons verheven boven alle naties en ons
geheiligd heeft door uw Woord en door de kracht van Uw Geest; en met liefde
heeft U ons gegeven feestdagen tot vreugde en blijheid. Het feest van de
matsot, het feest van de bevrijding met liefde, bijzondere dagen, die een
oproep tot levensheiliging willen zijn en tevens een herinnering zijn aan de
uittocht uit Egypte, want U heeft ons uitverkoren en geheiligd boven alle
volken en Uw feestdagen heeft U ons geschonken met vreugde en blijheid.
Baroech aata de Eeuwige mekadeesh Jisraël wehazemaniem. Gezegend bent U, de
Eeuwige, U die Israël en de feesttijden heiligt.
5) 'Gezegend bent U, de Eeuwige onze
G’d, Koning voor eeuwig, U die de vrucht van de wijnstok geschapen heeft’. De
eerste beker wordt gedronken. Daarna handenwassen door tafelleider zonder
bracha (zegening) voor het eten van de Karpas.
6) Uitleg van de Peterselie (Karpas), 'Gezegend bent U, de Eeuwige onze G’d, Koning
voor eeuwig, U die de vrucht van de aarde heeft geschapen. Ieder doopt de
karpas in zout water (tranen van de slavernij in ‘Egypte’ en doortocht door de
Rode Zee) en eet het op.
7) Op alle andere avonden eten we
brood met gist, maar op de Pesach eten we alleen matzes, ongegist brood. Deze
herinnert ons aan de gehaaste vlucht van de kinderen van Israël uit Egypte
zodat ze geen tijd hadden om hun deeg te laten rijzen . Laat ieder die honger
heeft komen en mee-eten. Laat ieder, die geen seder heeft komen en met ons
Pesach vieren. Nu hier, volgend jaar in Jeruzalem.
8) De drie matzes. De middelste wordt
gebroken. 1 helft wordt in een wit servet gedaan en verstopt voor de kinderen.
De andere helft gaat weer tussen de 2 andere matzes in.
9) De beker voor de 2e keer
vullen. Er worden nu de vragen gesteld (door het jongste kind). O.a.:
-Waarom is deze nacht anders dan alle ander nachten? -Waarom is het brood ongezuurd? -Waarom de kruiden bitter?.
De
uitleg wordt gegeven.
10) Dit zijn de 10 plagen, die de
Eeuwige over de Egyptenaren heeft gebracht. De tien plagen worden genoemd, bij
het noemen van elke plaag, moet er een druppel wijn (uit de beker van oordeel
/gramschap) op een servet gemorst worden.
1) Bloed
2) Kikkers
3) Luizen
4) Steekvliegen
5) Veepest
6) Zweren
7) Hagel
8) Sprinkhanen
9) 3 dagen duisternis
10) Alle eerst geboren kinderen sterven
Dit bot van een lam doet ons
herinneren aan het Pesach lam, waarvan het bloed werd gebruikt om daarmee de
deurposten van de huizen van de Kinderen van Israël, om zo hun gehoorzaamheid
aan het gebod van de Eeuwige te laten zien. Ten tijde van de komende tempel
zullen de lammeren weer geslacht worden in Yerushalayim.
Hoe talrijk zijn de weldaden die de
Eeuwige ons bewezen heeft. Voor de weldaden van goedheid en genade roepen wij.
Dajjeenoe: Het is genoeg.
‘Gezegend bent U, de Eeuwige onze
G’d, Koning voor eeuwig, U die de vrucht van de wijnstok geschapen heeft. De
tweede beker wordt gedronken, de Beker van de plagen en de
bevrijding.
11)
'Gezegend bent U, de Eeuwige onze
G’d, Koning voor eeuwig, U die het brood van de aarde heeft voortgebracht en
ons heeft opgedragen matzes te eten met bittere kruiden. De leider breekt
stukjes van de bovenste en de middelste matze. Iedereen krijgt een
stukje. Het stukje in de bittere kruiden dippen. Bittere kruiden, herinnert
ons aan de bitterheid van onze zonden.
We eten het tegelijk. Daarna volgen we met het zoete mengsel, Dat
herinnert ons aan de zoete verlossing door G’d.
12) De maaltijd.
Kinderen kunnen aan het eind van de
maaltijd de verstopte matze gaan zoeken.
13) De helft van de matze die door de
kinderen gevonden is, daar krijgt iedereen een stukje van. ‘Gezegend bent U,
de Eeuwige onze G’d, Koning voor eeuwig, U die het brood van de aarde heeft
voortgebracht.
14) Inschenken van de Derde beker. De
beker van de Verlossing. ‘Gezegend bent U, de Eeuwige onze G’d, Koning voor
eeuwig, U die de vrucht van de wijnstok geschapen heeft. De beker wordt
gedronken.
15) De vierde beker, de Beker van
Dankzegging / Het Koninkrijk wordt ingeschonken. ‘Gezegend bent U, de Eeuwige
onze G’d, Koning voor eeuwig, U die de vrucht van de wijnstok geschapen
heeft.’
Het verlangen van al de joodse mensen al 2000 jaar lang is, dit
feest te vieren in Jeruzalem. Zeg tegen iemand aan tafel : Volgend jaar in
Jeruzalem.
112. Vier de verplichte feesten;
Pesach, Shavuot en Sukkot (Ex. 23:14) (positief).
113. Verblijd/verheug je op de
feesten (Deut. 16:14) (CCA 21).
114. Verschijn in de
Tempel op de feesten (Deut. 16:16) (positief).
115. Verwijder alle gist (chamets)
op de vooravond van Pesach uit je huis (Ex. 12:15) (CCA 22).
116. Rust op de 1e dag van de
Pesach (Ex. 12:16; Lev. 23:7) (CCA 25).
117. Werk niet (doe geen
melacha) op de 1e dag van de Pesach (Ex. 12:16; Lev. 23:6-7) (CCN 147).
118. Rust op de 7e dag van de
Pesach (Ex. 12:16; Lev. 23:8) (CCA 27).
119. Werk niet (doe geen
melacha) op de 7e dag van de Pesach (Ex. 12:16; Lev. 23:8) (CCN 148).
120. Eet ongezuurde broden (matses)
op de 1e avond van Pesach (Ex. 12:18) (CCA 23).
121. Er mag geen gist (chamets)
in je bezit zijn tijdens alle dagen Pesach. Dit geldt voor iedere Israëliet.
(Ex. 12:19) (CCN 3).
122. Eet tijdens Pesach geen voedsel wat gist (chamets) bevat (Ex. 12:20) (CCN
5).
123. Eet tijdens Pesach geen gist (chamets) (Ex. 13:3) (CCN 4).
124. De gist (chamets) mag tijdens Pesach
niet in iemands huis aanwezig zijn Ex. 13:7) (CCN 2).
125. Vertel tijdens de eerste avond van
Pesach over de uittocht uit Egypte en spreek er met elkaar
over (Ex. 13:8) (CCA
24).
126. Eet geen gist (chamets) na de middag van de 14e
Nissan (Deut. 16:3) (CCN 104).
127. Tel de 49 dagen vanaf het
oogsten van de Omer (eerste schoof van de gerste oogst) (tijdens Pesach) tot
Shavuot (Wekenfeest) (Lev. 23:15) (CCA 26).
Een zeer aanbevelenswaardig boek (in engels) over Pesach met
achtergronden uit Talmud en Midrash is:
Let My Nation Go, The Story
of the Exodus of the Jewish Nation from Egyptian Bondage, geschreven door
Josef Deutsch
The story of the Exodus of the Jewish people from Egyptian bondage is one of
the most spectacular in the history of the world, and also one of the most
important. It is the cornerstone of Judaism, the event memorialized by so many
mitzvos and prayers. A large part of the Chumash is devoted to retelling the
story of the Exodus, as well as innumerable passages in the Talmud, Midrash
and the commentaries. Let My Nation Go takes most of the information from
these sources and weaves it into one continuous narrative full of vivid images
and high drama.
(404 Pages)
Op
Shavuot
wordt er
gedacht aan het feit dat ongeveer 3000 jaar geleden, G’d de TThora (Geschreven
en Mondelinge) heeft gegeven aan het volk Israël op de berg Sinai, zie Exodus
32. De instelling van hetst wordt beschreven in. Leviticus
23: 15 Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de
garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn;
16 tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult
gij een nieuw spijsoffer de Eeuwige brengen. 17 Uit uw woonplaatsen zult gij
twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij
bereid worden , gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de
Eeuwige. 18 Bij het brood zult gij zeven gave eenjarige schapen offeren en
een jonge stier en twee rammen; zij zullen een brandoffer voor de Eeuwige
zijn, met de bijbehorende spijsoffers en plengoffers, een vuuroffer tot
een liefelijke reuk voor de Eeuwige. 19 Dan zult gij een geitebok ten
zondoffer, en twee eenjarige schapen ten vredeoffer bereiden. 20 En de
priester zal ze bewegen, bij het brood der eerstelingen, als beweegoffer voor
het aangezicht van de Eeuwige bij de twee schapen : zij zullen de Eeuwige
heilig zijn, zij zijn voor de priester. 21 Op deze zelfde dag zult gij een
oproep doen uitgaan, gij zult een heilige samenkomst hebben, generlei
slaafse arbeid zult gij verrichten; het is een altoosdurende inzetting,
in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten. 22 Wanneer gij de
oogst van uw land binnenhaalt , dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst
niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet
oplezen ; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de
Eeuwige, uw G’d.
Deuternomium 16:9 Zeven weken zult gij tellen: van dat de sikkel voor het
eerst in het staande koren geslagen wordt, zult gij zeven weken beginnen te
tellen. 10 Dan zult gij het feest der weken vieren ter ere van de Eeuwige,
uw G’d, naar de mate van de gaven, die gij vrijwillig geven zult,
naar dat de Eeuwige, uw G’d, u gezegend heeft ; 11 gij zult u
verheugenvoor het aangezicht van de Eeuwige, uw G’d, gij met uw
zoon en uw dochter , uw dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet , die
binnen uw poorten woont, en met de vreemdeling, de wees en de weduwe, die in
uw midden zijn, op de plaats die de Eeuwige, uw G’d , verkiezen zal om zijn
naam daar te doen wonen. 12 Gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht
geweest zijt in Egypte en gij zult deze inzettingen naarstig onderhouden.
Deut 26. spreekt over het feest en
de gebruiken: 1 Wanneer gij komt in het land, dat de Eeuwige, uw G’d, u ten
erfdeel geven zal en gij het in bezit neemt en daarin woont , 2 dan zult
gij van de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die gij zult inzamelen
van het land, dat de Eeuwige, uw G’d , u geven zal, nemen, en in een mand doen
en naar de plaats gaan, die de Eeuwige, uw G’d, verkiezen zal om daar zijn
naam te doen wonen. 3 En gekomen bij de priester, die er dan wezen zal,
zult gij tot hem zeggen: Ik verklaar heden voor de Eeuwige, uw G’d, dat ik
gekomen ben in het land, waarvan de Eeuwige aan onze vaderen gezworen heeft ,
dat Hij het ons zou geven. 4 Dan zal de priester de mand van u aannemen en
die voor het altaar van de Eeuwige , uw G’d, zetten. 5 Daarna zult gij
voor het aangezicht van de Eeuwige, uw G’d, betuigen: Een zwervende
Arameeer was mijn vader; hij trok met weinige mannen naar Egypte en verbleef
daar als vreemdeling, maar werd er tot een groot , machtig en talrijk volk. 6
Toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten en ons harde slavenarbeid
oplegden, 7 riepen wij tot de Eeuwige, de G’d van onze vaderen, en de
Eeuwige hoorde onze stem en zag onze ellende, moeite en verdrukking . 8
Toen leidde ons de Eeuwige uit Egypte met een sterke hand, een uitgestrekte
arm en grote verschrikking, door tekenen en wonderen; 9 Hij bracht ons naar
deze plaats en gaf ons dit land, een land, vloeiende van melk en honig. 10
En nu, zie, ik breng de eerstelingen van de vrucht van het land, dat Gij, de
Eeuwige mij gegeven hebt. Gij zult ze neerzetten voor het aangezicht van
de Eeuwige, uw G’d; gij zult u voor het aangezicht van de Eeuwige, uw G’d,
neerbuigen, 11 en gij zult u verheugen over al het goede dat de
Eeuwige, uw G’d, u en uw huis gegeven heeft: gij, de Leviet en de
vreemdeling, die in uw midden is. 12 Wanneer gij in het derde jaar, het
jaar der tienden, gereed gekomen zult zijn met het afzonderen van alle tienden
uit uw opbrengst, dan zult gij geven aan de Leviet, de vreemdeling, de wees en
de weduwe, opdat zij eten en zich verzadigen in uw steden. 13 En gij zult
voor het aangezicht van de Eeuwige, uw G’d, zeggen: Ik heb het heilige uit het
huis weggedaan; ook heb ik dat gegeven aan de Leviet, de vreemdeling, de wees
en de weduwe, geheel overeenkomstig het gebod, dat Gij mij gegeven hebt. Ik
heb geen uwer geboden overtreden of vergeten; 14 in mijn rouw heb ik daarvan
niet gegeten , noch daarvan iets weggedaan, terwijl ik onrein was, noch iets
daarvan aan een dode gegeven; ik heb geluisterd naar de stem van de Eeuwige,
mijn G’d, ik heb gedaan naar alles wat Gij ons geboden hebt. 15 Zie neder
uit uw heilige woning, uit de hemel, en zegen uw volk Israël en het land, dat
Gij ons gegeven hebt (zoals Gij onze vaderen onder ede beloofd hebt) een
land, vloeiende van melk en honig. 16 Heden beveelt u de Eeuwige, uw G’d ,
deze inzettingen en verordeningen na te komen; onderhoud ze dan naarstig met
geheel uw hart en geheel uw ziel. 17 Gij hebt heden van de Eeuwige het woord
aanvaard , dat Hij u tot een G’d zal zijn, en dat gij in zijn wegen wandelen
moet, zijn inzettingen, geboden en verordeningen onderhouden en naar zijn stem
luisteren. 18 En de Eeuwige heeft heden van u het woord aanvaard , dat gij
zijn eigen volk zult zijn, zoals Hij u gezegd heeft, en dat gij al zijn
geboden zult onderhouden. 19 Dan zal Hij u verheffen tot een lof, een
naam en een sieraad, boven alle volken die Hij geschapen heeft en dan zult gij
een volk zijn, geheiligd aan de Eeuwige, uw G’d, zoals Hij gezegd heeft.
Dit feest is één van
de drie pelgrimsfeesten, waarop de mannen van het volk voor G’d moeten
verschijnen (Ex.23:17, 34:23, Deut.16:16).Tijdens het Wekenfeest wordt in de
synagoge uit het boek Ruth gelezen. Het verhaal van Ruth speelt zich af
in de tijd van de tarweoogst, in het voorjaar, rond het Wekenfeest. Ruth
zegt;'U G’d is mijn G’d' dat willen veel gelovigen nog wel zeggen, maar Ruth
zegt ook;' Uw volk is mijn volk' (Ruth 1:16) een verwijzing van het
erbij komen van niet-joden bij Israël. (zie ook Jes. 1:14 "Want de Eeuwige zal Zich over Jakob ontfermen en nog zal Hij Israël
verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij
hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Jakob."
Bij de Sinai kreeg het volk de Thora, dat maakte
hen tot 'volk van de Eeuwige'. Ze maakte daar hetzelfde mee als Ruth meemaakte
toen ze zich aansloot bij het volk Israël. Ze gingen leven in overeenstemming
met de Thora.
Volgens de geschiedenis viel in
het jaar van de uittocht de uittocht op donderdag. Dus Shavuot viel op vrijdag.
De thora zelf werd echter op shabbat gegeven. Waarom dan feest terwijl de
Thora pas een dag later werd gegeven. De Joodse wijzen leren dat er feest
gevierd werd omdat het volk toen bereid was om de Thora te ontvangen. Dat is
een belangrijker moment dan de 'technische daad' van ontvangen.
Traditie / Gebruiken
De Joodse wijzen vergelijken de gebeurtenis van de wetgeving op de Sinai een
soort huwelijkssluiting tussen de Eeuwige en het volk Israël.Bij de
Sinai kregen ze de instructies van G’d om zich voor de bruiloft klaar te maken
zoals een bruid zich klaarmaakt voor de bruidegom. De Thora is een soort
bruidsschat aan Zijn volk. Het is tevens een ‘geestelijke paraplu’. Gehoorzaam
aan G’d, dan veilig.
Deut. 26:10 Hij zeide: Zie, Ik
sluit een verbond; in het bijzijn van uw gehele volk zal Ik wonderen doen,
zoals niet gewrocht zijn op de gehele aarde en bij al de volken; het gehele
volk, in welks midden gij zijt, zal het werk van de Eeuwige zien , want
ontzagwekkend is wat Ik met u doe. 11 Onderhoud wat Ik u heden gebied . Zie,
voor u uit verdrijf Ik de Amoriet, de Kanaaniet, de Hethiet, de Perizziet , de
Chiwwiet en de Jebusiet. 12 Neem u in acht, dat gij geen verbond sluit met
de inwoners van het land, waarheen gij gaat, opdat zij niet tot een valstrik
in uw midden worden. 13 Integendeel, hun altaren zult gij omverhalen , hun
gewijde stenen verbrijzelen en hun gewijde palen omhouwen. 14 Want gij zult
u niet nederbuigen voor een andere god, immers de Eeuwige, wiens naam
Naijverige is, is een naijverig G’d.
Een van de gebruiken binnen het Jodendom is tegenwoordig dat ze tijdens
het Shavuot feest veel melk, kaas en boter producten eten. Deze producten
smelten makkelijk en verspreiden zich makkelijk door het lichaam. De gedachte
erachter is bij hun dat G’ds Thora (G’ds instructies) als het ware zo door het
lichaam moet stromen.
Tijdens de nacht van Shavuot wordt er heel de
nacht door de mannen thorastudie gedaan. Dit als 'tikoen' herstel voor het
feit dat het volk Israël lag te slapen toen HaShem bij Sinai verscheen om ze
de Thora te geven. O.a. het boek Ruth wordt dan bestudeert en allerlei
onderwerpen die o.m. te maken hebben met het aansluiten van de 'geer'(heiden) bij
het volk Israël.
112. Vier de verplichte feesten;
Pesach, Shavuot en Sukkot (Ex. 23:14) (positief).
113. Verblijd/verheug je op de
feesten (Deut. 16:14) (CCA 21).
114. Verschijn in de
Tempel op de feesten (Deut. 16:16) (positief).
127. Tel de 49 dagen vanaf het
oogsten van de Omer (eerste schoof van de gerste oogst) (tijdens Pesach) tot
Shavuot (Wekenfeest) (Lev. 23:15) (CCA 26).
128. Rust op Shavuot (Lev. 23:21)
(CCA 28).
129. Werk niet (doe geen
melacha) op de Shavuot (Lev. 23:21) (CCN 149).
Een zeer aanbevelenswaardig boek (in engels) over Shavuot met
achtergronden uit Talmud en Midrash is:
Let My Nation Serve me,
Marching Toward Sinai and Receiving the Torah, geschreven door Josef Deutsch
Yosef Deutsch's previous bestseller Let My Nation Live earned a
following of avid readers eager to experience more great moments in Jewish
history - moments that impact on us forever. With the expertise of a scholar
and the pen of a novelist, he recreates the scenes and emotional climate of
the era, shedding light on stories we've heard before, but never understood as
a reality.
Let My Nation Serve Me recounts the most important episode in Jewish history:
the drama and exhilaration of Mattan Torah come alive, drawing us to Mount
Sinai where we can visualize Moshe, Aharon, Miriam, and other Biblical figures
as though they stood before us. Basing his narrative on the Talmud, midrashim
and commentaries, the author weaves a vivid tapestry that portrays the Jews'
desert life and the singular event of Revelation as never before.
We view the Sea of Reeds in its eerie calm, the day after the drowning of the
Egyptian army; experience the bloodthirsty attack of Amalek; see the Heavenly
tumult and hear the Ten Commandments; despair as the Golden Calf rises to
ensnare the Jewish people in sin; and finally, relive unbounded joy and
thankfulness when Divine forgiveness gives us back the Tablets of the Law, our
lives and our future as His People. This is more than a story. Let My Nation
Serve Me is a trip back in time, when the Jewish nation was forged in the
desert -- and we are there.
Based on Talmudic and Midrashic sources.(405 Pages)